Déjà vu

Touwtrekken om 's werelds beroemdste moordwapen

Balthasar Gerards schiet op 10 juli 1584 in het Prinsenhof in Delft Willem van Oranje dood.Beeld Jeanette Vos001

Balthasar Gerards nam twee radslotpistolen mee, toen hij op 10 juli 1584 naar het Prinsenhof in Delft ging om Willem van Oranje te vermoorden. Hij gebruikte er slechts een voor zijn fatale daad. Dat schiettuig bleef achter op de plaats delict. Het andere pistool gooide Gerards tijdens zijn vlucht weg. Het is nooit meer teruggevonden.

Het moordwapen zelf speelde een prominente rol tijdens de terechtstelling van de dader. Het werd in stukken gebroken, voordat de zwaar gemartelde Gerards op 14 juli 1584 publiekelijk werd gevierendeeld.

Het Prinsenhof kan daardoor niks echts exposeren. Bezoekers krijgen wel een radslotpistool te zien, uit de tijd van Willem van Oranje, maar met de Vader des Vaderlands en Gerards heeft het object verder niets te maken.

Het Rijksmuseum in Amsterdam hoeft bij toekomstig stilstaan bij de moord op Pim Fortuyn niet zo'n noodgreep te doen. Het museum verwierf, zoals deze week bleek, al vijf jaar geleden de 9 millimeter semi-automatische Star Firestar, waarmee Volkert van der G. in 2001 Pim Fortuyn doodschoot. Voorlopig ligt het object nog in depot.

Integere bedoelingen

Hoe ging dat eigenlijk met misschien wel het beroemdste moordwapen van de twintigste eeuw, het geweer waarmee Lee Harvey Oswald op 22 november 1963 de Amerikaanse president John F. Kennedy vermoordde? Justitie had er na de daad beslag op gelegd. Maar John J. King, een oliehandelaar en wapenverzamelaar uit Denver, had al direct laten uitzoeken hoe het met de eigendomsrechten zat. Hem werd verteld dat de staat Texas geen blijvende claims op het geweer kon laten gelden en dat de rechten uiteindelijk zouden moeten worden teruggegeven aan Oswalds vrouw.

Al twaalf dagen na de moord op Kennedy en tien dagen na de moord op Oswald zocht King voor het eerst contact met Marina Oswald. Op oudejaarsavond 1964 kwam het tot een deal. De weduwe ontving vijfduizend dollar en later nog eens eenzelfde bedrag. Bij de daadwerkelijke overdracht van de karabijn en Oswalds pistool zou Marina nog eens 35.000 dollar krijgen. Maar voorlopig had justitie het geweer nog onder haar hoede.

King bezwoer dat hij integere bedoelingen met zijn 'aankoop' had. Hij was anders dan de 'klootzak' die de weduwe 150.000 dollar had geboden voor het stoffelijk overschot van Oswald om ermee door Amerika te gaan toeren. "Het geweer hoort in een fatsoenlijk museum", zei King. Hij zou daarvoor zorgen. Maar: "Het geweer is mijn bezit."

Fatale schoten

Om het ook echt in handen te krijgen, begon de zakenman uit Colorado te procederen tegen de overheid. Toen succes uitbleef, claimde hij zelfs vijf miljoen dollar. Volgens King en zijn advocaten was dat wel zo'n beetje de marktwaarde van het wapen waarvan de rechten nu al een paar jaar waren verworven. Tot uitbetaling van die schadevergoeding kwam het nooit.

In 1969 zette een rechtbank definitief een streep onder al het juridische getouwtrek. In een uitspraak werd bepaald dat Oswald na de moord op Kennedy afstand had gedaan van het geweer. Als schrale troostprijs kreeg King nog wel 350 dollar toegewezen als compensatie voor het pistool. Maar ook dat wapen kreeg hij niet in zijn bezit.

Het geweer maakt tegenwoordig deel uit van collectie van de National Archives and Records Administration in College Park, Maryland. Daar wordt al het materiaal rond de zaak-Kennedy, inclusief ruim vier miljoen pagina's aan documenten, bewaard.

Een replica van de karabijn is te zien in het Sixth Floor Museum in Dallas. Hier zat ten tijde van de moord de Texas School Book Depository. Uit een geopend raam op dezelfde zesde verdieping vuurde Oswald zijn fatale schoten af op de presidentiële limousine.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden