'Treffende gelijkenis in ééne minuut'

Foto's hebben hun geschiedenis, de geschiedenis heeft haar foto's. Trouw bladert door het album van Nederland. Vandaag deel 2: Rondreizende fotografen en hobbyisten introduceerden hier de fotografie. Familieleden van de Amsterdamse jurist Asser beschikten als eersten over opnames van hun jeugd.

Diverse musea in binnen- en buitenland hebben nog altijd werk van Christiaan Portman in hun collectie. Let wel, het gaat om zijn wat gedateerd aandoende historiestukken. Niet om zijn pioniersarbeid op het gebied van de fotografie. Christiaan Portman dreef aan het Singel in Amsterdam een winkel in schilder- en tekenbenodigdheden. Zelf schilderde hij ook: werken die Hollands glorie bezongen zoals 'De dood van Willem Barentsz op Nova Zembla, 1597'. Een zorgvuldig uitgedachte sterfscène voor immense ijsschotsen en onheilszwangere wolken, met ondanks alle ontberingen een ongeschonden wapperende Nederlandse driekleur.

Voor de jaarlijkse Tentoonstelling van Kunstwerken van Levende Meesters in de Teeken-Academie in Den Haag zond Portman een schilderij in dat de protestantse elite moest kunnen bekoren: 'Luther biddende voor den kranken Melanchton'. De in september verschenen catalogus maakte geen melding van een andere inzending van de schilder. Publicaties van een maand later deden dat wel. Van hem hingen er een aantal daguerrotypieën met taferelen uit Parijs en een aantal opnames die hij zelf maakte in de binnenstad van Amsterdam en bij de Hofvijver in Den Haag. Portman was er snel bij. De uitvinding van Daguerre was pas in augustus van dat jaar in de Parijse Académie des Sciences gepresenteerd.

De daguerrotypieën van Portman zijn niet bewaard gebleven. Daarom moet voor de oudst geconserveerde foto in Nederland de gang worden gemaakt naar het Stedelijk Museum in Zutphen. "Vriendschap is de bloesem van een ogenblik, en de vrucht van den tijd", dichtte Willem Hallegraeff, apotheker in die stad, op 25 november 1839 in het album amicorum voor de schilder Aarnout van Eyndhoven. Hij voegde er een in die tijd geliefd tafereel bij: een verliefd paartje en een ruïne in een romantisch landschap. Het was geen originele tekening maar de foto van een tekening. Hallegraeff koos voor een caliotypie in plaats van een daguerrotypie. Groot is de zoutafdruk, negatief op papier, niet. De afbeelding meet slechts acht bij tien centimeter. De afdruk voor Van Eyndhoven kan er een van velen zijn geweest. Caliotypieën waren anders dan daguerrotypieën reproduceerbaar. Het ene bewaard gebleven exemplaar uit het vriendenboek is sinds 2012 terug in Zutphen. Het kan slechts heel af en toe worden geëxposeerd, omdat het licht anders onherstelbare schade aanricht.

In de jaren na 1839 trokken de eerste fotografen door Nederland. Pas enige tijd later gingen ze zich op vaste plaatsen vestigen. Dat had alles te maken met de kleine markt. Jezelf laten vereeuwigen kostte een vermogen. Tien tot vijftien gulden voor een eenvoudig portret was geen uitzondering. Arbeiders en dagloners moesten voor zo'n bedrag destijds minstens een week of drie werken.

De oudste exact gedateerde Nederlandse foto is dan ook een portret, van de vermogende Dordtse suikerbakker Henri Vriesendorp. 26 juli 1842 staat er op de achterkant. Een week eerder adverteerde een Franse fotograaf in de Dordrechtse Courant met 'portraits au daguerrotipe'. Klanten werd 'een feilloze gelijkenis' beloofd. Maar de man zou op 23 juli weer vertrekken uit de Merwedestad. De datering kan alleen kloppen als hij langer is gebleven. Het is ook mogelijk dat de foto is gemaakt in Rotterdam, waar een andere Fransman in dezelfde dagen een tijdelijke studio had ingericht in een hotel. Zijn slogan had wat weg van die van zijn landgenoot: 'Onmisbaar treffende gelijkenis in ééne minuut'.

De ontdekker van de foto van Vriesendorp is fotohistoricus Saskia Asser. Haar belangstelling voor het onderwerp is geen toeval. Ze is een verwante van de Amsterdamse advocaat en fotopionier Eduard Isaac Asser (1809-1894). Hoewel van huis uit voorbestemd voor een loopbaan in een rechtsbedrijf mocht hij zich van jongs af aan ook bekwamen in tekenen en schilderen. Niet zonder enig talent. Meermalen stuurde ook hij werk in naar de jaarlijkse Tentoonstelling van Kunstwerken van Levende Meesters, de eerste keer op zijn veertiende. Portretten hadden zijn voorkeur. Ze moesten vooral goed lijken, vond hij. Meer nog dan de schilderkunst bood het nieuwe medium fotografie wat dat betreft ongekende mogelijkheden. Asser had niet alleen de interesse maar ook de middelen om al in de vroege jaren van de negentiende eeuw de benodigdheden aan te schaffen. Kennelijk had hij naast zijn werk en vele bestuursactiviteiten tijd om zich het ingewikkelde procedé met koperen platen en chemische trucs eigen te maken. Proefondervindelijk moest hij leren wat werkte en niet werkte, ook waar het ging om de beste plekken en momenten om foto's te maken. Goed natuurlijk licht, in de zomer meer voorradig dan in andere jaargetijden, was een vereiste.

Dochter Charlotte was waarschijnlijk een van de eersten die voor haar vader poseerde. Gekleed in een mooie jurk, met pijpenkrullen in haar donkere haar keek ze vanuit haar ooghoeken naar de camera. Ook andere grote en kleine Assers waren onderwerp voor Eduard Isaac. Een van hen was bijvoorbeeld de jonge Tobias Asser, die in 1911 de Nobelprijs voor de Vrede zou krijgen voor zijn inspanningen voor het internationaal recht.

Bij de foto van de jonge Charlotte ontbreekt, net als bij de andere, een exacte datering. Maar omdat ze op het portret oogt als een meisje van een jaar of zes, moet deze rond 1842 zijn gemaakt. Als eersten in Nederland konden de Assers beschikken over wat wij heel normaal zijn gaan vinden: beelden van een opgroeiproces. Op foto's van haar vader kunnen we Charlotte groot zien worden. Vlak voor ze het huis uit ging, poseerde de hele familie nog eens voor de camera.

De beeldtaal van Eduard Asser was die van een schilder. Ook zijn onderwerpen leken rechtstreeks voort te komen uit die tak van beeldende kunst: portretten, stadsgezichten, stillevens die knipoogden naar de meesters uit de Gouden Eeuw. De inspiratie laat zich verklaren uit Assers eigen achtergrond als hobbyschilder, maar zal ook zijn voortgekomen uit een nog ontbrekende traditie op het gebied van de fotografie.

Zelf stond hij na verloop van tijd steeds minder achter de camera. Vanaf de tweede helft van de jaren vijftig van de negentiende eeuw leek hij meer geïnteresseerd in reproductieprocedés. Niet zonder succes. Asser was medeverantwoordelijk voor een doorbraak op het gebied van de fotolithografie. Bovendien bleef hij tot op hoge leeftijd betrokken bij fotografenverenigingen en -bladen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden