Tranen uit de hemel en olie uit de polder

De vragen zijn eigenlijk taboe. Toch bekruipen ze de toeschouwer die voor een schilderij, sculptuur, installatie of ander kunstwerk staat: wat bedoelt deze kunstenaar? Peter Henk Steenhuis stelt verboden vragen aan Jan van Munster en Birthe Leemeijer.

Er is niet veel te zien, er is nog minder te horen. In de Schiedamse kunststokerij de Ketelfactory pendel ik van een glazen kraantje dat een hele wand beslaat via flesjes alcohol en moutwijn naar een witte, ijskoude staaf, die in een ijzeren staketsel nauwelijks waarneembaar beweegt in de ruimte.

Het kraantje hoort bij het werk van Birthe Leemeijer; de ijskoude staaf is het hart van een installatie van beeldend kunstenaar Jan van Munster. En de flesjes alcohol en moutwijn zijn van jeneverstoker Nolet, mecenas van de Ketelfactory. De flesjes staan hier niet als reclame, ze zijn neergezet op verzoek van de kunstenaars en maken deel uit van de tentoonstelling 'Door tijd en ruimte'.

"Ik kom uit Gorkum", zegt Van Munster. "Daar vroegen we in de kroeg wel om een Schiedammertje. Dat was jenever. Nu stook ik, bijna in de achtertuin van de jeneverstokerij, Schiedams water."

Van Munster maakt dat water met de twaalf millimeter dikke koperen staaf, die nu van de kou wit is uitgeslagen maar vanochtend nog zwart oogde. Een compressor bovenop het beeld ontrekt water uit de lucht, dat in de vorm van ijskristallen aangroeit op de staaf. De lichte beweging onderaan de staaf wordt veroorzaakt door de energie die de staaf koelt. "Ik wil in mijn werk het onzichtbare laten zien", zegt van Munster. "Vanavond om twaalf uur is de staaf vier, vijf centimeter dikker. Zo maak ik luchtvochtigheid zichtbaar."

Ik probeer me voor te stellen hoe de sculptuur verandert als tussen deze ranke, zwarte poten een veel dikkere, witte staaf bungelt. Misschien bungelt er dan geen staaf meer, maar hangt er eerder een betonachtige pilaar. En is de energie dan nog te zien, of is het geheel te massief geworden om trillingen door te laten?

Is het beeld om twaalf uur mooier?

"De sculptuur verandert zeker, met het groeien van de omvang wordt het beeld brutaler, agressiever. Als je er vanavond tegenover staat, ontstaat een andere spanning, zoals de spanning tussen mensen verandert wanneer je dichter in iemands ruimte doordringt, of iemand beter leert kennen. Nu ik met jou zit te praten, ben ik gespannen. Ik weet niet hoe dicht wij elkaar kunnen naderen. Als beeldhouwer wil ik spanning in ruimte vormgeven.'

En moet die vormgeving mooi zijn, of is schoonheid een onbelangrijke maatstaf?

"Hoe goed een idee ook is, uiteindelijk maak ik een beeld. Een sculptuur mag zeker esthetisch zijn. Daar doe ik ook mijn best voor, ik denk na over de kleur van de materialen, de hoogte, het gewicht, waar de compressor moet staan, hoe de elektra loopt.

Niets mag de aandacht afleiden van de essentie. Maar alleen esthetiek heeft geen zin, er zijn mooie beelden genoeg."

Wat is die essentie? De nauwelijks zichtbare energie? De ijskristallen? Nu zie ik pas dat er meer in de ruimte staat dan ik aanvankelijk dacht. De andere objecten vallen enigszins in het niet bij de wit uitgeslagen staaf. Er is een tafel met een aantal medicijnflesjes, een tiental kleine glaasjes, een doktersjas aan een knaapje, een houten doosje met het opschrift Tears from heaven.

Van Munster: "Elke dag laat ik de staaf ontdooien, dan gaat hij huilen. Het water vang ik op in de flesjes, dat zijn de hemeltranen. Je kunt ze ook proeven."

Uit een van de flesjes schenkt Van Munster een borrelglaasje water in. Tijdens het proeven word ik afgeleid. Waardoor? Doordat het een beetje belachelijk is zo aandachtig water te proeven, terwijl ik het gewoonlijk wegklok? Proeven hoort bij wijn, of bij de jenever die een paar meter verderop staat. Maar proeven hoort niet bij een kunstwerk. Toch? Ik associeer smaak sowieso nauwelijks met kunst; ineens besef ik dat van alle zintuigen het gezichtsvermogen en het gehoor de kunst domineren. Smaak en geur komen slechts sporadisch aan bod. Is dat hier anders?

Als het water onderdeel is van het kunstwerk, is het drinken dat dan ook?

"Ja. Ik heb dit beeld een keer tentoongesteld in een kerk in Noord-Holland. Toen heb ik de pastoor gevraagd of hij het leuk zou vinden als we de staaf tijdens de dienst zouden laten ontdooien, zodat de parochianen het hemelwater na de eucharistie konden drinken. De pastoor vond dit een inspirerend idee: zijn preek ging die zondag over de functie van water in de Bijbel, over handen wassen, voeten wassen, de zondvloed, en over dorst. Nadat de ouwel gegeten was, de wijn gedronken, werden de kerkgangers uitgenodigd het hemelwater te proeven. De meesten kwamen, sommigen durfden niet. Doordat mijn beeld de voorganger geïnspireerd had, kreeg het voor mij een veel sterkere lading.

Noord-Hollandse water met een bijna religieuze lading. Zet je de sculptuur in een woestijn, dan koppel je het beeld onmiddellijk aan het waterprobleem. Mijn Schiedamse water is onmogelijk los te zien van de jenever die hier vlakbij gestookt wordt. Daarom wilden wij ook graag die jenever bij de tentoonstelling betrekken."

Het Schiedamse water heeft nauwelijks smaak, het is hooguit wat flauw. "Het ontbreken van smaak valt als eerste op, dat komt door de afwezigheid van mineralen. Vooral het ontbreken van zout proef je. Mijn apparaat destilleert pure luchtvochtigheid. Maar als je het op meerdere locaties proeft, onderscheid je verschillen. Elke ruimte heeft zijn eigen smaak."

Ik loop naar de tafel die een paar meter voor het staketsel staat. Er ligt een briefje op, met de tekst: "Hemeltranen 2012. Dit hooggekwalificeerde Schiedamse water is gewonnen uit ijskristallen van het kunstwerk 'Energie'. Het water is helder, smaakloos, geeft energie en houdt jong. Gebotteld in flessen van 250 cc, genummerd en gesigneerd."

Van Munster: "De tekst is ironisch bedoeld. Een grapje en parodie op alle onzinreclames die je dagelijks voorbij ziet komen."

Ineens schiet een vreemde gedachte door me heen: als het water een bestanddeel is van het kunstwerk, het drinken er deel vanuit maakt, dan begin ik nu, nu ik van het water gedronken heb, ook een fragment van het werk te worden.

Is dat een grap, onzin, ironie?

"Een goed kunstwerk moet dubbele bodems hebben, je moet er vrolijk van kunnen worden, kwaad, agressief. Uiteindelijk gaat het mij om het effect dat dit beeld op de toeschouwer heeft. Wat blijft er over als je een maand later terugdenkt aan dit werk? Niet de tafel, de flesjes, het water, de koperen staaf - dat is allemaal theater. Maar de indruk die het werk op jou gemaakt heeft. Dat jij je nu afvraagt of je deel uitmaakt van een kunstwerk vind ik een goed effect. Ik denk inderdaad dat de mogelijkheid de hemeltranen te drinken het werk groter maakt, ruimer. Jij neemt het mee, ook als je straks de tentoonstelling verlaat. Deze sculptuur gaat door tijd en ruimte, en eindigt pas in het riool."

We lopen naar het andere werk op de tentoonstelling, naar het kraantje van Birthe Leemeijer. Terloops passeren we de flesjes van de jeneverstoker. Even ruiken.

Het eerste bestaat uit vijftig procent alcohol, dat is de basis van de jenever. Het tweede geeft een lekkere, volle geur. Het is 47 procent moutwijn, een ingrediënt van de jenever dat doet denken aan een malt whisky. Het derde flesje heeft minder geur, het is 74 procent gestookte moutwijn. Naarmate je verder stookt, een hoger percentage alcohol krijgt, verlies je automatisch geur - zo laat ik me vertellen. Vreemd idee, net als het Schiedamse water van Van Munster gaat ook deze jenever door tijd en ruimte. En eindigt eveneens in het riool.

Hemelwater, een paar passen verderop jenever, nog een paar passen verder, aan een verder kale wand, het glazen kraantje van Birthe Leemeijer. Een mooi kraantje, zeker, maar naar mijn idee zo te koop bij de betere sanitairzaak. Het kan onmogelijk de bedoeling zijn dat ik mijn aandacht alleen op dit kraantje richt.

Zou je het open kunnen draaien? En wat gebeurt er dan?

"Dan druppelt er de essentie uit van de polder Mastenbroek", zegt Birthe Leemeijer.

Uit een klein doorzichtig kraantje? Dat is weer wat anders dan Schiedams hemelwater.

"Anders, maar wel vergelijkbaar. Net als Jan van Munster heb ik geprobeerd de ruimte van de Ketelfactory anders te definiëren. Gewoonlijk zijn hier schilderijen te zien, tekeningen, beelden. Hij vangt de essentie van de tentoonstellingsruimte, waar ik de essentie van het Mastenbroekse landschap probeerde te vangen.

De meeste kunstenaars proberen in hun werk tot uitdrukking te brengen wat er in hun hoofd of in hun lichaam omgaat. Ik ben in mijn werk altijd bezig met wat er in het hoofd van de ander gebeurt. Op het moment dat ik de opdracht kreeg op zoek te gaan naar de essentie van de polder Mastenbroek wist ik onmiddellijk: alleen de bewoners van het dorp kunnen mij naar die essentie brengen."

Mastenbroek is een middeleeuwse polder in de gemeentes Zwartewaterland, Kampen en Zwolle. Middenin ligt de gelijknamige kleine dorpskern met school, verenigingsgebouw en kerk.

"Toen ik in 2005 aan de slag ging, stond het gebied sterk onder druk. Het boerenbedrijf kwijnde weg, het was niet langer vanzelfsprekend dat de nieuwe generatie het familiebedrijf zou overnemen. Op zoek naar meer ruimte emigreerden nogal wat boeren naar Canada. Buiten dat wilden de omliggende steden en dorpen Genemuiden, Hasselt, Kampen en Zwolle in het gebied nieuwbouw plegen. Ik was nog net op tijd om de verhalen over het oude Mastenbroek te horen, en een beeld te krijgen van een tamelijk gesloten gemeenschap."

Van verhaal naar geur is een hele stap.

"Eigenlijk ging het omgekeerd: van geur naar verhaal. Ik heb een keer op het dak gestaan van het parfummuseum in Grasse - de bakermat van de parfumindustrie. Op het dak stonden in kassen planten, ernaast stond een flesje met de geur van de plant. Als je zo'n plant in geur kunt vangen, dacht ik, dan moet het ook mogelijk zijn een landschap in geur te vangen."

Een landschap in een flesje olie?

"Ik stelde me een fabriek voor waar je het landschap aan de ene kant in kunt stoppen en een druppel aan de andere zijde uit komt. Met dat idee heb ik een 'essenceclub' opgericht, een groep Mastenbroekers die mij de kenmerkende geuren van de polder en de gemeenschap konden aandragen. Gras, hooi, gekuild gras, de geur van de herfst, als de koeien geschoren werden, de weidsheid van het landschap, slootwater. Omdat ik vermoedde dat de kerk ook verwerkt zou moeten worden, had ik naar een bijeenkomst pepermunt meegenomen. Maar nee, de kerk hoefde er niet in.

Ik ontdekte dat in de buurt van Mastenbroek een geurproducent zat. Hij was geen parfumeur, maar had geurstaven, die hij meenam naar de bijeenkomst met de bewoners. De verschillende geuren bleken de verbeelding van de bewoners enorm te stimuleren, herinneringen wakker te roepen, verhalen aan te jagen. Ik naderde het oude Mastenbroek."

Al die geuren zitten nu in een flesje?

"Nee. Met de verslagen van de bijeenkomsten ben ik naar een parfumeur gegaan. Hij heeft geluisterd, en is gaan componeren, heeft geurlaag op geurlaag gestapeld.

Op het moment dat de parfumeur in beeld kwam, veranderde het project radicaal. Tot dat moment was het realistisch, nu werd het opgetild naar een abstract niveau. We waren nu niet meer op zoek naar stalgeur, maar naar een mengsel dat voor iedereen Mastenbroek zou representeren. Met verschillende geuren ben ik teruggegaan naar het dorp. Mouwen opstropen en stippen zetten. Met het commentaar weer naar de parfumeur. Uiteindelijk waren we het erover eens wat de geur moest worden.

De geur is ook in Mastenbroek gelanceerd. Later is het parfum vrij veel verkocht in De Bijenkorf, maar ook in het buitenland. De bron staat nog steeds in Mastenbroek, op een idyllisch plekje. Door een glazen buis kun je uit de grond de essentie van Mastenbroek oppompen. De streekwinkel doet nu de verkoop. Iedereen die eens een flesje gekocht heeft, kan het bij de bron bijvullen."

En dit kraantje?

"Achter deze muur loopt een geheim glazen leidingstelsel, dat het parfum voor jou van de bron in Mastenbroek naar Schiedam brengt, waar de geschiedenis van jeneverstokers heel andere geuren heeft voortgebracht. Wil je het ruiken?"

Voorzichtig draait Leemeijer het kraantje open. "Jij dacht dat het een tamelijk willekeurig kraantje was. Dat is niet zo. Het kraantje is van glas, waardoor het vluchtige, niet visuele dat geur is, benadrukt wordt. Toen ik het kraantje ging uitlichten, merkte ik dat het zo doorzichtig is dat je eigenlijk vooral de schaduw ziet."

Een dikke, okergele druppel valt op mijn wijsvinger. Geen tranen uit de hemel, maar olie uit de polder. Terwijl het parfum droogt, toont Leemeijer het doosje waarin het parfum L' Essence de Mastenbroek verpakt zit.

Bij inhoud staat: "Essenties van lucht, wolken, water, vee, gras, grond." Ruik ik dat? Hoe lucht en wolken ruiken weet ik niet, maar deze frisse geur is niet gronderig, zurig, grassig of waterig.

Viel me eerst op dat het gezichtsvermogen en het gehoor de kunst domineren, nu ervaar ik hoe slecht ik in staat ben geuren te beschrijven. Dat schijnt te komen doordat ons reukorgaan vroeg in de evolutie is ontstaan, waardoor het weinig verbinding onderhoudt met de nieuwste delen van de hersenen - de neocortex - waar het taalcentrum huist. Maar we hechten wel veel waarde aan geuren; een vleug parfum kan ons terugvoeren naar ons verste verleden.

"Ik heb post gehad van boeren die naar Canada waren geëmigreerd. Of ik een flesje kon opsturen. Zij hopen kennelijk dat ik een toverdrank heb gebrouwen, die herinneringen ophaalt naar een ongrijpbare plek. Later schrijven ze me dat ze het parfum in bad hebben gedaan."

Het duizelt me, niet letterlijk, dat zou aanstelleritis zijn, maar wel figuurlijk, alsof er kortsluiting in mijn hoofd plaatsvindt. Ik ben gewend te kijken of te luisteren naar kunst die ingekaderd is, meestal door de lijst van een schilderij, of figuurlijk door de ruimte waarin muziek tot klinken wordt gebracht.

Hier breekt kunst door kaders heen. Met de smaak van Schiedams water nog in de mond probeer ik de essentie van Mastenbroek te ruiken, die bij boeren in Canada een Prousteffect heeft veroorzaakt. Zoals de schrijver Proust ooit een madeleinekoekje doopte in bloesemthee en vervolgens werd teruggevoerd naar het dorpje Combray, zo voert een polderbad de Nederlandse immigrant nu door tijd en ruimte terug naar zijn jeugd in Mastenbroek.

In de literatuur is die scène uitgemolken, zodat ze cliché werd. Maar plotseling blijken de beeldende kunst en de werkelijkheid het Prousteffect naar onze tijd te kunnen halen. Wat gebeurt daar, in dat Canadese polderbad? Is het verbeelding, verlangen, hoop, valse hoop of kunstzinnig bedrog?

Er is niet heel veel te zien, nu, op de tentoonstelling 'Door tijd en ruimte' in de Ketelfactory. Dat is ook niet nodig. Er is des te meer te proeven, te ruiken, te associëren, te denken.

Peter Henk Steenhuis is publicist en filosofieredacteur van deze krant.

Een staaf en een kraantje in Schiedam
'Door het beeld' is een initiatief van Trouw en de Ketelfactory, een projectruimte in Schiedam onder leiding van Winnie Teschmacher.

De tentoonstelling 'Door tijd en ruimte' van Jan van Munster en Birthe Leemeijer is te zien t/m 29 april 2012. De Ketelfactory is geopend vrijdag t/m zondag van 13-17u (en op afspraak).

Op zondag 4 maart (10-17u) krijgen de projecten een vervolg buiten de muren van De Ketelfactory. Jan van Leemeijer en Birthe van Munster nodigen bezoekers uit zich over te geven aan een reis met onbekende bestemming, aan de hand van een opmerkelijke brief.

Wat? Publieksactiviteit Ketelfactory

Wanneer? 4/3, 10-17u

Waar? Hoofdstraat 44 Schiedam

Kosten? € 25, inclusief lunch

Info en opgave? Inschrijven verplicht, via www.deketelfactory.nl

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden