Toverlantaarn: genieten van sprookjes en pornografie

De toverlantaarn. Bij degene die de magische doos nog kent, zou het zomaar de gedachte aan huiselijke gezelligheid en kindervermaak kunnen opwekken. Maar het was meer dan alleen een speeltje. Dat verhaal vertelt de tentoonstelling in het Leidse Museum De Lakenhal nu.

Het bestaan van de dia- en filmprojector en later de beamer hebben wij te danken aan wetenschapper en uitvinder Christiaan Huygens. Hij maakte halverwege de zeventiende eeuw de eerste verre voorloper van hedendaagse projectors: de toverlantaarn. Op het eerste gezicht niet meer dan een vierkante doos met een uitstekende lens. Het magische zat binnenin: achter de lens werd een handgeschilderd glasplaatje geschoven. Een kaars of gaslamp tussen het plaatje en een holle spiegel zorgden ervoor dat het beeld op de muur geprojecteerd werd.

De natuurkundige correspondeerde daar alleen met wat wetenschappers over. Huygens' vader werkte aan het Franse hof en wilde graag indruk maken door een voorstelling te geven met de uitvinding. "Christiaan Huygens deed er alles aan om het plan van zijn vader te saboteren. Hij vond de lantaarn maar een triviaal ding", weet Tristan Mostert, gastconservator. De wetenschapper schaamde zich voor zijn uitvinding. "Maar een goed idee trekt zich daar niets van aan. Binnen de kortste keren werden op meerdere plekken in Europa zulke toverlantaarns gemaakt." Misschien dat Huygens toch nog trots zou kunnen zijn als hij ziet hoeveel profijt mensen er nu nog steeds van hebben.

Destijds bestelde de uitvinder zijn lenzen vaak bij de bekende Leidse instrumentenmakersfamilie Van Musschenbroek. Eind zeventiende eeuw nam het familiebedrijf de toverlantaarn op in hun vaste aanbod. Mostert: "Hun lantaarns waren van de allerhoogste kwaliteit. Verschillende hoogleraren natuurkunde en tsaar Peter de Grote van Rusland bestelden lantaarns bij het atelier." Van deze Van Musschenbroek-lantaarns bestaan er nog maar twee. Het zijn de oudst bewaard gebleven lantaarns ter wereld. Eén van deze twee lantaarns is nu te zien op de tentoonstelling in Leiden.

De instrumentenmakers leverden de 'Laterna Magica' in de achttiende eeuw ook aan rijke particulieren, die zich in gezelschap kostelijk vermaakten met voorstellingen. Op zo'n avond moest het pikkedonker zijn, omdat het licht van de olielamp of kaars in de lantaarn zwak was.

In de tentoonstellingsruimte is het net als destijds erg donker. De bezoeker moet door dikke rode gordijnen naar binnen. Op de glazen met de handbeschilderde platen zijn vooral figuren uit al bestaande prentenboeken afgebeeld. Op de muur van de ruimte zijn de veelal lieflijke beelden van dieren of beroepen te bekijken.

Door de zeldzame sprookjesachtige platen zou de argeloze bezoeker zomaar kunnen schrikken als hij een kijkje neemt achter het extra opgehangen gordijn. Daar is een heuse achttiende-eeuwse erotische serie te zien. Mostert: "Voor liefhebbers en kenners is dat de heilige graal." Niet omdat zij zo seksbelust zijn, maar omdat de erotische platen uit de begintijd van de toverlantaarn absoluut uniek zijn. Bovendien is weinig bekend over hoe het er bij die voorstellingen aan toeging. "Degene die daarheen ging, beet liever zijn tong af dan dat hij er iets over opschreef", vermoedt de gastconservator.

Hier en daar is een klodder inkt op de edele delen van de afgebeelde naakte personen te zien. Waarschijnlijk gecensureerd door een verzamelaar, die het toch net iets te pikant vond. Gecensureerd of niet, de platen blijven de voorloper van de huidige pornofilm. Door een klein hendeltje, kon de bediener van de lantaarn het plaatje heen en weer bewegen, waardoor koppeltjes schokkerig heen en weer bewegend elkaar hartstochtelijk beminnen.

Later, aan het eind van de negentiende eeuw, werden onder invloed van de industriële revolutie allerlei platen ook machinaal gemaakt. De toverlantaarn kreeg een kalklamp en later zelfs een gloeilamp. In de twintigste eeuw verdwenen de objecten langzamerhand als vermaak en volgden dia- en filmprojectors de lantaarn op.

Door de massaproductie zijn de lantaarnplaten uit de latere periode minder zeldzaam. Maar die uit de achttiende eeuw zijn heel bijzonder. "Elke verzamelaar is enorm trots als hij één plaat van Van Musschenbroek in zijn verzameling heeft", weet Mostert. "Museum De Lakenhal bezat zonder het te weten een indrukwekkende collectie." Die werden ontdekt bij het opruimen en ordenen van het depot.

De meeste platen worden op de tentoonstelling niet afgebeeld door een originele lantaarn, maar door een beamer, de opvolger. Wie een originele lantaarn in werking wil zien, kan deelnemen aan de interactieve workshops voor kinderen. Ook voor volwassenen zijn de komende maanden in het museum voorstellingen van nog actieve lantaarnisten te bezoeken.

De tentoonstelling 'Toverlantaarns' is nog tot en met 12 augustus 2012 te zien in Museum De Lakenhal in Leiden. Voor meer informatie: www.lakenhal.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden