Trainen, bevallen en weer trainen: topzwemster Maud van der Meer wil naar de Spelen

Maud van der Meer met zoontje Mason. Beeld Koen Verheijden

Op 30 mei 2018 zei zwemster Maud van der Meer haar teamgenoten na de training gedag. De volgende dag beviel ze van haar eerste kind. De 26-jarige topzwemster wil zich voor de Spelen in Tokio plaatsen. Ze vertelt over de weg terug naar de top.

“De dag voor de bevalling heb ik nog gewoon getraind, vier dagen ­ervoor deed ik zelfs nog krachttraining. En toen was er ineens een kind. Ik heb tot bijna twintig weken nog fulltime kunnen trainen, tien keer per week. Ik heb het in het ­begin nog een tijdje stil gehouden, maar toen ik drie maanden zwanger was wilde mijn coach Marcel Wouda wel dat ik het een keer zou gaan vertellen aan de rest. De EK kortebaan kwamen eraan, als ik me daarvoor zou kwalificeren, zou ik niet mee kunnen. Toen heb ik het verteld. ­Iedereen vond het superleuk en leefde heel erg met me mee.

Tijdens mijn zwangerschap was zwemmen leuker dan ooit. Ik had er zoveel plezier in. Dat kwam doordat er ineens geen druk meer op stond. Ik had een nu een ander doel. Het streven was om zo lang mogelijk fit te blijven. Verder hoefde niks. Soms had ik een slechte nacht gehad.

Grote buik

Ik had dan in bed kunnen blijven liggen, maar daar had ik geen zin in. Het trainen zat er zo in, dat ik ­gewoon opstond en genoot van de training. Ik was dankbaar voor de dingen die ik nog kon. Starten en ­keren werd lastiger toen ik een grotere buik kreeg. Bij de start krijg je een flinke klap op je buik. De meerwaarde om dat nog te oefenen is er op dat moment niet, dus daar stopte ik mee. Keerpunten werden ook lastiger, omdat je draai veel groter wordt met zo’n buik. Ik bleef gelukkig heel lang fit. Op het allerlaatste moment voor de bevalling zwom ik nog steeds honderd metertjes in 1.17, 1.18 seconden.

Een week of zes, zeven nadat ­Mason werd geboren, ben ik naar de fysiotherapeut gegaan om te kijken hoe ik er fysiek voor stond. Of alles het nog deed, of alles recht stond, wat er was verzwakt en waar ik aan moest werken. Samen hebben we een plannetje gemaakt om weer ­terug te komen. Na twaalf weken ben ik weer serieus gaan trainen. 

Het plan was om met het normale programma mee te doen, gewoon met de rest. Dat was verschrikkelijk zwaar. Ik was heel veel spiermassa kwijt geraakt. Het was echt afzien, na één sprintje was ik helemaal ­kapot. Dat bouw je langzaam weer op. Eerst kon ik één training goed volhouden, daarna twee. Uiteindelijk lukte het om het volledige programma met tien trainingen per week weer te doen.

Heel veel eten

In december was ik weer terug op wedstrijdniveau. Ik merkte wel dat ik na zo’n weekend racen helemaal kapot was. Ook daar moet je aan wennen. Je weet nooit hoe je ­lichaam reageert op een zwangerschap. Dat is bij iedereen anders.

Ik heb met Jeanette Ottesen (Deense topzwemster, red.) wel wat ­gepraat over hoe je dat allemaal doet met dingen als borstvoeding. Zij was een half jaar voor mij uitgerekend. De tip die ze me gaf was: heel veel eten. Omdat ik ook aan het trainen was, én borstvoeding gaf, verbrandde ik extra veel calorieën. Bijna elf maanden na de bevalling ben ik nog niet helemaal op mijn oude niveau, maar ik heb enorme stappen gemaakt. Het gaat de goede kant op.

Mentaal heeft het me sterker ­gemaakt. Ik ben veel makkelijker ­geworden. Een dag is nooit hetzelfde met een kind. Het kan zomaar zijn dat hij niet wil slapen. Dan kan ik ook niet slapen. Dat is dan maar zo. Vroeger had ik er echt de balen in als een training niet ging, zoals ik van ­tevoren had bedacht. Nu denk ik: oké., morgen weer een dag. Ik ben niet meer zo snel uit mijn doen.

Relativeren

Er zijn wel maanden geweest dat ik heb gedacht: ik ga iets simpelers doen. Werken, of zo. Maar ik ben te gretig om te zien wat ik nog kan. Ik vind het ook nog erg leuk en er staat thuis een goed team klaar om me te helpen. Organisatorisch is het een heel karwei. Ik plan mijn leven nu al anderhalve maand van tevoren in. Het scheelt dat mijn man Ramon in hetzelfde zwembad werkt, hij is jeugdbondscoach bij het schoonspringen.

Voor mijn ochtendtraining breng ik Mason naar een gastouder, waar ik hem weer ophaal als ik klaar ben. ‘s Middags neem ik hem in de auto mee naar het zwembad voor de middagtraining. Ik geef hem dan over aan Ramon, die om vijf uur klaar is met werken. We wisselen de fiets- en autosleutel uit en dan fiets ik na de training weer naar huis. Ik kan ­altijd wel een oppas vinden als dat nodig is. We hebben hele lieve buren en vrienden, en mijn ­ouders wonen niet al te ver weg. 

Moeder worden heeft me leren relativeren. Ik heb een heel duidelijk doel: ik wil me heel graag kwalificeren voor de Olympische Spelen in Tokio volgend jaar. Maar mijn man en kind gaan voor. Als er een punt komt waarop ik besef dat zij niet ­gelukkig zijn, weet ik dat het mooi is geweest. Mijn grootste medaille heb ik al thuis. Dat is mijn zoontje. Er is meer dan alleen topsport. Maar ik zou het wel mooi vinden als ik het heel mooi kan afsluiten.”

Lees ook:

Nieuwe hoop gloort na bronzen WK-plak voor estafettezwemmers

Met de derde plek op de estafette van de 4x100 vrij staan de Nederlandse zwemsters tien jaar lang onafgebroken op het WK-podium. Maar deze medaille was voor de verandering niet verwacht.

Straks mensen coachen, dat lijkt Ranomi Kromowidjojo wel wat

In 2020 wil ze tijdens de Spelen in Tokio haar beste races ooit zwemmen. Maar Ranomi Kromowidjojo heeft nu ook al ideeën over haar maatschappelijke carrière.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden