Tour in greep van de paradox

RENNES - Het is een vreemde paradox. Deze week deed de Tour de France pas voor de tweede keer in zijn 91-jarige bestaan Engeland aan. Bij de eerste gelegenheid, in 1974, omzoomden slechts twintigduizend toeschouwers het parcours rond Plymouth, waar de Nederlander Henk Poppe Eddy Merckx in de sprint verraste.

Kort voordat het rondtrekkende dorp zich gisternacht inscheepte voor de overtocht naar Normandië, gaven de Britse organisatoren Tourdirecteur Jean-Marie Leblanc nog een warme afscheidsgroet mee. Twee miljoen mensen waren op de been geweest, en die raakten niet uitgepraat over twee etappes die - sportief gezien - door de diehards onder de volgers allang in het vergeetboek zijn bijgeschreven. Het enthousiasme gold niet zozeer het wedstrijdverloop zelf, als wel de uitstraling van het evenement. De coureurs speelden het spel prima mee. Sean Yates mocht in de buurt van Londen vooruitrijden en afstappen om zijn familie te begroeten, Chris Boardman mocht in Brighton het voor de eindzege kansloze peloton verlaten teneinde juichend vierde te worden. Vroeger was dat heel gewoon, nu zijn het - in zeer speciale gevallen - opgepoetste sentimenten met een hoge attentiewaarde. Het wielrennen moet je verkopen. Soms in de koers zelf, maar zeker ook daarbuiten.

Paris, Texas

Commentaarschrijver Hamish McRae van The Independent greep het bezoek van de Tour de France aan het Verenigd Koninkrijk aan om de stelling te poneren dat het land van herkomst veel te klein is geworden voor het derde sportevenement ter wereld. Gerelateerd aan de kijkcijfers op tv mogen alleen de Olympische Spelen en het WK voetbal zich in een grotere publieke belangstelling verheugen. McRae stelt dat Frankrijk, maar ook andere wielernaties als Spanje en Italië, multinationale sponsors missen om de Tour omhoog te stoten in de vaart der volkeren. De schier onuitputtelijke geldbronnen zitten in de Verenigde Staten en Japan. Naar de gelijknamige film van Wim Wenders vermoedt McRae dat de volgende uitdaging voor Leblanc Parijs zal zijn, maar dan Paris, Texas. Want de logistieke problemen die het transport van de karavaan naar Amerika met zich mee zullen brengen, kunnen in zijn optiek niet veel groter zijn dan de ondergrondse treinreis via de Eurotunnel, eerder deze week.

Een van Leblancs voorgangers, Félix Lévitan, droomde ooit - vooral om commerciële redenen - van een Tourstart in Quebec (Canada). Binnen de Société du Tour de France groeiden destijds, een kleine tien jaar geleden, zoveel weerstanden tegen het idee dat het werd afgeblazen, voordat er een serieus draaiboek was geschreven. Leblanc is te veel verknocht aan het wielrennen zelf om het 'monument' uit te leveren aan grote sponsors. Hij heeft het snoeimes ter hand genomen om de Tour de France als wedstrijd èn fenomeen beheersbaar te houden. Maar de paradox blijft.

Die luidt dat Frankrijk sinds enkele jaren op het sportieve vlak geen rol van betekenis meer speelt in de eigen ronde. Vorig jaar was Pascal Lino (in Perpignan) de enige Fransman die een ritzege behaalde. Leblanc, die vaak te horen krijgt dat hij met zijn moloch tal van andere koersen de nek omdraait, is behalve met het leiden van een florerende onderneming ook (zeg maar: vooral) druk in de weer met ontwikkelingsprojekten. De Société heeft in de loop der jaren de organisatie van steeds meer noodlijdende koersen - waaronder klassiekers als Luik-Bastenaken-Luik en de Waalse Pijl - op zich genomen om te voorkomen dat ze van de kalender verdwijnen. Leblanc c.s. passen met liefde het geld bij, dat via de sponsoring van de Tour terugverdiend moet worden. Het nietige Chazal werd tot de ronde toegelaten om de werkgelegenheid in Frankrijk niet om zeep te helpen. Weer een paradox. Als het op seizoenarbeid aankomt, is de Tour in juli een van de grootste economische factoren in Frankrijk.

Die paradox was er gisteren ook in prestatieve zin. Weer was de voertaal geen Frans, weer werd er een mondje Italiaans gesproken (Gianluca Bortolami, een knecht, Rominger, won de etappe), maar bovenal was het Angelsaksisch de boventaal. In paradoxale zin trouwens: positief en negatief. Het Britse wielrennen stelt getalsmatig weinig voor. Slechts twee Engelsen staan op de deelnemerslijst: Boardman en Yates. Maar beiden mogen zich na één week koersen al (ex-)gele truidrager noemen. Het toeval wil dat Boardman in de laatste etappe op Franse bodem - voor de oversteek naar Dover - uit het geel werd gereden en dat bij terugkeer op Frans grondgebied Yates het felbegeerde kledingstuk overnam van de Italiaan die er op het eiland mee pronkte: Flavio Vanzella.

De paradox kan verder worden doorgetrokken. Yates rijdt voor het Amerikaanse Motorola, dat vorig jaar voor de Ronde van Frankrijk aankondigde zich terug te zullen trekken uit het peloton. De sterke prestaties van de Tourploeg van Hennie Kuiper deed de hoofddirectie lopende het evenement besluiten op die beslissing terug te komen. Een maand later werd de Amerikaan Armstrong ook nog eens wereldkampioen. Motorola is inmiddels niet meer weg te branden uit het peloton. Het gaat nog zeker twee jaar door als sponsor.

Veteraan Yates (34) zal die termijn niet geheel uitdienen. 1995 is zijn laatste jaar als actieve wielrenner. Komend uit een derde-wereldland (op fietsgebied) is de Londenaar het prototype van de autodidact, die talent aan enorm veel wilskracht en geluk op het juiste moment moet koppelen. Als 17-jarig jongetje verdiende hij 's ochtends de kost door plantsoenen te onderhouden, waarna hij 's middags en 's avonds zeven uur lang onbekommerd kon trainen. Alleen, zonder enige trainingstechnische begeleiding. Toen hij op grond van zijn verrichtingen aan het eind van de jaren zeventig een plaatsje in de Engelse tijdritploeg voor het WK verdiende, bestond de toenmalige bondscoach het de deur in het slot te gooien, “omdat Yates de ballen verstand had van wielrennen”. Op de WK baan in het Olympisch Stadion van Amsterdam (1979) plaatste hij zich via de individuele en de ploegachtervolging wel voor de Olympische Spelen van Moskou, het jaar erop.

Yates had verder het geluk dat zijn vader hem stimuleerde door te gaan met fietsen. Hij stond achter het idee dat zoon Sean bij het befaamde ACBB zijn opleiding voltooide. Via de inmiddels failliete Parijse club kwam Yates 'automatisch' terecht bij Peugeot. Aan die periode (1982- '86) dankt hij zijn bijnaam Animal, het beest. Waarom zo'n 'goede mens' met zo'n kwalificatie wordt opgescheept, wil hij graag met een glimlach rond de mondhoeken uitleggen: “Wanneer ik me op de training of in de koers uitsloof voor een ander, kan ik vreselijk boos op mezelf en de anderen worden. Dat heeft te maken met het fanatisme waarmee ik sport bedrijf. Castaing, sprinter in de Peugeot-ploeg, voor wie ik menig sprint aantrok, noemde mij daarom Bestia, beest.”

Yates dankt zijn gele trui - voor even, want hij staat slechts één seconde voor op Bortolami, vier op Museeuw en twintig op Indurain - aan het feit dat hij gisteren meezat in de goede ontsnapping. Het peloton - met Museeuw, die onderweg in de tussensprints het geel al had overgenomen van zijn ploeggenoot Vanzella - kwam net te laat binnen om een tweede machtsgreep op één dag te verhinderen. Yates is in de bloei van zijn leven. Hij verdiende eerder dit jaar al 40 000 dollar met het winnen van het open Amerikaans profkampioenschap en een daaraan gekoppeld klassement. Hoe paradoxaal is het leven. Greg LeMond is één jaar jonger dan Yates, maar - voor wat betreft het wegrennen - definitief oud en versleten, naar het lijkt. Hij stapte bij de bevoorrading af en zal als renner zeker niet terugkeren in de Tour de France. Twee jaar geleden tekende het verval zich al af, toen hij in de heroéche Alpenetappe naar Sestrières (gewonnen door een ontketende Chiappucci) moest opgeven. In de Tour van 1993 werd LeMond wegens gebrek aan conditie niet eens opgesteld. Dat de drievoudige rondewinnaar nu na één week moest opgeven, is niet zo verwonderlijk. Langer heeft hij dit seizoen nog niet achter elkaar gefietst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden