Trapgevel tussen de skyscrapers

Gevels en straatnamen herinneren in New York nog altijd aan de Nederlandse periode. Heleen Westerhuijs en Gajus Scheltema maakten een reisgids van deze herkenningspunten, waarvan de Nederlandse vertaling gisteren verscheen. 'Het was een helse klus.'

Omhoog kijken, echte New Yorkers doen het zelden. "Te druk en altijd haast", zegt Heleen Westerhuijs, architectuurhistoricus en woonachtig in de wijk Chelsea op Manhattan.

"Maar er is zoveel te zien hier", zegt ze terwijl ze in de buurt rond Wall Street op het staartje van Manhattan loopt. Westerhuijs (29) staat op William Street en wijst naar twee kleine huisjes met een trapgevel, midden tussen de wolkenkrabbers, parkeergarages en fastfoodrestaurants die New York rijk is. Onmiskenbaar is dit een erfenis uit de negentiende-eeuwse 'Holland Mania'. Westerhuijs: "Je moet hier vaker omhoog kijken, dan zie je zulke dingen."

Om te vertellen over haar laatste project is Westerhuijs op Pearl Street (voormalig Paerlstraat) in Fraunces Tavern, vlakbij Wall Street, waar de Nederlanders een verdedigingsmuur een 'Wall' bouwden. Naast Broad Street (voormalige Herengracht) ligt het café Fraunces Tavern, gebouwd van bakstenen die door de Nederlanders werden meegenomen. Daar gaf generaal George Washington in 1783 zijn afscheidsdiner.

Het zuiden van Manhattan, bekend als Downtown, vindt Westerhuijs een mooi voorbeeld van de mix van Nederlandse en Amerikaanse ontdekkingsdrift. De korte straatjes kringelen over de zuidpunt, grote avenues en kaarsrechte dwarsstraten zoals op de rest van Manhattan zijn er niet. Wel wolkenkrabbers dus. "Neergeplempt in het Nederlandse stratenplan", zegt Westerhuijs. "Het doet me vreselijk veel", zegt de Nederlandse, "dat de Nederlanders hier ooit aankwamen."

Precies daarover sprak Westerhuijs in 2008 tijdens de nieuwjaarsborrel op het Nederlandse consulaat met Gajus Scheltema, toen nog consul-generaal, tegenwoordig ambassadeur in Pakistan. Samen verbaasden ze zich erover dat nog niemand een reisboek had geschreven over de Nederlandse herkenningspunten in Amerika. De twee besloten om dat project samen op te pakken.

"We waren een goede combinatie. Door Gajus Scheltema gingen voor ons deuren open die anders zeker gesloten waren gebleven en ik had grenzeloze energie en tijd."

Ondertussen weten Scheltema en Westerhuijs waarom dat boek nog niet bestond. Westerhuijs: "Het is een helse klus geweest." Dag en nacht waren ze ermee bezig. Aan het boek schreven 26 deskundigen mee. Zoals Jaap Jacobs, die lesgeeft aan de prestigieuze Harvard Universiteit en aan een biografie van Peter Stuyvesant, de laatste Nederlandse gouverneur van Nieuw Nederland. Ook Charles Gehring van het New Netherland Institute in New York leverde een bijdrage aan het boek, dat vorig jaar al in het Engels uitkwam. Scheltema en Westerhuijs kozen voor deze taal om een grotere lezersgroep te bereiken. "Maar we wilen het boek nu ook thuisbrengen naar Nederland", zegt Westerhuijs. "Historische referenties wil je in je eigen taal lezen."

Het boek gaat terug naar 1609, toen de Brit Henry Hudson onder Nederlandse vlag op het VOC-schip Halve Maen vanaf Texel een nieuwe route naar Azië wilde vinden en in plaats daarvan naar de oostkust van het Noord-Amerikaanse continent voer.

Een nieuwe handelsroute werd geboren en in 1626 bouwden de Nederlanders hun eerste fort op de zuidpunt van Manhattan (toen nog Manna Hatta, zoals de Indiaanse inwoners het noemden, dat vrij vertaald 'heuvelachtig eiland' betekent). Indianen lieten er tot die tijd hun vee grazen.

De Nederlanders kochten het schiereiland voor een bedrag van zestig gulden en noemden het Nieuw Nederland. Maar ondernemende Nederlanders wilden liever handelen vanuit Brazilië en het toenmalige Oost-Indië. Daar werden ze sneller rijk. De kolonie werd onder druk van de Britten in 1664 geruild voor Suriname.

Uit die paar decennia dat de Nederlanders de scepter zwaaiden over een deel van het noordoosten van de VS, zijn nog overal straatnamen, graven, huizen en andere bouwkundige herkenningspunten te vinden in New York City, de staten New Jersey en Delaware en de Hudson Vallei. Breuckelen werd Brooklyn, Vlissingen heet nu Flushing en Boswijck werd Bushwick. Die punten, met daarbij zeventien essays over de Nederlandse geschiedenis, staan in het boek van Scheltema en Westerhuijs verzameld. Wat het geschiedenisboek bijzonder maakt, zijn de twaalf plattegronden met herkenningspunten, met achterin de gids alle adressen, telefoonnummers en openingstijden.

Westerhuijs heeft het onderwerp nog niet losgelaten. Ze is zo enthousiast, dat ze liefst iedere passerende New Yorker zou wijzen op het Nederlands erfgoed in het zuiden van de stad. "Amerikanen roepen heel graag en heel gauw dat iets 'Dutch' is." En sommige onderwerpen, zoals de slavernij die in het boek in drie van de bijna 250 pagina's wordt genoemd, verdienen volgens haar meer aandacht. "Ik zou graag nog verder in dit thema duiken."

Gajus Scheltema en Heleen Westerhuijs (red.): 'Nederlands New York. Een reisgids naar het erfgoed van Nieuw Nederland'.

Mension Publishers. 22,50 euro.

Doughnut of oliekoeck?
In New York is de doughnut overal verkrijgbaar. Een plakkerig zoete calorieënbom met een gat in het midden en een rondje suiker, chocolade of glazuur op de bovenkant. Oer-Amerikaans. Of toch niet? Volgens Peter Rose, een van de essayisten in het boek 'Nederlands New York, een reisgids naar het erfgoed van Nieuw Nederland', is de doughnut een Nederlandse uitvinding. De Nederlanders brachten de koek in de vroege zeventiende eeuw naar Nieuw Nederland als de 'oliekoeck'; een gefrituurd balletje meel met kaneel en rozijnen (meestal gedoopt in brandewijn) en een handjevol amandelen. Het patent op het gat in het midden hebben de Nederlanders niet. Dat werd pas in de negentiende eeuw toegevoegd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden