Tranen van geluk én van verdriet

Nederland haalde op de WK baanwielrennen liefst acht medailles. Toch is er ook reden voor bezinning. De boegbeelden Bos en Kanis faalden opzichtig.

Op het middenterrein van het Velodrome in Manchester was de omhelzing intens. Teun Mulder was net wereldkampioen geworden. Hij raffelde de tijdrit van één kilometer verrassend als snelste af. Net van zijn fiets gestapt kwam hij Theo Bos tegen, het boegbeeld van de Nederlandse baanwielerploeg. De lach op het gezicht van Mulder was triomfantelijk, de felicitatie van Bos gemeend. „Maar ik bekijk hem wel met een jaloerse blik,” bekende Bos.

Mulder groeide op de wereldkampioenschappen uit tot de succesvolste renner in de Nederlandse ploeg. Hij won brons op de teamsprint, zilver op keirin en sloot het toernooi af als snelste man op de kilometer. Dat was voorafgaand aan het toernooi niet verwacht. Alle ogen waren gericht op Bos – die in het olympische jaar graag zijn status als onbetwist sterkste sprinter bevestigd wilde zien.

Bos bleek in Manchester echter lang niet zo sterk als hij had gedacht. Op de sprint sneuvelde hij al in de kwartfinale, tegen de latere winnaar Chris Hoy. Op de keirin mislukte zijn poging zich te revancheren – ook daar werd hij al snel uitgeschakeld. Het brons op de teamsprint was slechts een klein pleistertje op de gapende wonde. „Er is veel werk aan de winkel”, concludeerde hij na afloop van zijn races droogjes.

Bos is een sporter die graag zijn eigen koers bepaalt. Dat ging jarenlang goed. Hij won de ene na de andere wedstrijd en was sinds 2005 ongeslagen op de sprint. Nu de Spelen naderbij komen, blijkt zijn aanpak niet langer onbetwist de beste. Bondscoach Peter Pieters: „Hij is stil blijven staan, terwijl de andere renners een stap vooruit hebben gezet. Dat is een belangrijke waarschuwing.”

Bos vond het achterliggende maanden niet nodig om veel wedstrijden te rijden. Pieters liet zijn pupil zijn gang gaan, maar had wel zijn bedenkingen. Hij vroeg zich af of het wel verstandig was om maar één wereldbeker sprint te fietsen. Pieters denkt dat het gebrek aan wedstrijdritme een belangrijke oorzaak is van de terugval van Bos. „Je moet altijd rijden, competitie opdoen. Theo vindt dat niet nodig. Maar kijk eens naar Hoy: die heeft de afgelopen maanden alles gereden.”

Pieters gaat zich de komende maanden wat nadrukkelijker bezighouden met Theo Bos. Hij wil in ieder geval met hem praten. „Om te kijken hoe het zover heeft kunnen komen.”

Bos zocht zelf ook naar verklaringen, die hij niet of nauwelijks vond. Hij voelde zich anders dan anders voor de wereldkampioenschappen, was meer ontspannen. Met het oog op Spelen kon hij daar wel mee leven. Bos: „Vanuit ontspanning kun je normaal goed fietsen, maar nu ging het niet goed. Ik ben gewoon niet in topvorm. En dan gaan er dingen mis die normaal niet mis gaan.”

Uiteindelijk kwam hij tot de conclusie dat het in Peking niet eenvoudig wordt een medaille te halen. De concurrentie heeft hem ingehaald. „Iedereen staat nu op scherp. Dat kan een goede ontwikkeling zijn. Ik zal in de training niet op dezelfde manier doorgaan, meer risico’s nemen, dingen uitproberen. Het moet gewoon harder. Zo simpel is het.”

Bos was niet de enige dissonant in de Nederlandse ploeg. De equipe van Pieters sloot de titelstrijd in Manchester af met een tweede plaats in het medailleklassement, haalde liefst acht medailles, maar zag de boegbeelden falen. Bij de vrouwen kon sprintster Willy Kanis haar status niet waarmaken. De winnares van de wereldbeker kwam er zowel in de sprint als in de keirin niet aan te pas. Dat was wél verwacht. Huilend zocht ze gisteravond troost bij haar teamgenotes – de twijfel straalde van haar gezicht.

Het zorgde voor grote tegenstellingen in het Nederlandse kamp. In het laatste weekeinde haalden Ellen van Dijk (scratch), Teun Mulder en Marianne Vos (puntenkoers) een gouden medaille, waardoor er naast de vertwijfeling over Bos en Kanis ook vreugde beklijfde. Drie van de acht medailles werden gehaald op niet-olympische onderdelen, iets dat het beeld wel enigszins vertroebelt. Mulder haalde er zijn schouders over op: „Een plak is een plak, het maakt mij niet uit op welke afstand die is behaald.”

Mulder straalde gistermiddag. Hij genoot van de aandacht, was opgetogen dat Jan-Peter Balkenende hem belde. Ook Van Dijk lachte haar tanden meer dan eens bloot, vierde haar wereldtitel uitbundig. Drie stoelen naast haar veegde Kanis de tranen van de wangen; Bos zocht een plaatsje op de tribune, zei cynisch dat hij dit toernooi beter had gepresteerd als toeschouwer: „We moeten de komende maanden niet één stap, maar twee stappen zetten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden