Treinreiziger kan fiets niet kwijt

Er is bijna overal te weinig plaats voor fietsen bij de stations. Gemeenten schatten de groei van het aantal fietsers verkeerd in.

Gemeenten hebben jarenlang het aantal fietsers van en naar treinstations onderschat, waardoor nu een landelijk tekort is aan stallingsplaatsen. „Pas vanaf eind jaren negentig is er serieuze aandacht voor de fietsenstalling ontstaan”, zegt Otto van Boggelen, coördinator van Fietsberaad, kenniscentrum voor fietsbeleid.

Bij vernieuwing van de stations is steeds gedacht dat het aantal fietsgebruikers en het aantal treinreizigers even hard zouden groeien. Van Boggelen: „Maar tussen 2000 en 2005 is het fietsgebruik met 50 procent toegenomen, terwijl het aantal treinreizigers slechts met 10 procent steeg.”

Volgens ProRail kampen stations met een tekort van 65.000 stallingsplaatsen. Dit tekort neemt tot 2010 toe tot 90.000. In deze schatting zijn sleutelstations als Amsterdam en Utrecht niet meegenomen. Volgens Miriam van Bree, woordvoerder van de Fietsersbond, is het tekort dan ook veel groter. „Voor een totaalbeeld hebben wij die sleutelstations wel meegenomen. Zo kwamen wij op een tekort van 120.000 plaatsen.”

Maar het tij lijkt te keren, met steden als Groningen en Zutphen als trendsetters op het gebied van fietsenstalling. De hoofdstations van beide steden hebben ondergrondse, bewaakte, en vooral gratis kelders om fietsen in te stallen. Via een directe verbinding met de perrons zit de reiziger snel in de trein.

„Groningen en Zutphen zijn een groot succes”, zegt Van Boggelen. „Door de bewaking is de fietsendiefstal afgenomen en ook de stationsomgeving is mooier geworden. Daar is niet alleen de gemeente, maar ook de middenstand tevreden mee.”

Volgens hem hadden Groningen en Zutphen geluk en kregen ze veel financiële steun van Verkeer en Waterstaat. Ook de gemeenten gaven fietsenstallingen prioriteit. Maar dat is lang niet overal het geval. Van Boggelen: „Bij de vernieuwingsplannen voor stations wordt meer nagedacht over de verbinding met de busstations.” De fietsenstalling wordt als bijzaak gezien. Een gemiste kans, vindt Van Boggelen. „De fietsenstalling, wanneer vroeg meegenomen in grote vastgoedplannen, kost maar een fractie van het totale budget.”

Ondergrondse stallingsplaatsen zijn overigens niet altijd de oplossing. Van Bree van de Fietsersbond: „Bij de bewaakte stalling in Zutphen zijn de grenzen al in zicht. Een volle kelder kun je niet uitbreiden.” Bovendien is de noodzakelijke bewaking duur. Van Boggelen: „Bij een station als Utrecht zal een combinatie moeten worden gevonden van bewaakte fietsenstallingen voor mensen die bereid zijn te betalen en gratis fietsenrekken voor mensen die op een goedkoop fietsje rondrijden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden