Treurige en gekke liedjes

In mijn ouderlijk huis liep het gerucht, dat Willy alleen maar droeve liedjes wilde. En naar die mare werd ordentelijk geluisterd. Mijn broer ging op zijn viool bliksemsnel over tot gejammerklaag als ik mijn neus om de hoek van de deur stak. Mijn tantes vertelden verhaaltjes over kindjes die in het bos verdwaalden en mijn arme moeder zong mij 's avonds met hartverscheurende dreunen in slaap.

Het moet haar heel wat moeite hebben gekost om telkens weer iets akeligs te verzinnen, maar plotseling stootte zij op goud, zij produceerde een hit. Een smartlap, gegrepen uit het leven van een onzer honden. Op een wijs van eigen maaksel, jankend van ellende. Elke avond wilde ik die horen.

O Molly, o stoute Molly

Wat heb jij nou gedaan.

Jij hebt dat kleine kipje

Jij hebt dat kleine kipje

Zo'n kwaad gedaan.

Dat lieve kleine kipje

Dat kipje van Vermeer

Dat heb jij zooo gebeten

Zijn pootje doet zo'n zeer.

Eer zij voor de tweede maal 'Molly' aanhief biggelden de tranen mij over de wangen, een teken dat ik spoedig in slaap zou vallen. Voor haar gold niet wat Hans Dorrestijn schrijft:

Mammie, laat mij slapen

en zing niet steeds dat lied.

De meeste moeders zingen mooi

maar mammie, mammie niet.

Hans Dorrestijns anti-ode is opgenomen in een bloemlezing van 333 gedichten en gedichtjes, voor heel jong en ouder, gekozen door Tine van Buul en Bianca Stigter, geillustreerd door vierentwintig kunstenaars. Het werd uitgegeven naar aanleiding van de boekenweek en het heet 'Ik geef je niet voor een kaperschip Met tweehonderd witte zeilen'. Het is een regel uit een gedicht van K. Schippers en wat voor een regel! Het kinderhart zal er, dunkt mij, bij smelten. Want is niet liefde, liefde, liefde, wat jong en oud wil?

Ik werd erop geattendeerd door een gedegen column in de Volkskrant van Kees Fens, die de inleiding schreef voor een eerdere, soortgelijke uitgave 'Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is'. In dat artikel viel me iets vreemds op. Als voorbeeld van het onlogische in kindergedichten haalde Fens het volgende voorbeeld aan:

Hansje Pek zat op het hek.

Toen kwam zijn grootje, die gaf hem een broodje.

Toen kwam zijn zusje, die gaf hem een kusje.

Toen kwam een kindje, die gaf hem een lintje.

En toen kwam op 't laatst de pastoor

Die gaf hem een ferme klap om zijn oor.

Dat van die klap, dat vond Fens onlogisch. En ik dacht: Ben ik nu gek of hij? Wel, hij is rooms en ik ben in die zaken ongeletterd, dus ik zal wel gek zijn. Maar op een gegeven ogenblik dacht ik: Wat donderdag! Weet hij dan niet dat Hansje Pek of Hansje Pik een van de volkse namen voor de duivel is? En de pastoor heeft hem mooi door. Die Hansje Pek deugt niet, mitsgaders zijn gehele familie, in het bijzonder zijn grootmoeder. Natuurlijk, voor kinderen van nu is het onbegrijpelijk, maar die Fens is toch van gisteren? Nu ja zeg, wat maak je je druk.

Dat dacht ik ook. Maar het komt omdat ik vermoed, dat na eeuwen geconstateerde onlogica bijna altijd een logica is geweest. Daarom is het ondoenlijk die vreemdheid te reproduceren. Vele moderne schrijvers proberen het, ze rommelebommelen maar wat aan, zogenaamd voor het kind, maar met een knipoog naar de ouders. Er staan er ook heel wat van in deze bloemlezingen. Ik mag ze niet, want ze zijn vals.

Er zijn drie namen die helder oplichten tussen de donkere gaten en de vale sterretjes: Annie M. G. Schmidt, Hendrik de Vries, Guido Gezelle. Zeer verbaasd dat zij zich in elkaars gezelschap bevinden, neem ik aan. Ze komen overeen omdat ze echt zijn. Van Annie lijkt het alsof haar gedichten er altijd geweest zijn: ze hoefde zich alleen maar te bukken om ze op te rapen. Hendrik de Vries weet echte horror te scheppen waarin kinderen de hoofdrol spelen. Om een nachtmerrie van te krijgen, maar dat is wel eens goed op zijn tijd. En Guido Gezelle schrijft zulke warme wiegeliedjes, overvloeiend van tederheid, dat je er versteld van staat als je zijn werk niet kent.

Natuurlijk is de inhoud van zulke boeken een persoonlijke keuze, de literatuur voor en over kinderen is een mer a boire. Ik heb veel van mijn lievelingen gemist, reken maar. Behalve van treurige liedjes hield ik ook van malle liedjes. Eerst een gouwe ouwe, ik begrijp werkelijk niet waarom de samenstelsters die niet hebben opgenomen. De feministen zien er hun ideaal in verwezenlijkt en je kunt er ook nog iets uit opsteken over de vaderlandse geschiedenis:

Hopsa Janneke, stroop in 't kanneke Laat de poppetjes dansen. Vroeger was er een prins in 't land En nu die kale Fransen. Hopsa Janneke, stroop in 't kanneke, Laat de poppetjes dansen. Hij wiegt het kind en hij roert de pap En hij laat het hondje dansen.

Kinderen hebben, dat is door mij proefondervindelijk bewezen, altijd enorm plezier in het eindeloze gedicht dat aldus begint: Zeg boer waar is je vrouw, zeg boer waar is je vlooienvrouw, van je haaierdewaaierdewipsasa, zeg boer waar is je vrouw.

Dan heb je:

't Was nacht, 't was nacht was midden in de nacht Mijn vader hoorde een vreselijk gelach Hij deed van schrik de beddedeuren open Daar kwamen twee vlooien aangelopen De ene vlooi was zeven meter lang Die had mijn vaders waterlaarzen an.

Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan, maar ik eindig met mijn lievelingsgedicht. Het is waarschijnlijk van de hand van een gerenomeerd schrijver, maar ik mag sterven als ik weet hoe hij heet.

Er was een oorlogsschip, er was een oorlogsschip Dat was al op een duimpje na gezonken op een schip (bis) Er was een oude vrouw, er was een oude vrouw Die nam het hele oorlogsschip en stak het in haar mouw (bis). En 't vlees was daar goedkoop, het vlees was daar goedkoop Je kreeg er vijfentwinig pond voor een gladhouten knoop (bis) En dan nog vrij te huis en dan nog vrij te huis Door dragers die niet groter zijn dan een gedroogde luis (bis) En die dragers waren zo, die dragers waren zo. Ze hadden een porseleinen hoofd en ook een been van stro (bis) En 't overige was van glas en 't overige was van glas. Nu vraag ik aan een iedereen of dat geen wonder was (bis)

Bis niet meezingen!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden