Tranen, snot, vuil, bloed. En een roze trui.

Het is zaterdagochtend, kwart over acht als er op mijn telefoon een bericht van de NOS verschijnt: Steven Kruijswijk pakt het roze in de Giro. De Amerikaanse bak onder mijn kont zoeft geluidloos over de snelweg van San Francisco richting Santa Rosa. Mijn hart duikt omlaag en kriebelt in mijn maag, maar ik stuur zelf, dus ik kan mijn telefoon niet pakken.

Mijn wagen zit vol rensters. Mijn rensters. Ineens zit ik niet meer op de fiets, maar sta ik aan de andere kant: ik ben ploegleider en soigneur in de Ronde van Californië. Het is gek, maar ook weer niet. Ik vul bidons, maak broodjes, doe de was, zit ik in de auto achter de koers aan, geef peptalks en uitleg en troost mijn meiden als het niet gaat zoals gehoopt. Zonder dat ik er ooit bij stilstond, weet ik precies wat er moet gebeuren.

Intussen probeer ik de Giro te volgen. Dat is niet eenvoudig: als de mannen door Italië koersen, is het hier nacht. Terwijl Steven Kruijswijk met de grootste grijns ooit waargenomen de roze trui om zijn schonkige schouders getrokken krijgt, duw ik bidons in de houders van de fietsen. De ochtendzon schijnt schuin over de daken van Santa Rosa.

De meiden zijn zenuwachtig. Vandaag is onze koninginnenrit, door de heuvels langs de kust en over Highway 1, waar het uitzicht machtig is en de wint altijd loeit. We zijn nog geen tien kilometer vertrokken als de raceradio kraakt: "Drops Cycling, crash Drops Cycling." Dat zijn wij. We vloeken. Rijden en remmen. Zien een groene helm, met daaronder het hoofd van Hannah. Ze staat naast haar fiets en houdt haar hand voor haar mond. Dan spuugt ze: bloed.

De fiets is kapot, net als Hannahs lippen. Haar neus en kin zijn zwart van straatvuil en zand. Interesseert haar niet. Ze spuugt nog eens, inspecteert haar kapotte scheenbeen en wil door, maar het wachten op een nieuwe fiets van de neutrale wagen duurt eindeloos. Dan zit ze in het zog van onze auto, op weg naar het peloton.

Mijn handen zweten. Zo vaak heb ik zelf niet kapotgeschaafd achter een auto gehangen, hopend op mijn terugkeer in de wedstrijd. Maar de keren dat het gebeurde, staan in mijn geheugen gebrand. Ik herken de felheid, het niet willen opgeven. Nu krimpt mijn maag voor deze meid met haar opengevallen gezicht. Voor het tegen beter weten in doorgaan.

Via de achteruitkijkspiegel volg ik Hannah. Het peloton is ver weg. Maar ze geeft niet op, tough cookie. Zou Steven Kruijswijk al op de massagetafel liggen? Grote handen over zijn sproetige vel, handen die het zuur uit zijn benen duwen. Hangt zijn roze trui over een stoel, zodat hij er tijdens de massage naar kan kijken?

De weg gaat omhoog. We zien de laatste auto's van het konvooi. Raam open. Hannah, bidon! Hannah pakt de bidon. Houdt vast. Even de druk van de benen. Ze vliegt de afdaling in. Komt dichterbij het peloton. De weg gaat weer omhoog. We geven haar nog een bidon. "Wow, that was a really sticky one", roept een man in de berm als we Hannah over de top trekken.

Het is net een elastiekje. Ze komt even dichtbij. Dan gaat de weg omhoog en verliest Hannah de wagens uit het oog. In de afdaling komt ze dichtbij. Tot het weer omhoog gaat. Dan breekt het elastiek. En Hannah ook. We zetten haar in de auto. Tranen, snot, vuil, bloed. Merg en been.

Highway 1 is adembenemend, maar Hannah kijkt niet. Marianne Vos wint. Steven Kruijswijk slaapt. In zijn roze trui? Ik hou van dat beeld. Zo blij, dat je in je roze trui slaapt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden