Traditionele bovenlaag heeft nog steeds moeite met 'communistische' bonden

AMSTERDAM - “Dat de westerse landen zo hard protesteerden tegen de nieuwe arbeidwetten, was voor de Zuid-Koreaanse regering een schok. Dat hadden ze niet gedacht. Bij de behandeling van Zuid-Korea's aanvraag voor het Oeso-lidmaatschap was gesproken over vakbondsvrijheid. Maar dat zagen ze aan Koreaanse kant louter als tactiek van westerse zijde. Niet als het verdedigen van normen.”

Yoon Young-mo, een van de internationale secretarissen van de Zuid-Koreaanse vakcentrale KCTU, heeft het allemaal van nabij meegemaakt. Eind januari, toen zijn collega-bestuurders vanuit een kathedraal in Seoul leiding gaven aan een langdurige staking, was Yoon in Parijs in de onmiddellijke nabijheid van de Oeso-vergadering. De lidstaten van deze rijke landenclub kapittelden Zuid-Korea over het gebrek aan vakbondsvrijheid. De belangrijkste KCTU-leiders schoren tijdens de staking hun hoofd kaal. Maar voor Yoon, veel in het buitenland, kwam dat niet ter sprake, zo vertelt in in vloeiend Engels; voor Koreanen vrij uitzonderlijk.

Het is al vaak gemeld, op 26 december in alle vroegte joeg de Koreaanse regering in zes minuten elf arbeidswetten door het parlement waar alleen de regeringspartij aanwezig was. President Kim Young-sam had volgens Yoon niet verwacht dat het buitenland zich daar druk over zou maken. En evenmin had hij gerekend op de grootste staking uit de Koreaanse geschiedenis, die het gevolg was van die vreemde wetgeving.

Yoon benadrukt hoe uniek deze staking was. Natuurlijk, er was eerder gestaakt. In 1987 zelfs op grote schaal. Dat waren echter spontane, veelal op zichzelf staande acties geweest. Nu was het een voorbereide, georkestreerde en goed geleide staking, zegt Yoon. Door de intensiteit van de acties te wisselen, bewees de stakingsleiding de organisatie aan te kunnen. Heel belangrijk vindt hij, dat de acties steun kregen van niet direct betrokkenen uit alle lagen van de bevolking. Vanuit het gevoel dat de regering fundamentele burgerrechten had gebruskeerd. Maar ook uit angst dat die wetten te maken hadden met de internationale concurrentiepositie van Korea en dat daardoor de traditionele Koreaanse saamhorigheid op het spel staat.

De vakcentrale KCTU is nog niet - zoals de concurrerende KFTU - wettelijk erkend. Dat kan ook niet. De voorzitter is door het bedrijf waar hij werkte, ontslagen en een werkloze mag volgens de wet geen vakbondslid zijn. Toch, de KCTU staat nu in elk geval op de agenda bij de politici en dat is al heel wat in een land, dat nog steeds vakbondsonvriendelijk is.

“Vergelijkt u het maar met een feodale landeigenaar. Die kon vroeger ook niet op voet van gelijkheid met zijn pachters praten”, zegt Yoon daarover. Zuid-Korea mag zich dan in de laatste kwart eeuw economisch razendsnel hebben ontwikkeld; de instituties, de gewoontes en ook de sociale verhoudingen hebben dat tempo niet altijd kunnen volgen.

Vandaar dat topfunctionarissen in overheid en bedrijfsleven soms nog moeite hebben om met vakbonden te overleggen. En ze bovendien nog denken dat een actief vakbondslid een communist is: in Zuid-Korea - door zijn gespannen verhouding met Noord-Korea - zo ongeveer een doodzonde. Zelfs in publieke discussies wordt het nog wel gezegd: “een vakbondsman is een communist”.

Dat de staking van januari zo'n succes werd, is mede te danken aan het directe belang van zowel de werknemers in de industrie als de witte boordenwerkers, verklaart Yoon. In de industriële productie werken grote bedrijven efficiënt maar in de sfeer van middenkader en kantoorpersoneel is dat anders, daar zijn de traditionele verhoudingen hardnekkiger. De directies van de 'chaebols' - grote conglomeraten als Samsung, Daewoo en Hyundai - beginnen langzamerhand te beseffen dat als ze op personeelskosten kunnen bezuinigen, het juist in de witte boordensector is.

Die categorie en vooral de veertigers en vijftigers zien de bui al hangen. Ze verdienen behoorlijk, maar hun privé-uitgaven zijn zeer hoog. De kinderen zitten op de middelbare school of studeren en bovendien moet er worden gespaard voor het huwelijk van de kinderen, dat in Koreaanse verhoudingen geheel voor rekening komt van de ouders.

Ontslagen kwamen tot voor kort nauwelijks voor, maar door de wetgeving en jurisprudentie in gerechtelijke uitspraken is het gemakkelijker geworden werknemers op straat te zetten. Wat zeker voor personeel van grotere bedrijven rampzalig is. Gunstige verzekeringspremies en een voordelige hypotheeklening behoren tot de normale secundaire arbeidsvoorwaarden. Iemand die wordt ontslagen, is dus praktisch alles kwijt, niet zelden ook zijn huis.

De industrie-arbeiders - de blauwe boorden - hadden weer andere redenen om te staken. In de beruchte decemberwetten werden alle gewerkte uren tot 56 uur per week als normaal werd beschouwd. Veel Koreanen werken 50 tot 60 uur per week maar betaling voor overwerk zou pas bij 56 uur moeten beginnen. Dat is nu in zoverre teruggedraaid dat de overwerkbepalingen voortaan voorwerp van onderhandelingen zijn tussen werkgevers en bonden. Een van de succesjes van de staking, die uiteindelijk geresulteerd heeft in herziene wetten die in maart door het parlement zijn goedgekeurd.

De KCTU is nog niet tevreden. Voor leraren en overheidspersoneel blijft het verboden zich te organiseren. Dat wil de vakcentrale veranderen. Maar er is meer. Het zit de KCTU dwars, vertelt Yoon, dat de lonen in de grote concerns anderhalf tot twee keer hoger zijn dan in het midden- en kleinbedrijf. “Dat enorme gat moet kleiner.” De vakcentrale streeft er naar dat de bonden in grote bedrijven een procent of zeven loonsverhoging eisen in de CAO-onderhandelingen en in kleine bedrijven 13 procent.

Yoon erkent dat kleine bedrijven, zeker de toeleveranciers aan de grotere concerns, vaak niet meer loon kunnen betalen. Ze zitten vast aan wurgcontracten met de machtige afnemers, die hun positie uitbuiten in de prijs van de geleverde onderdelen. Voor de KCTU reden zich ook met die contracten te bemoeien. Daar zit ook de wetenschap achter, dat de toeleverancier officieel weinig ontvangt maar dat de grote bedrijven onder tafel heel wat toeschuiven naar de directeuren van de kleintjes om ze aan zich te binden.

Corruptie dus. Omkoperij waar uiteindelijk de werknemer van het kleine bedrijf de dupe van is. Toch is Yoon niet pessimistisch. Er is in Zuid-Korea een toenemende kritiek op het gedrag van de grote ondernemingen. De affaire-Hanbo, waar mede dankzij corruptie, miljarden verloren gingen aan een groot staalproject kon het publieke debat wel eens in een stroomversnelling brengen. De gewone Koreaan zal er wel bij varen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden