Trendy kunstenaarswijk met menselijke dimensies

Williamsburg, een onooglijke buurt in Brooklyn, New York wordt beschouwd als een van de hipste plekken van Amerika. In korte tijd heeft de voormalige volkswijk zich ontwikkeld tot een populair stadsdeel waar kunstenaars en trendy types het straatbeeld bepalen. Maar is Williamsburg bestand tegen z'n eigen succes?

Williamsburg, door inwoners ook wel liefkozend 'Billburg' genoemd, heeft zich binnen New York in rap tempo ontwikkeld tot de happening place to be. Kwamen locale bewoners decennialang naar de centraal gelegen Bedford Avenue voor de Poolse slagerijen en simpele deli's, sinds een jaar of drie wordt de winkelstraat bevolkt door hippe jonge mensen die zich met stevige brilmonturen, piercings en kleurige iMac laptops naar koffietentjes begeven die fruit-smoothies en focaccia met mozarella op het menu hebben staan. Naast restaurants, boetieks, cd-winkels en natuurlijk makelaarskantoortjes beginnen nu zelfs winkels met design-hebbedingetjes die in SoHo niet zouden misstaan, als paddestoelen uit de grond te springen. De buurt is als het ware een verlengstuk van de East Village, de meest trendy buurt op Manhattan, maar tegenwoordig veel te duur voor studenten, jonge kunstenaars en andere beginnende, niet gefortuneerde Newyorkers. Williamsburg ligt precies op de hoogte van de East Village aan de overkant van de East River, slechts één metrohalte verderop.

De East River is cruciaal. Het water -geen echte rivier overigens- is niet alleen een geografische grens tussen het eiland Manhattan en het immense stadsdeel Brooklyn dat in 1897 nog een aparte gemeente was, het vormt ook een psychologische barrière tussen het langgerekte eiland dat beroemd is om z'n wolkenkrabbers, Wall Street, gele taxi's en andere wereldwijd bekende ikonen en dat deel van de stad waar de 'normale mensen' wonen. Is Manhattan symbool komen te staan voor dynamiek, vluchtigheid en hoogmoed, Brooklyn staat voor traditie, continuïteit en bedachtzaamheid. Brooklyn is het kleinere zusje van Manhattan, doorgaans over het hoofd gezien door toeristen en de carrièrejagers die zich niet over de bruggen wagen.

Dat betekent dat de westoever van Brooklyn zich, lange tijd uit het zicht van investeerders en trendvolgers, in relatieve stilte heeft kunnen ontwikkelen tot een toevluchtsoord voor energieke Newyorkers zonder geld. Vanaf halverwege jaren tachtig trokken zij in steeds grotere getale het water over om zich aan de overkant te vestigen. In dit gebied, dat loopt van het noordelijke Greenpoint tot het voormalige havengebied Red Hook, leven en werken nu naar schatting zo'n 10000 kunstenaars. Maar Williamsburg, het gemakkelijkst per metro bereikbaar, is het kloppende hart.

Op het oog is Williamsburg geen bijzonder aantrekkelijke buurt: bomen zie je er weinig, de grond is ernstig vervuild en simpele huizen worden afgewisseld met oude, grotendeels leegstaande commerciële gebouwen en fabrieken en braakliggende stukjes land. Maar voor veel mensen is dit juist de charme van de buurt. De Nederlandse Paulien Lethen kocht er in 1986 een huis, toen de buurt nog 'rough' was. ,,Het was een beetje pionieren, met veel drugdealers en prostituees en zonder winkels of restaurants.' Maar juist de menselijke dimensies van de buurt trokken haar aan. ,,De huizen zijn laag, het is een beetje rommelig, er zijn tuintjes, je zit vlak bij de rivier ... het is heel leefbaar.' Lethen opende er drie jaar geleden haar 'Holland Tunnel', ongetwijfeld de kleinste galerie van New York. Het betreft een prefab tuinhuisje dat oorspronkelijk was bedoeld als overwinteringsplek voor haar planten. Tijdens een galerietoer door Williamsburg deed Lethen spontaan mee door in het huisje enkele kunstwerken (tussen de planten) ten toon te stellen. De naam ontstond toen iemand de vorm van het gebouwtje vergeleek met die van een tunnel.

Williamsburg bleek het perfecte klimaat te bieden voor jonge kunstenaars die er niet alleen goedkope woonruimte konden vinden, maar er ook zonder al te veel problemen met hun werk rommel en herrie konden maken. ,,Een mecca voor kunstenaars, performers, schrijvers, modeontwerpers', omschrijft Yuko Nii de buurt in die tijd. ,,Er heerste een unieke, bohémien sfeer.' De Japanse, in Brooklyn opgeleide kunstenares Nii richtte in 1996 het niet-commerciële Williamsburg Art & Historical Center op, overtuigd van de noodzaak van een centrale plek waar kunstenaars uit verschillende disciplines bij elkaar kunnen komen. Ze vestigde het centrum in een door haar gekocht negentiende-eeuws bankgebouw, pal naast de Williamsburg Bridge die sinds 1903 Manhattan en Williamsburg met elkaar verbindt. De vier verdiepingen van het schitterende pand, dat dringend toe is aan renovatie, worden gebruikt voor performances, tentoonstellingen, filmfestivals, lezingen, modeshows en repetities van theater-en dansgezelschappen.

Annie Herron opende al in 1991 in Williamsburg haar galerie Test-Site, maar uitsluitend 'avontuurlijk mensen' waagden zich destijds aan een bezoekje. Die onzichtbaarheid van Williamsburg voor de gevestigde Newyorkse kunstwereld had volgens haar z'n voordelen. ,,De kunst heeft zich hier vanaf eind jaren tachtig, toen het slecht ging met de economie, kunnen ontwikkelen zonder te worden opgemerkt. De kunst was cutting edge en trok veel nieuwe mensen aan die zich daarbij thuisvoelden.'

Inmiddels is de artistieke enclave Williamsburg ontdekt, zo bleek wel tijdens het eind september voor de eerste keer gehouden festival 'Elsewhere: Williamsburg'. De geuzennaam 'Elsewhere' verwijst naar de verzamelterm die Newyorkse tijdschriften doorgaans in hun kunstagenda's hanteren ter aanduiding van alles wat zich buiten de bekende kunstbuurten als SoHo, TriBeCa of Chelsea bevindt. Gedurende twee dagen zetten 33 galeries hun deuren wijd open en werden er evenementen als lezingen, muziekoptredens, rondleidingen en modeshows georganiseerd. Er waren zelfs shuttle busjes ingezet om bezoekers naar ver van elkaar gelegen lokaties te vervoeren. ,,Het leek wel een fast food restaurant', grapt Herron over haar huidige galerie Eyewash, daags na het festival. ,,Ik heb meer dan ooit verkocht en hier heel veel nieuwe mensen zien rondlopen.' Het publiek bestond volgens haar voor een aanzienlijk deel uit kunstverzamelaars en curatoren van musea, zoals van het prestigieuze Whitney Museum.

Echt cutting edge is de kunst die thans wordt gepresenteerd volgens Herron overigens niet meer. Eerder ,,voor elk wat wils'. Nii, die het huidige Williamsburg ,,trendy, niet avant-garde' noemt, onderschrijft dat. ,,Galeries specialiseren zich nauwelijks en kunstenaars werken in bijzonder uiteenlopende stijlen.' Ze betwijfelt dan ook of de geografische gemeenschap zoiets als een artistieke school of stroming zal voortbrengen. Daarvoor ontbreekt volgens haar een intellectuele ruggegraat. ,,Het gaat goed met de economie, mensen zijn luchthartig en positief en dat wordt in de kunst gereflecteerd: die is ook luchtig, kleurig. In de beginjaren zag je heel veel kunst gemaakt van voorwerpen die mensen langs de waterkant vonden. Dat leverde veel donkere objecten op, gemaakt van verweerde banden, stenen, hout of metaal. Inmiddels is de rivieroever veel schoner en zie je dat kunstenaars met veel meer verschillende materialen werken. De kunst is nu veel kleurrijker.'

Williamsburg mag de afgelopen jaren dan een plaats hebben veroverd binnen artistiek New York, het onderscheidt zich nog steeds duidelijk van bijvoorbeeld Chelsea, de buurt vol galeries aan de westkant van Manhattan. ,,Daar kun je een expositieruimte huren zo groot als mijn keuken en dan betaal je er vijf keer zoveel voor als hier', zegt Herron, wier Eyewash is gevestigd op de derde verdieping van een woonhuis. Zelfs al zou ze zich een lokatie met meer status kunnen veroorloven, dan nog zou ze Williamsburg niet verlaten. ,,Ik vind de sfeer hier veel beter', zegt Herron. ,,Kunsthandelaren werken met elkaar samen, ze zijn niet te beroerd met elkaar te lunchen. Dat zal in Chelsea nooit gebeuren. Daar is iedereen heel competitief.' Vanwaar dat mentaliteitverschil? Herron: ,,Handelaren die naar Williamsburg kwamen deden dat niet omdat ze verwachtten er geld mee te kunnen verdienen. Ze kwamen omdat ze hier konden doen wat ze graag wilden doen.' De meerderheid van de galeries is alleen in de weekenden of op afspraak geopend. Vrijwel niemand kan hier van kunst leven. Lethen: ,,Er wordt zwaar op toegelegd. Bij mij betalen kunstenaars mee aan de tentoonstellingen. Kosten voor drukwerk, mailingen en advertenties zou ik niet allemaal zelf kunnen betalen.'

Andere veranderingen in de kunstwereld spelen volgens Herron ook een rol. ,,Veel galeries worden geleid door kunstenaars zelf. Het is niet meer zo dat kunstenaars gaan zitten wachten tot ze een keer ergens mogen exposeren. Ze zijn veel onafhankelijker en zakelijker. Er was een tijd dat kunstenaars er prat op gingen niets van zakendoen te weten, maar business is geen vies woord meer.' Een gevolg daarvan is dat relaties tussen galerie en kunstenaar minder exclusief worden. Volgens Herron kan een kunstenaar die in Williamsburg is begonnen en vervolgens de overstap naar Chelsea maakt, werk blijven tentoonstellen in Williamsburg.

De vrees is gegrond dat onder al die toegenomen aandacht Williamsburg snel zal veranderen in een populaire yuppenbuurt waar juist voor de 'ontdekkers' geen plek meer is. Halverwege de twintigste eeuw werd de wijk bewoond door Poolse, Italiaanse en Puertoricaanse arbeidersfamilies en Hasidische Joden. De komst van andere immigranten en jonge artistieke bewoners maakte deze mix alleen nog maar bonter. Maar als de huidige ontwikkelingen zich voortzetten dan zal Williamsburg voor veel mensen onbetaalbaar worden. Nu al trekken nieuwe bewoners naar het ten noorden aangrenzende Greenpoint of verder oostwaarts, naar East Williamsburg.

Ondertussen zijn andere Brooklynse buurten langs het water, zoals DUMBO en Red Hook, al weer in opkomst. Leent DUMBO zich met zijn magnifieke uitzichten op de bruggen en de wolkenkrabbers van downtown Manhattan uitstekend voor projektontwikkelaars, de pioniers van New York hebben vooralsnog meer kans in Red Hook, een zuidelijker gelegen havengebied met veel laagbouw en arbeiderswoningen en niet bereikbaar per metro.

In New York zullen kunstenaars altijd op hun eigen avonturiersgeest moeten vertrouwen bij het vinden van een betaalbare, geschikte omgeving. Dat is hun tragische lot, meent Yuko Nii. ,,Ze zoeken goedkope plekken om te wonen, maken het daar mooi en worden vervolgens weer verdreven. Kunstenaars zijn een soort zigeuners, altijd in beweging.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden