Treurig einde van een legende

Aan zijn succes in het American football leek geen einde te komen. Tot zijn oude assistent met een jongetje onder de douche werd betrapt en Paterno in zijn val meenam.

In de klassieke Romeinse en Griekse verhalen die hij op school zo mooi vond, had Joe Paterno het al kunnen lezen: ook als je 85 bent, rijk, succesvol, en je elke dag langs het standbeeld kunt lopen dat de mensen van je hebben opgericht, ook dan nog kunnen de goden je, zomaar of vanwege een oude zonde, in het ongeluk storten.

Hij was de trainer van de Nittany Lions, het footballteam van Pennsylvania State University. En wat voor een: de succesvolste trainer van de hoogste divisie, met 409 overwinningen op zijn naam, in 46 seizoenen. Maar zijn verdienste steeg boven de sport uit. Zonder de roem van het footballteam, en het geld dat al die jaren binnenstroomde, zou Penn State nu vermoedelijk een onbelangrijk regionaal universiteitje zijn.

Om de top te bereiken, werd er onder Paterno nooit vals gespeeld. College football is altijd een dans op het slappe koord. De atleten met de brede schouders en korte nekken mogen niet voor hun prestaties betaald worden. Het zijn studenten, die je hoogstens een beurs mag geven, zodat ze tussen de colleges door de sport kunnen beoefenen waar ze zo goed in zijn. Menige universiteit komt natuurlijk zwaar in de verleiding een beurs te verstrekken aan iemand die het als gewone student nooit zou redden.

Paterno niet. De Italiaanse volksjongen uit Brooklyn, die zijn vader tussen schoonmaakwerk door een rechtenstudie had zien doen, ging zelf na de jezuïetenschool Brooklyn Prep naar de aanzienlijke Brown University. Hij studeerde er Engels en speelde football. Als vervolgopleiding koos hij rechten, in Boston, maar daar stak zijn coach op Brown, Rip Engle, een stokje voor. Hij wilde Paterno beslist als assistent-coach. Voor even dan, gaf die toe. Maar in 1966, toen Engle met pensioen ging, was hij er nog, en werd hij zijn opvolger. Hij ging nooit meer weg.

Aanbiedingen van andere universiteiten, en van teams uit het professionele voetbal, waren er genoeg, nadat hij Penn State van het ene succes naar het andere leidde. Hij sloeg ze allemaal af, soms na enkele slapeloze nachten.

Paterno hamerde er altijd op dat er meer was dan sport, en was even trots op voetballers die massaal voor hun diploma slaagden als op een ongeslagen seizoen. Dat werd helemaal duidelijk nadat zijn team in 1982 nationaal kampioen was geworden. Hij hield toen een toespraak tot het universiteitsbestuur die, verwijzend naar de overbekende woorden van Abraham Lincoln tijdens de Burgeroorlog, bekend werd als 'De Gettysburg-toespraak van Penn State'. "Ik baal ervan dat Penn State nu nummer 1 is in het voetbal, en ik dan in de krant moet lezen dat veel van onze faculteiten en vakgroepen niet meedoen met de beste instellingen in het land."

Met andere woorden, schreef een journalist van Sports Illustrated: voor het eerst verlangde een trainer naar een school waar zijn footballteam trots op kon zijn.

Die grap bevatte een kern van waarheid, en de universiteit nam de uitdaging aan, daarbij niet weinig geholpen door het geld dat het football binnenbracht. Ook Paterno zelf schonk miljoenen, die werden besteed aan de nu deels naar hem en zijn vrouw genoemde bibliotheek.

Geen wonder dat hij mocht blijven zolang hij wilde. Een halfslachtige poging tot pensionering die het universiteitsbestuur in 2004 ondernam, toen de resultaten even wat minder waren, sloeg hij af. "Laat me nou maar begaan", was zijn simpele mededeling. Dat deden ze en de 78-jarige coach hervatte zijn gewoonte om bijna alles te winnen.

Al die tijd bleek hij een adder aan zijn borst te hebben gekoesterd. Jerry Sandusky werkte als student al in 1966 voor Paterno en werd in 1969 assistent-coach. Dat bleef hij tot zijn pensioen in 1999, maar daarna bleef hij een graag geziene gast in het stadion, als begeleider van misdeelde jongetjes die hij steunde via zijn liefdadige stichting 'The Second Mile'.

Ook Sandusky was een begrip op de universiteit, en zijn stichting werd in het hele land geprezen. Maar nu staat Sandusky terecht voor ontucht met minstens acht van de jongens. Zijdelings bleek zijn baas, Joe Paterno, daarbij betrokken te zijn: een andere assistent-coach zag in 2002 in de douches van het stadion hoe Sandusky een naar schatting tienjarige jongen van achteren nam. Hij waarschuwde Paterno, en die lichtte conform de regels zijn bazen in. Die verboden de gepensioneerde Sandusky de toegang tot de douches, en daar bleef het bij.

Toen dat uitkwam, kreeg de reputatie van Penn State een onvoorstelbare dreun. Onder zware druk kondigde Paterno aan dat het lopende seizoen zijn laatste zou zijn, maar dat was opnieuw een onderschatting van de kwestie. Op 8 november werd hij naar huis gestuurd.

Het einde van het tijdperk-Paterno verwerkte iedereen op zijn eigen manier. Duizenden studenten demonstreerden tegen het ontslag van hun vereerde 'JoePa' en vochten met de politie. Pas een dag later was er ook een optocht voor de slachtoffers.

Paterno zei in een interview met de Washington Post: "Achteraf wilde ik dat ik meer had gedaan." Hij zei het fluisterend; de longkanker die een week na zijn ontslag bij hem was vastgesteld, was bijna met hem klaar.

Joseph Vincent Paterno werd geboren in Brooklyn, New York op 21 december 1926. Hij stierf in State College, Pennsylvania op 22 januari 2012.

Joe Paterno 1926-2012

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden