Trek je niet te veel aan van al die bagger op internet

Lieve Natascha,

Wat een boeiende vraag die je me in je brief van vorige week stelt: hoe heerlijk moet het zijn geweest om jarenlang stukken te schrijven zonder meteen een gigantische bak stront over je uitgestort te krijgen? Is er ooit een tijd geweest dat je aan het publieke debat kon deelnemen zonder mikpunt van cyberhaat te worden? En hoe lang geleden is dat?

Eerlijk gezegd ben ik ook al bijna vergeten hoe het was om journalist te zijn zonder op internet verguisd te worden. Maar toen ik als jonge starter bij het weekblad Vrij Nederland begon, had je zelfs de computer niet. Artikelen werden in de jaren zeventig nog geschreven op een typemachine. Vooral de Remington was populair. Als je spijt had van de eerste alinea, zat er niets anders op dan een nieuw vel papier erin te draaien.

Wat is dat allemaal een stuk gemakkelijker en comfortabeler geworden! Ongeduldig in de rij voor de telefooncel staan hoefde niet meer toen de buzzer kwam en daarna de eerste Nokia. De fax maakte het mogelijk een stuk van de redactie in Amsterdam naar een Haags ministerie te sturen, zodat de motorkoerier niet meer ter hoogte van Leiden vastliep in de file.

Mij zal je niet snel zien terugverlangen naar de goede oude tijd! Maar natuurlijk heeft die snelle technologische doorbraak ook zo zijn schaduwzijden. De journalistiek was een gerespecteerd beroep. De parlementaire pers, waarvan ik deel uitmaakte, zag zichzelf als het keurcorps. Op feestjes werd belangstellend geïnformeerd of ik al die Kamerleden en ministers nou echt persoonlijk kende. Het gaf het gevoel dat je maatschappelijk werd gewaardeerd. De eerste scheur in het bastion was de opkomst van Pim Fortuyn die linkse journalisten als mij verweet te heulen met Ons Soort Mensen. Toen trok Wilders van leer tegen de Haagse elite, de wereldvreemde grachtengordel en de omroepen die aan het staatsinfuus liggen. Tien jaar later is het de gewoonste zaak van de wereld geworden elkaar van kwalijke bedoelingen te betichten. Op internet word je al snel voor een linkse moslimknuffelaar dan wel rechtse haatzaaier uitgemaakt.

Ik zelf heb een broertje dood aan grof taalgebruik maar toch zijn de heftige virtuele discussies van nu ook een teken van democratisering. Vroeger kwam iemand die het niet met een krantenstuk eens was niet verder dan een paar regels in de ingezonden brievenrubriek. Nu kan iedereen die zich miskend of gekwetst voelt, meteen reageren.

Ik geef toe dat jij je portie wel hebt gehad. Zoals die keer dat je in het tv-programma van Cees Grimbergen een lans brak voor vrede in het Midden-Oosten. Om vervolgens van Palestijnse kant voor een fascistische zionist te worden uitgemaakt en van Joodse kant voor een nestbevuiler en landverrader. Ik weet hoeveel pijn je dat heeft gedaan. Ik vind het bewonderenswaardig dat je desondanks doorgaat een genuanceerd maar krachtig geluid te laten horen.

Ik kan je alleen maar adviseren je niet te veel aan te trekken van die bagger op internet. Misschien zou je iets meer olifantshuid goed kunnen gebruiken.

Liefs,

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden