Tour de Lille, veel verrassender dan een donkere tunnel

Het begin van de Tour de France in het Noordfranse Lille bood weer alle gelegenheid om vooroordelen tegen dit deel van Nederlands best bezochte vakantieland tevoorschijn te halen. “Het grauwe noorden zou je op weg naar je vakantiebestemming met de ogen dicht moeten kunnen rijden. In een donkere tunnel is het uitzicht vrolijker dan al die aftandse fabrieken, die saaie baksteenrode huizen en de trieste steenkoolbergen”, schreef wielerverslaggever Johan Woldendorp in deze krant.

Op een parkeerplaats in dat 'hoge noorden' van Frankrijk (op weg naar het diepe zuiden kom je altijd eerst in het noorden uit, waar je ook naar toe gaat) lees ik in 'Velden van weleer' van Chrisje en Kees Brants bijna dezelfde woorden over de streek tussen Lille en Lens waar tachtig jaar geleden zoveel eerste wereldoorlogsleed viel te noteren: “Het is toch al niet het meest aantrekkelijke deel van Frankrijk, met puntige sintelbergen als pukkels in het overwegend vlakke landschap en langgerekte dorpen met armzalige mijnwerkershuisjes, alles met een waas van kolengruis. Toen was het een wirwar van stellingen en loopgraven tussen de mijnen, steengroeven, fabrieken en huizen”.

Dat Lille in veler ogen niet de meest aantrekkelijke plaats van Frankrijk is, weten de Fransen zelf ook. Lille heeft een verkeerd imago. Dat is niet terecht, maar wel onuitroeibaar. De stad zelf doet er veel aan zich goed te presenteren. Het hoge werkloosheidspercentage (maar niet zo hoog als bijvoorbeeld SaintEtienne waar de laatste jaren ook veel van de grond is gekomen) zorgt ervoor dat de gemeentelijke inkomsten beperkingen voor al te vergaande vernieuwingen opleggen, maar er wordt met man en macht aan gewerkt om de stad aantrekkelijk te maken. Zo is er 's zomers een leuk festival voor uiteenlopende soorten kunsten waar zelfs de niet uit Parijs weg te branden culturele pers op af komt. Binnenkort gaat ook het indrukwekkende Musée des Beaux-Arts open, waar de collectie Nederlandse en Vlaamse kunst (Ruysdael, van Goyen, Rubens, Bouts) beter en mooier is dan in het gemiddelde Nederlands provinciemuseum. Nog meer redenen. Het historische centrum staat vol met barokke panden, sommige opgesierd met de voor deze streek zo typische gietijzeren balkonnetjes. In de Rue des Chats-Bossus zit een fameus visrestaurant met de naam L'Huitrière' dat je alleen al vanwege zijn art deco interieur even moet bekijken. En dan zijn er natuurlijk al die moderne architectonische projecten waarvoor alleen bouwmeesters van meer dan internationale faam voor worden aangetrokken. Het technisch hoogstaande stadion van de FC Lille, het museum voor moderne kunst in de agglomeratiegemeente Villeneuve d'Ascq zijn al van wat oudere datum. “Ene Koolhaas heeft daar ergens een project gebouwd”, memoreerde de Tourverslaggever op de televisie bij het zien van beelden uit de helicopter toen de laatste renner de proloog had gereden. Dat project was dus Euralille, de poort waarmee de stad zich naar Europa wil openstellen.

Over vijfenzeventig jaar, als Nederland de aansluiting op de TGV heeft gerealiseerd, moeten alle Parijs- en Londengangers hier overstappen om binnen een uurtje in de respectieve hoofdsteden aan te kunnen komen. Lille heeft dan nog steeds de slechte naam van een grauwe industriestad waar overal wordt gebedeld. Dat laatste is overigens niet uitzonderlijk voor een industriestad, wie wel eens een pakweg grote stad als Rotterdam bezoekt, kent het verschijnsel van om een gulden smekend proletariaat.

Nee, dat hoge Franse noorden wordt door de Nederlander op weg naar de Dordogne of de Ardèche waar het in beide gevallen van landgenoten is vergeven, eenvoudig met de blik op oneindig gepasseerd. Als ik bij Bapaume de snelweg richting Parijs verlaat en op weg naar Albert voor een goed aangelegde lokale weg de richting Rouaan opga, waan je je plotseling in het meest rustige vakantieland van Europa. Een half uur rijden levert je precies één vrachtwagen op die je moet inhalen en een bakkerswagen die je van de andere kant tegemoet komt. Het landschap, niet spectaculair maar wel rijk aan prachtige planten die tot aan de autoweg staan, is bezaaid met herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog. De rivieren de Somme en de Aisne hebben hun naam gegeven aan de talloze veldslagen die hier tussen 1914 en 1918 zijn geleverd. Om de tien kilometer is een militaire begraafplaats te vinden waar een compleet bataljon geallieerden of Duitsers een laatste rustplaats heeft gevonden. Niet de dodenakkers zelf, maar wel de aankleding ervan is een reden om ze te bekijken: nergens zie je het expressionisme in de Franse architectuur zo goed uitgedrukt als in deze meditatiepaviljoens. Van hier tot aan Verdun, dus bijna over de volle breedte van het land, heeft de Eerste Wereldoorlog zijn stempel op het landschap gezet, een architectuur vernietigend, maar ook een nieuwe bouwkunst scheppend.

Nu is deze begraafplaatscultuur niet de enige reden om dat 'saaie' noorden eens beter te gaan bekijken. Voor kathedralenliefhebbers is er minstens even veel te vinden. Steden als Lille, Arras (dat niet voor Brugge onderdoet in stadsschoon), Amiens, Soissons bezitten hoogtepunten van gotische kerkenbouw. Als de Péripherique van Parijs als de uiterste grens van het Franse noorden mag worden beschouwd, dan kunnen ook Saint-Denis en Senlis tot de kunststeden van het noorden worden gerekend. Hier staat de wieg van de gotiek, van SaintDenis trok de vernieuwingsbeweging, eerst naar Reims en Chartres, later dieper het land in om overal fel te concurreren met de laatste stuiptrekkingen van de Cisterciënzer kloosterarchitectuur.

Nee, er is genoeg te zien in dat saaie Franse land. Geen Nederlander die zich er vertoont en daarom wel zo rustig. De Fransen houden het graag zo. Ofschoon het deel 'Flandres, Artois, Picardie' van de groene Michelin de streek met talloze tweesterren-steden heeft beplant, wordt de streek zelden of nooit onder de aandacht van het vakantievolk gebracht. Zodat de vooroordelen over Lille en zijn omgeving voorlopig wel zullen voortleven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden