Tourwinnaar verfoeit de bewondering die hij steeds weer oogst

PARIJS - Peter Post raakt maar niet uitgepraat over Miguel Indurain Larraya. Op de rustdag in Dole, toen menigeen vreesde dat de 79ste Tour de France door de suprematie van de Spanjaard in verveling zou sterven, dankte de Amstelvener hogere machten op zijn blote knieen, dat de Franse rondrit met de aanwezigheid van een superkampioen was gezegend.

De tijdrit in Luxemburg waar Indurain de illusies van iedereen in een massagraf ter aarde bestelde, was haast vanzelfsprekend nog steeds het gesprek van de dag. "Hoe die man gereden heeft," zei Post op zijn bekende staccato-manier en schoof onrustig heen en weer op zijn stoel. "Heb je het gemiddelde van de laatste tien kilometer gezien? Als je het verschil ziet met de anderen. Ik ben elke keer weer verbaasd dat iemand dat kan op een fiets. Dit is niet menselijk meer."

De tussenpaus van vorig jaar heeft van zichzelf een nieuwe Napoleon gemaakt. Aan de vooravond van de Tour waren er nog drie, min of meer gelijkwaardige kanshebbers op de eindoverwinning: Indurain, Bugno en LeMond. Dat er ook nog een handvol outsiders werd opgesomd - zoals Breukink, Leblanc en Chiappucci - duidde er op dat Indurain zich nog niet als de veldheer van een nieuwe tijd had gevestigd. De Tourkaravaan hoefde niet tot Luxemburg te wachten om er achter te komen dat de schuchtere winnaar van vorig jaar qua persoonlijkheid even schuchter is gebleven als in 1991, maar zich als sportman tot een soort Rambo heeft ontwikkeld. In het nette dan, want Indurain zal nooit de vuist als wapen gebruiken. En hij zal ook nimmer - maar dat heeft weer met de persoon te maken - de grote jongen uithangen. Zelfs thuis in Villava wil hij niet als de vedette van het dorp worden bewonderd.

Paralellen

De renners maken de koers en creeren hun helden. Die wet is zo oud als de wielersport zelf. Indurain is de afgelopen weken op een lijn met Eddy Merckx, Bernard Hinault en Jacques Anquetil geplaatst. Het is gevaarlijk grote kampioenen met elkaar te vergelijken - je moet ze in het perspectief van hun tijd plaatsen - maar er zijn natuurlijk wel parallellen te trekken. Gelet op hun voorbeeldfunctie zetten ze de toon voor de nabije toekomst. In die zin mag de wereld van het cyclisme zich gelukkig prijzen, dat Indurain de Mount Everest heeft bedwongen en niet iemand als Gianni Bugno. De Italiaan leek met zijn wereldtitel van Stuttgart en nog een rits aansprekende overwinningen de nieuwe hemelbestormer te worden. Op de vraag wat de wielersport wijzer zou zijn geworden van Bugno, had de kenner langs het parcours hetzelfde kunnen antwoorden als Aad de Mos indertijd op de trainerscursus. "Niets," zei hij toen ze van hem wilden weten wat de toenmalige Ajax-trainer Ivic aan het Nederlandse voetbal had toegevoegd.

Post haalde in dat opzicht zijn gelijk in de Tour. Enkele maanden geleden mocht hij in het televisieprogramma 'Barend en Van Dorp' uit drie renners een nieuwe kopman voor zijn ploeg kiezen: Breukink, Bugno of Indurain. Zonder lang na te denken koos hij voor de laatste. Met als motief dat de Spanjaard zich het hele jaar door laat zien. Post nu: "Je had er toch niet aan moeten denken dat Bugno de Tour had gewonnen. Want dan had elke renner zich voorbereid zoals hij. Dan gaat er helemaal niemand meer rijden. Voor een sponsor is zo'n Bugno toch ook verschrikkelijk? Na het WK heeft hij niets meer gedaan en over vier weken is hij wereldkampioen af. Mijn visie is altijd geweest dat een renner zoveel mogelijk moet rijden. Alle argumenten die daar tegen pleiten, noem ik onzinnig. Als je je nergens laat zien, loop je veel meer risico's. Je kunt in een Tour vallen, je kunt ziek worden en je kunt een zwakke dag hebben. Nou, daar gaat dan die wedstrijd waar je alles op hebt gezet."

Haalbare kaart

Na Coppi (1952), Anquetil (1964), Merckx (1970, '72 en '74), Hinault (1982 en '85) en Roche (1987) liet Indurain op indrukwekkende wijze zien dat het winnen van de Giro en de Tour ook in de jaren negentig een haalbare kaart is. "Je moet in de wielersport een man hebben die ver boven iedereen uitsteekt," vindt Peter Post. "De rust die die man uitstraalt, de kalmte die hij bewaart als Bugno een keer wegrijdt, dat tekent de klasse van een kampioen. Want een renner die in paniek raakt verspeelt veel kracht."

Miguel Indurain maakte er desondanks geen Merckxiaanse Tour van. De introverte Spanjaard bezit wel de allure van de kannibaal, maar zal nooit diens bijnaam sieren omdat hij nu eenmaal geen veelvraat is. Het record van 96 dagen in de gele trui en 34 etappeoverwinningen, tijdritten inbegrepen, blijft wellicht tot in lengte van dagen op naam van de Belg staan. Indurain maakte er ook geen Merckxiaanse Tour van, omdat er buiten zijn gezichtsveld genoeg gebeurde om de 79ste editie tot een van de boeiendste van de afgelopen jaren te bestempelen. Zo won Claudio Chiappucci, na 220 kilometer op kop te hebben gereden, in eigen land een herosche Alpenetappe. Gekscherend liet hij weten, dat de tijdritten in de Tour een stuk langer moeten worden, wil hij een kans op de eindoverwinning maken.

Greg LeMond kondigde daarentegen zijn afscheid als toprenner aan. De slecht voorbereide Amerikaan kwam de Alpentoppen niet meer over. Hij heeft voldoende voorbeelden uit het recente verleden (Merckx, Hinault) om te beseffen dat het aftakelingsproces als wielrenner een aanvang heeft genomen. In zijn spoor kwamen beloftes hun beloften niet na (Breukink, Leblanc, Bugno, Abdoesjaparow, Cipollini). Daar tegenover diende een enkel nieuw talent zich aan (Virenque, Bouwmans als beste jongere, Lino en - ofschoon hij alleen de laatste week voor iedereen zichtbaar uit zijn schaduw trad - Zhdanow). Wie bij de ploeg Post komt buurten, hoort iedereen lyrisch praten over de nog maar 22-jarige Rus die in 1987 wereldkampioen achtervolging bij de junioren was en in 1990 de Ronde van Zweden won.

De 79ste Tour de France was bovenal een enorme slijtageslag. Het marktmechanisme maakte van de ronde een waar gekkenhuis. De Tour is sowieso al een evenement waarin iedereen gezien 'moet' worden. De crisis spoorde sponsors, ploegleiders en renners met de WW als vooruitzicht, nog eens extra aan elke gelegenheid te baat te nemen om in beeld te verschijnen; een paar Nederlandse ploegen daargelaten. In de lange aanloop naar de Alpen veranderde iedere etappe in een klassieker. De gemiddelde snelheid werd opgestuwd naar recordhoogte, al zullen statistici blijven bekvechten over de vraag of Merckx in 1971 met zijn moyenne van 39,639 kilometer per uur niet de snelste Ronde van Frankrijk reed. De Tourdirectie gunde, tot Indurain het stokje overnam, Delgado de eer van de snelste winnaar. Vier jaar geleden haalde de Spanjaard het gemiddelde van 38,909. Andere bronnen uit de boezem van dezelfde organisatie zagen op het schermpje van de zakcalculator een hogere uitkomst: 39,142. Met welke maten er ook gemeten wordt, als de vroegere adelaar van Toledo fladderde Indurain over de Spaanse, Franse, Belgische, Nederlandse, Luxemburgse, Duitse en Italiaanse wegen.

Natuurwet

Tourdirecteur Leblanc schrijft het grensoverschrijvende gemiddelde toe aan de zegeningen van deze tijd: betere renners, maar vooral betere fietsen, betere voedingspreparaten, betere hotels en betere wegen. De natuurwet laat zich gelden: voor de zwakkeren in de fietsende samenleving is geen plaats meer. De sanering trekt diepe sporen door het land. De vraag is of het fileermes niet teveel als hakbijl wordt gebruikt. Wat dat betreft ontvouwde Jeff Bernard zaterdag in Le Figaro een aardige theorie: "Ik maak me zorgen over de jonge coureurs in de leeftijd tot 25 jaar. Ze reden de afgelopen weken rond als dolle honden. Over twee, drie jaar zijn ze afgebrand. En niemand die de waarschuwende vinger opsteekt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden