Tran Anh Hung: 'Als visuele kunst staat film nog steeds in de kinderschoenen'

ROTTERDAM - Als dertienjarige jongen verliet Tran Anh Hung (1962) met zijn ouders Vietnam. Het gezin streek neer in Frankrijk waar de zoon zich aan de 'Ecole Nationale Louis Lumière' bekwaamde in de filmkunst. Begin jaren negentig herontdekte Tran Anh Hung zijn vaderland. Dat stimuleerde zijn regisseurschap en leverde twee prachtige poëtische films op waarmee hij zich schaarde onder de beste regisseurs van onze dagen.

In 1993 debuteerde de in Frankrijk wonende en werkende Vietnamese regisseur met het intieme Kammerspiel 'L'odeur de la papaye verte'. Twee jaar later verraste hij met de kakafonische 'grote stads-symfonie' 'Cyclo', die in Venetië bekroond werd met de Gouden Leeuw. Wie nu meent dat deze 'Vietnamese' films ontsproten aan Tran Anh Hung's herontdekking van zijn Oosterse identiteit, komt bedrogen uit. Deze regisseur is een kijker 'pur sang' voor wie Vietnam voor alles een ideaal filmisch landschap is.

Tran Anh Hung: “In Frankrijk leefden we geïsoleerd van iedereen in ons eigen huis ons eigen leven. Dat doet iedereen daar. Het privé-leven speelt zich in dat land binnenshuis af. De mensen komen er alleen de straat op om boodschappen te doen of om naar hun werk te gaan. De openbare ruimten zijn in Frankrijk alleen maar verbindingswegen.”

“In Vietnam is dat heel anders. Daar leven de mensen nog buiten. Ze werken er, ruziën er, beminnen elkaar er en sterven er. De menselijke drama's liggen in Vietnam op straat. Voor een filmer die zich met de werkelijkheid bezighoudt, is dat een goudmijn. Daar doe ik mijn voordeel mee, zoals in het eerste halve uur van 'Cyclo'. Je ziet de hoofdfiguur, een arme riksja-fietser, door de overvolle en lawaaierige straten van Ho Chi Minh stad draven. Ook zie je hem op een rumoerige straathoek met collega's eten en praten over de fysieke ongemakken van zijn vak. Te midden van het stadsgewoel en -rumoer doet hij zelfs een dutje. Zijn binnen- en buitenwereld gaan helemaal in elkaar op.”

In 'Cyclo' geeft Tran Anh Hung een weinig florissant beeld van het huidige Vietnam. Ho Chi Min stad verkeert in de greep van het wilde kapitalisme. De Riksja-fietser en zijn zussen worden, nadat hun enige bron van inkomsten - de riksjafiets - gestolen is, geconfronteerd met allerlei uitwassen van die wildgroei: de macht van het geld, geweld, drugs en prostitutie.

Tran Anh Hung: “Ik kan niemand beletten dat in mijn film te zien. Die documentaire laag zit er inderdaad in. In 1994 hebben de Amerikanen het handelsembargo opgeheven en ging de poort open voor het kapitalisme. Vanaf dat moment staan de straatarme Vietnamezen bloot aan allerlei verlokkingen. Waarom zou je je voor een grijpstuiver nog uit de naad werken wanneer je als drugskoerier in een ommezien een kapitaal kunt verdienen? Voor een aan de bedelstaf geraakt gezin is de verleiding om een maagdelijke dochter aan een Taiwanese zakenman aan te bieden, haast niet te weerstaan. Die heeft voor een maagd zo'n vijfhonderd dollar over. Dat is een vermogen waarmee dat gezin weer kans van leven krijgt.”

“Wie 'Cyclo' echter alleen als documentaire ziet, doet mijn film ernstig tekort. Het is voor alles een speelfilm, waarin ik mijn door persoonlijke obsessies gekleurde visie geef op één facet van de Vietnamese werkelijkheid. Aan de bron van deze film ligt de ontdekking dat ik veel meer op mijn vader leek dan ik voor mogelijk hield. Opeens kreeg ik bijvoorbeeld door dat ik precies diezelfde gebaren maak, als hij. 'Wat betekent een vader eigenlijk voor een zoon?' Vooral die vraag bepaalt de mannelijke hoofdfiguren in 'Cyclo'.”

Dat Tran Anh Hung er een eigen kijk op nahoudt, blijkt ook uit de stijl van 'Cyclo'. Zijn film is het absolute tegendeel van de verhalende film en kan slechts omschreven worden als de filmische pendant van een schilderij of gedicht van Lucebert, of als een tot speelfilm geworden documentaire van Johan van der Keuken.

Tran Anh Hung: “Ik heb 'Cyclo' vanuit een grote woede gemaakt. Ik ben teleurgesteld over wat er van de cinema geworden is. Overal ter wereld triomfeert de verhalende cinema waarin alles je haarfijn uitgelegd en voorgekauwd wordt. Ik verzet me daar tegen. 'Cyclo' heeft geen éénduidig verhaal en verklaart niets. De taferelen, geluiden, gedichten en liedjes staan op zichzelf. Ik wil dat de kijker zelf verbanden legt tussen al die elementen. De cinema van tegenwoordig is de evenknie van de negentiende eeuwse roman. Bijna elke moderne film is een overjarige baby die nog steeds niet door heeft dat hij zelf en op zijn eigen wijze kan praten.”

Moet hieruit geconcludeerd worden dat Tran Anh Hung behoort tot de zwartkijkers die menen dat de pas honderdjarige cinema al morsdood is? Tran Anh Hung: “Integendeel. Juist doordat film verengd is tot een verhalend medium, staat zij als visuele kunst nog steeds in de kinderschoenen en bergt zij nog onvermoede mogelijkheden in zich. Zolang je tenminste maar niet alleen afgaat op de nu wereldwijd dominante Hollywood-cinema. De kiemen voor film als visuele kunst liggen elders. Zelf neem ik een voorbeeld aan Japanse regisseurs als Ozu, Naruse, Mizoguchi en Kurosawa.”

Als filmkunstenaar zorgt Tran Anh Hung in 'Cyclo' voor vele verrassingen. Zo bouwt hij een goudvis langzaam maar zeker uit tot een symbool van onschuld en gebruikt hij verf, waarmee mensen zich insmeren, als metafoor voor het hervinden van contact met het zuivere aardse leven.

Tran Anh Hung: “De Riksja-fietser dreigt zijn onschuld te verliezen. Om dat duidelijk te maken, moest ik hem met het rijk der onschuld in aanraking brengen. Daarom associeer ik hem de hele film door met de geestelijk gehandicapte zoon van de misdaad-madame waarbij hij in dienst treedt. Die weerloze jongen belichaamt de onschuldige en aardse wereld waarmee de moderne mens het contact dreigt te verliezen. Niet toevallig is hij even oud als de riksja-fietser en heeft ook hij geen vader meer. De link tussen de geestelijk gehandicapte zoon en de riksja-fietser geef ik verder aan door de eerste steeds als een vis naar adem te laten happen en door in de omgeving van de tweede geregeld een goudvis in levensnood te laten opduiken.”

“De zuiverheid van de geestelijk gehandicapte illustreer ik ook in de scène waarin hij zich van top tot teen met verf insmeert. Wanneer de Riksja-fietser de misdaad achter zich laat, besmeert ook hij zijn lichaam met verf. De verf is hier alleen maar materie: een symbool van aardsheid, van verbondenheid met het echte leven.”

Wie 'Cyclo' zonder deze informatie ziet, heeft grote moeite te begrijpen wat Tran Anh Hung nu precies met de goudvis en de verf wil zeggen. Tran Anh Hung: “Dat geeft niets. Je hoeft het niet precies te kunnen verwoorden, als je het maar zo ongeveer aanvoelt. Het zou te gemakkelijk en te weinig filmisch zijn om al bekende en vaak versleten symbolen te werken. Als ik bijvoorbeeld een film over het christendom zou maken, zou ik nooit een kruis gebruiken. Wel zou ik proberen een ander object de betekenis te geven die het kruis in het christendom belichaamt. Ik ontwikkel die metaforen ook niet rationeel, maar intuïtief. Ik probeer in mijn films voorwerpen met een nieuwe symbolische betekenis op te laden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden