Toulouse-Lautrec koestert in zijn werk het menselijk leven

T/m 1 juni in het Grand Palais, Avenue du General Eisenhower, Parijs (metro ChampsElysees Clemenceau), geopend dag. 10-20 uur, wo tot 22 uur, dinsdag gesl. Voor deze expositie is het noodzakelijk te reserveren, alleen niet op ma, do.mi. en zo.mi. Tel. reserveren onder no. (1) 48 04 38 86 of per fax (01) 42 74 30 69. Cat. ffr. 350 (ca. f 119).

Het Grand Palais in Parijs heeft het van het Van Goghmuseum in Amsterdam afgekeken hoe het met een expositie van de grootste Franse schilder van de late 19de eeuw moet omgaan. Wie het werk van Toulouse-Lautrec wil zien, moet reserveren. Bovendien is er de museumtent, waarin allerlei produkten worden verkocht die reproducties van het werk van de schilder bevatten. Een simpel kaartje met zes speldjes (zeer in trek) voor 22 gulden, een paraplu met de handtekening van de schilder voor iets minder dan honderd gulden, een sjaal met het portret van de cabaret-eigenaar Aristide Bruant voor ruim honderd gulden, een das met een simpel monogram voor meer dan 110 gulden, een thee-serviesje met niet meer dan vier kop-en-schotels voor 280 gulden. En dan tenslotte de ultieme knaller: het drink-etui van Toulouse-Lautrec, om onderweg een borreltje te nemen, voor 408 gulden. Alles gedecoreerd met afbeeldingen van can-can-danseressen, theaterscenes, vermoeid starende drinksters of de schilder zelf op zijn alleronvoordeligst, namelijk als de mismaakte dwerg die hij nu eenmaal was.

Die commerciele exploitatie maakt dat de tentoonstelling wel moet tegenvallen. Zo'n brij aan clichebeelden wekt verwachtingen die nooit kunnen worden ingelost. En toch gebeurt het onmogelijke: met al je voorkennis over deze schilder wiens beelden een eeuw lang voor van alles en nog wat zijn misbruikt, weet dit werk opnieuw te ontroeren, opent het nieuwe gezichtspunten, geeft het een indruk van een schilder die geheel terecht tot de grootsten van de 19de eeuw moet worden gerekend.

Voyeurisme

Wat blijkt dat beeld dan eigenlijk verkeerd te zijn: Toulouse-Lautrec als een schilder wiens voorstellingen zo vaak in het sensationele zijn getrokken, die van voyeurisme werd beticht omdat hij met een geile blik naar strippende vrouwen zou kijken, die blijkt in dit overzicht heel wat ingetogener te zijn, integerder ook dan hij ooit is afgeschilderd. De scenes waarmee hij zoveel opzien baarde, blijken in dit breed opgezette overzicht zelfs in de minderheid te zijn. Ze wegen in aantal niet op tegen die onderwerpen, die hier in een strikte thematisering bij elkaar zijn gehangen: het jeugdwerk met de vele paarden-scenes, de academie-periode met het klassieke naakt, de portretten, het theater, de illustraties in de gedrukte pers, karikaturen en 'types', het leven op Montmartre, de sterren van het nachtleven, de affiches, de bordelen, lesbiennes en tenslotte het latere werk dat het korte leven van Toulouse-Lautrec (1864-1901) zo abrupt afsloot.

Het is een rondgang die stevig tijd kost; niet omdat het zo druk is, want de inrichting is zodanig dat elk werk van veel kanten kan worden bekeken. Nee, Toulouse-Lautrec dwingt de kijker voortdurend naar zijn onderwerpen te kijken, te vergelijken en te zoeken naar wat hij als de essentie van de schilderkunst probeerde op te zoeken. Niets geen oppervlakkigheid die hem zo vaak is verweten. Verwijten die waarschijnlijk gemaakt zijn op grond van zijn zwierige penseelvoering, de snelle schetsen met het krijt, de vlotte opzet met vaak enkele lijnen die voor zoveel meer staan. Vlot zijn veel schilderijen inderdaad, maar het is de uiterlijke schijn waarachter steeds een psychologisch inzicht schuilgaat. Toulouse-Lautrec ziet het leven als een theater, waarin iedereen zijn eigen rol speelt maar waar evengoed plaats is voor vreugde als voor tragiek.

De schouwburg is de plaats waar dit leven zich afspeelt, het biedt alle rekwisieten die voor het drama nodig zijn. Het theater is ook het bordeel waar verlepte vrouwen ongeinteresseerd op hun klant wachten, het is het terras van de boulevard waar een ieder zich laat bekijken en zelf kijkt, het is de cafe-tafel waar gegeten en gedronken wordt totdat alle excessen die daar bij horen, zich openbaren.

Het gaat daarbij lang niet altijd om dat ene milieu van de zelfkant waarmee Toulouse-Lautrec zich vereenzelvigd zou hebben, er is even goed sprake van een bourgeoisie die het in deze belleepoque goed en gerieflijk heeft. Ligt de reden voor dat etiket van oppervlakkigheid in het feit dat hij nooit een moraliserende vinger opstak om te waarschuwen tegen zo veel verval, zo veel decadentie? Hij toonde inderdaad situaties die de meeste burgers van zijn tijd en nog lang daarna zouden bevreemden, omdat ze hen alleen van horen zeggen bekend waren. Tenslotte was Toulouse-Lautrec lange tijd de enige schilder die zo'n natuurgetrouw beeld van het leven in een maison close, het Parijse bordeel anno 1890, gaf. Maar altijd is hij de scherpe observator die kennelijk zoveel van de mensen om hem heen houdt, dat hij ze eenvoudigweg niet kan veroordelen. Zelfs in de karikaturen blijft hij verhoudingsgewijs nog een milde beschouwer die niet mept maar koestert.

Het is die kwaliteit in het portretteren die hem zo doet verschillen van de impressionisten. Als onderwerp is het portret nooit sterk vertegenwoordigd geweest in het impressionisme. Het vereiste immers een langdurig schouwen en observeren dat de meer op het vluchtige moment ingestelde impressionist ontliep. Toulouse-Lautrec wekt in veel van zijn portretten de idee dat hij snel kijkt en zijn krijt al even snel neerzet, maar op deze tentoonstelling blijkt dat hij elke voorstelling wel degelijk uitwerkt, vaak met een kleurrijkheid en heftigheid die aan de fauvisten van tien jaar later doet denken. Voor hen was hij overigens duidelijk een wegbereider.

Hij past dan ook veel meer in de stijl van Van Gogh of de nabi's die met kleur en vorm de idee en de bedoeling zochten die achter elk beeld schuilgaat. Ook met de stijl van Paul Gauguin had hij, op het gebied van kleur en lijnvoering, verrassend veel gemeen. Wat Toulouse-Lautrec met de impressionisten gemeen heeft, is hun waardering voor het bestaande licht. Maar omdat hij zijn onderwerpen nooit buiten zocht, moest hij het kunstlicht in zijn interieurs zodanig manipuleren, dat het een bepaalde waarde kreeg. Vaak maakte hij, zoals bij veel theaterscenes, van tegenlicht gebruik, hetgeen een grillig contrast aan het portret van de aanwezige figuren gaf.

Dit effect, dat filmisch overkomt, geeft elke keer weer een bijzondere sfeer die een welhaast magische uitstraling oproept. Het is mede dat effect dat je als kijker zo gekluisterd aan het werk houdt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden