Totdat ze er samen uit waren: hij is het allebei - God én mens

'O machtig God, o Jesu zoet, die aanneemt ons vlees en bloed'-zingend lukt dat kerstlied nog net, maar verder dóet de vleeswording van de tweede Persoon van de Drie-eenheid het onder weldenkende godgeleerden niet meer zo. Een queeste naar de juiste kerstboom voert langs enkele kunstenaars die de vleeswording van het Woord wel serieus nemen.

Lodewijk Dros

'O bontjas onder de bomen, groene wolkenkrabber, zingende maxikandelaar die kerst op kerst onze binnenkamers opluistert, traktatie voor kachels en haarden, leverancier voor stormrammen en scheepsmasten, wijs ons de weg. Omhoog en vooruit willen we allemaal, warmte doet ons goed, en in het donker is wát fijn om te worden bijgelicht'', schrijft Charlotte Mutsaers in haar essaybundel 'Zeepijn'. Ze zoekt naar de bronnen van haar verbeelding en haar gevoel, aldus de jury over het boek dat de Busken Huetprijs won, 'langs het spoor van dennennaalden'.

Het Germaanse groen kwam er bij de ouders van Frits van Egters niet in. Morgen leest de liefhebber van 'De Avonden' van G.K.van het Reve hoofdstuk IV en ziet, dat de jonge antiheld de afwezigheid van een boom betreurt.

Frits heeft nog wel enige notie van het kerstfeest - meer dan Mutsaers in elk geval die een hele kerstbomenzoektocht lang er niks zinnigs over opmerkt. ,,Hoort de kerstboodschap'', zei hij hardop, ,,de heiland werd geboren. Hij stierf op Golgotha, wiedewiedewiet sjieng boem.''

Een schrijversleven verder en toegetreden tot de rooms-katholieke kerk heet Reve's hoofdpersoon Hugo Treger en deze is intussen goed veertig, maar verder is er weinig veranderd. ,,Men vierde een geboortefeest, dat van de belangrijkste Geboorte aller tijden nog wel'', mijmert hij, maar ,,vrijwel niemand wist meer, wat Kerstmis inhield of betekende.''

De handeling in 'Bezorgde Ouders' beslaat een etmaal, 'in de Advent van het jaar 199*, drie dagen vóór Kerstmis' - de dag waarop 'De Avonden' begon. ,,Als hij eens, voor het eerst sedert jaren, toch maar een kerstboom ging kopen? Of kon hij misschien beter wachten tot het einde van de laatste namiddag vóór Kerstmis, als ze opeens voor spotprijzen weggingen?''

In de openingszin, of eigenlijk in één woord komt hét Revethema aan de orde: Advent ('komst'). Honderden pagina's - en een heel oeuvre - lang zoekt de schrijver in seksueel verlangen naar begeerlijke jongens, soms in vermoeiende opsommingen.

,,Het grootste geheim van het christendom is dat God mens geworden is'', aldus ongeschoeid karmeliet pater Frans Vervooren onlangs voor de 'verrekijk', bij gelegenheid van de Prijs van de Nederlandse Letteren. ,,Dat roept Reve in 'Nader tot U' zo op: 'Als God zich opnieuw in de levende stof gevangen geeft, zal hij als ezel terugkeren'.''

Met die ezel verenigt de ik-figuur zich seksueel; godslastering, oordeelden velen. Integendeel, oordeelde Vervooren over Reve's werk. ,,Mystiek draait om het deel krijgen aan het geheim. Daartoe gebruikt Reve dat erotische, lichamelijke beeld.''

Het zoeken naar vereniging is ontoereikend, want de vervulling blijft meestal uit. Wat rest, is het verlangen, advent; Kerstmis wordt het in 'Bezorgde Ouders' niet. Jezus is de nog komende of om het met Reve te zeggen, de eeuwig Wijkende.

In de moderne kunst is Jezus zelfs de afwezige. Verdwenen, aldus hoogleraar liturgiek Marcel Barnard, ,,in de figuratieve kunst als gelovige reactie op de Man van Nazareth, in de niet figuratieve kunst als gestalte die als Jezus herkenbaar is''. Hij moest dat zelfs vaststellen in kunstwerken die op verzoek van zijn prof. dr. G. van der Leeuwstichting waren gemaakt.

Opgelet dus, nu in Amsterdam Jezus' leven wordt verbeeld (Trouw, 6 december). ,,De vleeswording van het Woord heeft tweeduizend jaar geleden het verbod op het uitbeelden van het menselijk gelaat opgeheven'', schrijven de makers van I.N.R.I., Serge Bramly en Bettina Rheims. Hun stelling heeft door de eeuwen heen wel wat tegenstand ondervonden, zoals tijdens de Reformatie, maar hun expositie heeft toch onderdak gevonden en nog wel in het ooit oer-protestantse Bijbels Museum.

INRI ontdoet Jezus' leven van de mythe en drie beelden van Jezus komen bij elkaar. Het eerste: dat van de ontmythologisering. De wonderbare spijziging wordt er niet minder wonderbaar van, maar toch: de papieren en echte vissen hangen aan touwtjes aan de bomen. Het tweede: het Joodse van Jezus. In de iconografie de eeuwen door weggewerkt, is hier prominent aanwezig: schriftgeleerden schrijven hem hebreeuwse teksten op het lijf. Het derde aspect valt pas bij nadere beschouwing op: het verhevene. Waar het in Rheims' foto's aan ontbreekt, is de nimbus, het ronde attribuut achter het hoofd waarmee schilders vroeger de bijzondere heiligheid van de afgebeelden konden onderstrepen. Hoe aards, soms plat, de foto's ook zijn, Rheims en Bramly willen de vleeswording van het Woord weergeven. Dat begrip ontlenen ze aan de proloog van een niet zo bekend kerstevangelie - geen stal, kindeke, herders of wijzen -, de proloog van het Johannesevangelie: ,,Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.''

Deze tekst heeft bij de totstandkoming van het kerstfeest een belangrijke rol gespeeld. Het van oorsprong heidense - en nooit helemaal gekerstende, zie die boom - kerstfeest fungeerde als middelpuntzoekende kracht; van verschillende opvattingen over Jezus, zoals het Nieuwe Testament aanreikt, moest er één winnen. Dat kostte de nodige levens, zoals Reve aan Simon Carmiggelt schreef, ,,omdat er altijd mensen samenrotten die dachten dat het geloof iets begrijpelijks was, en hom of kuit wilden. Dus telkens het gezijk van: Hij is mens. Of van: Hij is God. Tot ze eruit kwamen: Hij is allebei'', vatte Reve de uitspraak van het concilie van Nicea (325) samen.

Het evangelie van Johannes bood daar de beste papieren voor, het populaire heidense zonnefeest de datum. Zo hielp het vierde-eeuwse nakomertje onder de christelijke feesten de concilie-uitspraak 'om te zetten in liturgische beleving', zoals een kenner het zei.

Rheims en Bramly doen in beeld hetzelfde. In de evangelieverhalen, ook dat van Johannes, verschijnt een duif als teken van de heilige Geest bij Jezus' (volwassen)doop. Bij Rheims komt de duif al bij de Annunciatie aangevlogen: 'In den beginne was het Woord'. Het is, hoe hypermodern en gelikt ook uitgebeeld, een zeer orthodox standpunt. Anders dan Reve bereiken zij Jezus wel, maar een 'gelovige reactie op de Man van Nazareth' (Barnard) is het niet; Rheims en Bramly zijn joods en 'door en door a-religieus'.

Ze is mooi, naturel, bijna naakt en godslasterlijk: een gekruisigde vrouw. Ze siert het omslag van 'I.N.R.I.', dat in Frankrijk menigeen de gordijnen in joeg. Dat was kortzichtig, want de gewraakte 'Jezus als naakt meisje' is de linkerafbeelding van een triptiek; het middenpaneel is bebloed, maar leeg. Maar in de universalistische visie van Rheims en Bramly is ze waarschijnlijk, met de man op het rechter- en het lege centrumpaneel, wel sámen Jezus.

Een eerdere fototentoonstelling in hetzelfde museum - van Raoef Mamedov - durfde het nèt niet aan; Jezus' geliefde leerling Johannes mocht wél een vrouw zijn, Jezus niet. Hij had wel het syndroom van Down. Bij Rheims en Bramly is hij wit én zwart - weinig opzienbarend. Maar ze gaan verder, deinzen niet terug voor de volgende consequentie: hij is óók vrouw. De gekruisigde vrouw is, zegt Bramly in een interview, wel degelijk 'de Man van smarten'. En Rheims: ,,Juist het naakte toont dat God mens geworden is.'' In INRI is het Woord álle vlees geworden. Historisch deugt dat niet, theologisch wel, moeten ze gedacht hebben.

Het is, in de woorden van Reve, geen feit, maar waarheid. Zijn personage Treger ,,bewonderde de Kerk mateloos om het gemak waarmede deze verstand en rede moeiteloos opzij schoof als het om openbaring en waarheid ging. God is niet redelijk.''

Misschien helpt dat bij het zingen van het kerstlied 'O Heer Jezus, God en mense', maar voor het zoeken naar een kerstboom hebben we er weinig aan. ,,Waarom vierde men de Geboorte van de Menswording van God door miljoenen bomen te kappen en die stervende bomen nog voor veel geld te verkopen ook? Dat was ongehoord droevig, meende Treger, maar niemand scheen het ongewoon te vinden behalve hij. Het is noodlot,' dacht hij. Je ziet het voor je ogen gebeuren maar je kunt niets doen.'' Of toch: men neme de bontjas onder de bomen, een blauwspar met kluit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden