Triomf van de verbeelding in Wagemans’ ’Legende’

In het Paradijs van Wagemans' 'Legende' zingen de engelen in een regen van confetti. (FOTO MARCO BORGGREVE)

Koor van De Nederlandse Opera, Radio Filharmonisch Orkest en solisten olv Reinbert de Leeuw met ’Legende’ van Peter-Jan Wagemans in regie van Marcel Sijm op 17/2 in Muziektheater Amsterdam. Daar t/m 27/2. Uitzending via Radio 4 op 12/2 vanaf 18.00 uur. www.dno.nl

Precies vier jaar geleden, in februari 2007, werd Peter-Jan Wagemans’ opera ’Legende – De ontsporing van Meneer Prikkebeen’ te water gelaten. Dat was in concertante vorm tijdens een zeer succesvolle ZaterdagMatinee onder leiding van Jaap van Zweden. Die uitvoering schreeuwde om beelden, om een enscenering. En die is er nu.

Na een aanvankelijke vrijage met de Nationale Reisopera was het toch De Nederlandse Opera die zich over de scenische première van het werk ontfermde. Woensdagavond kon men zich vergapen aan die bijzondere, overweldigende, overtuigende, kleurrijke en fantasievolle enscenering, die naadloos aansloot op de ongegeneerd bonte wereld die het ’kind’ Wagemans in zijn partituur en libretto neerpende.

Dat juist regisseur Marcel Sijm zijn fantasie mocht loslaten op de wonderbaarlijke lotgevallen van Meneer Prikkebeen, is een gouden greep. Samen met zijn ontwerpersteam, waarin vooral de geniale decors van Marc Warning een alles bepalende rol spelen, vertelde Sijm een lineair verhaal dat eigenlijk helemaal niet lineair te vertellen is. Als een soort opdracht staat in het programmaboek een quote van Wagemans afgedrukt: ’Mijn muziek staat ruimte toe aan zangers, en wie het hoort komt vanzelf op theatrale gedachten’.

Dat hebben Sijm en Warning goed in hun oren geknoopt. Want ga er maar aan staan, een verhaal uitbeelden dat als volgt begint: Prikkebeen slaat met zijn vlindernetje drie engelen uit het Paradijs en begint een avontuurlijke tocht om zijn incestueuze zus te ontlopen. Opgeslokt door een vis komt hij een priester tegen in geloofsnood en wordt ergens in de vissemaag verliefd op een vlinder.

En dat is alleen maar het begin van deze lotgevallen, zoals die rond 1840 in een vroege stripvorm werden opgetekend door de Geneefse Rodolphe Töppler. Wagemans componeerde geen afgerond verhaal, versprong associatief van hot naar her, ook in zijn aansprekende muziek. Sijm heeft er chocola van gemaakt, lekkere chocola bovendien.

Het begin is al ongemeen spannend. Het voordoek schuift langzaam open en biedt zicht aan een ander voordoek. Een stille mysterieuze ouverture, opmaat voor het feest in de hemel waar stortregens van confetti over de engelen neerdalen. Het ziet er werkelijk schitterend uit, en ook het slot ruim twee uur later is dankzij de decors van Warning van een adembenemende schoonheid.

En dan bijna, zonder dat je je het realiseert is er toch een soort van verhaal met een begin en een eind verteld. Een happy end waarin Prikkebeen met een ezeltje, zijn vlindervrouw en haar drie uit verkrachting geboren kinderen naar het betoverende hemelse zwerk zit te kijken.

Tussen begin en eind zoekt Sijm, net als Wagemans, met succes de humor op. En regisseert hij de zangers op een voorbeeldige manier. Neem Thomas Oliemans als priester Pontus. In Zuidams ’Adam in ballingschap’ stond Oliemans, slecht geregisseerd als een sulletje op het toneel. Hier spettert hij niet alleen vocaal maar ook fysiek van de bühne.

De hele cast wekt de indruk zich bijzonder senang in deze productie te voelen. Men behandelt Wagemans’ afwisselend archaïsche (’deszulks’), moderne en platte taal met groot gevoel. En men zingt zijn uitwaaierende lijnen en ingewikkelde ritmes onder leiding van Reinbert de Leeuw met ogenschijnlijk gemak. In de bak zit het Radio Filharmonisch Orkest, dat vier jaar geleden ook al zo voortvarend de concertante première begeleidde. Van Messiaen tot Adams, en van Stravinsky tot een vervormd Vader Jacob-thema, alles komt in deze bonte mengeling langs, en toch is ’Legende’ geheel en al Wagemans.

De aria waarmee zus Ursula haar vreselijke geheim onthult en afscheid neemt van haar leven is ouderwets meeslepend. Helena Rasker zingt daar met grote overtuiging. Als ze in het eerste bedrijf – het meest geslaagde van de drie – een kopje thee drinkt met haar broer (’Kopje? Kopje. Alsje! Dank je!) klinkt onder het slappe-thee-gekeuvel ongemeen donkere en dreigende muziek. Steeds is er die mogelijk dubbele duiding, ook in de scènes in het dictatoriale Neoncratio, waar het koor van DNO weer eens een toprol vervuld.

Het is mooi om in deze Nederlandse opera – op een Belg en een Pools/Belgische na – alleen maar Nederlandse zangers te horen. Van de drie engelen tot de drie walvisvaarders zijn ze stuk voor stuk het aanhoren waard. Naast de al genoemden leveren Yves Saelens (een uitbundige Festus) en Elzbieta Smytka (virtuoos als Nel/Polyandus) topprestaties.

De ontvangst van het premièrepubliek was genereus en gul. Men had genoten, zoveel was duidelijk. Over de diepere zin van deze opera, het waarom van al die avonturen, daar zal misschien nog wel aardig over zijn doorgepraat. Maar moet je alles willen begrijpen? Moet iets altijd een diepere zin hebben?

Niet als daar, zoals in dit geval, zoveel spirituele, aanstekelijke en inventieve originaliteit tegenover staat. ’Legende’ is een triomf van de verbeelding.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden