Tot volgend jaar, fluisteren ze

Het is donker. In Oost-Jeruzalem verzamelen zich Palestijnen op daken, binnenplaatsen en in huiskamers. Ze luisteren naar muziek of kijken naar een voorstelling. De Nederlandse componist Merlijn Twaalfhoven bedacht dit stiekeme festival. Kunst als wapen tegen wanhoop.

Wankelend over het oneven plaveisel met onverwachte treden banen ze zich in het duister een weg door een labyrint van straatjes. Ze fluisteren, alsof elk geluid de geesten in de oude binnenstad van Jeruzalem tot leven kan wekken. Het enige licht komt van het mobieltje van Asjira, de Palestijnse gids.

Drie uur lang wonen zes groepjes van elk twaalf Palestijnen, meest jongeren, voorstellingen bij verspreid over de oude stad en op verborgen plekken – huiskamers, binnenplaatsjes, badhuizen en op de daken van Oost-Jeruzalem. Vijftig jonge Palestijnse en tien Nederlandse musici en acteurs geven gedurende drie dagen zo’n 150 voorstellingen.

Het Al-Koeds huiskamerfestival is geheim om een verbod van de Israëlische autoriteiten bij voorbaat te omzeilen en een eventuele confrontatie met de Israëlische politie te voorkomen, maar ook om een sfeer van intimiteit te creëren.

Kort na het uitbreken van de tweede intifada in 2000 verklaarde Israël alle activiteiten van de Palestijnse autoriteiten in Jeruzalem illegaal. Tien culturele en sociale Palestijnse centra gingen dicht en dertig Palestijnse evenementen in Oost-Jeruzalem werden verboden.

Toen Israël daarna een afscheidingsmuur bouwde tussen de Westoever en Jeruzalem (met inbegrip van Oost-Jeruzalem), was het Arabische stadsdeel verstoken van zijn Palestijnse bezoekers. Die komen Jeruzalem via de controleposten moeilijk in. Oost-Jeruzalem raakte zo geïsoleerd van het Palestijnse achterland dat het geleidelijk zijn functie als cultureel centrum verloor.

Terwijl de Palestijnen de trappen afdalen naar hamam al-Ain, het oudste badhuis van Jeruzalem, vertelt Asjira: „Lang geleden bruiste Al-Koeds (Jeruzalem – red.) van de activiteiten. De Mamlukken, de soldaten van Saladin, bouwden hier in de twaalfde eeuw scholen, winkelpassages en badhuizen. Inwoners kwamen naar het badhuis om elkaar te ontmoeten, om af te koelen na een warme dag, om een massage te krijgen of om de bruid met henna voor te bereiden op de huwelijksnacht.”

Het badhuis werd in de jaren zeventig door de Israëlische overheid gesloten en tot ’verboden terrein’ verklaard. Toen een jaar geleden een onderzoeksinstituut van de Palestijnse Al-Koeds universiteit het badhuis wilde restaureren, stuitte het op verzet van de Israëlische overheid. De restauratie werd onder dwang van het leger gestaakt.

Tussen de steigers van die verboden renovatie verrast een serenade van de Engelse bariton Kevin Walton en de Palestijnse zanger en oedspeler Wissam Moerad het publiek. In de holle stilte weerklinkt het bekende gedicht van de Palestijnse nationale dichter Mahmoed Darwish:

Ik kom van daar en heb herinneringen

Ik ben geboren als alle mensen

Ik heb een moeder en een huis met vele vensters

Ik heb broers, vrienden en een cel met een koud raam

Ik heb een golf, gestolen door meeuwen

Ik heb mijn eigen zicht en eigen grashalm

Van mij is de maand aan de rand van de woorden

Van mij is het vogelvoer en de onsterfelijke olijfboom...

„Het is niet eenvoudig om Palestijns muzikant in Jeruzalem te zijn”, vertelt Moerad. „Soms geven de autoriteiten je geen toestemming om op te treden. Er zijn geen grote Palestijnse theaters of muziekcentra. De Israëlische overheid heeft de laatste jaren verschillende culturele centra gesloten en er is geen geld. In dit oude badhuis voel ik dat ik terugkeer naar mijn oorsprong.”

Om de hoek in het huis van Oem Tarek poetst Adelheid Roosen met twaalf deelnemers in een tien minuten durende voorstelling de stad schoon. Rode lippen, blozend gezicht en gekleed in een rood pak deelt ze tandenborstels uit en controleert ze het poetswerk van de anderen.

„Ik ben een geboren poetser. Ik poets de dingen in mijn leven schoon. Megapuinhopen zijn een uitdaging”, legt Roosen uit. „Ik heb in Jeruzalem vrouwen geïnterviewd over poetsen en reinigen van je lijf, je geest, je leven. Het is ons mensen eigen. We zijn hetzelfde. Ieder mens is wat ik ben, zo sta ik in het leven. Een vrouw in Mali zei mij eens: ’Ik ben er omdat jij er bent’.”

Tijdens het poetsen vertellen Palestijnen hun verhalen. Over de studies die ze hadden willen volgen, de dromen die niet in vervulling zijn gegaan. Terwijl Iz, een twintigjarige student uit Beit Hanina, een voorstadje van Jeruzalem, met zijn tandenborstel een muurtje veegt, bekent hij dat hij alleen nog op feestdagen naar Jeruzalem komt om in de Al-Aksa moskee te bidden. „Oost-Jeruzalem is ’s avonds uitgestorven. Mijn vrienden en ik gaan uit in Ramallah. Ik wist niet dat zich in het oude centrum nog een leven afspeelt.”

Voor de Nederlandse componist Merlijn Twaalfhoven, de initiatiefnemer van het huiskamerfestival, gaat het om veel meer dan amusement. Hij wil een gezicht van Jeruzalem laten zien dat normaal achter muren en deuren verborgen blijft.

„Meestal vragen de grote dingen in Jeruzalem de aandacht of het nu de terugkeer van de Messias is, of rellen op de Tempelberg. Onder dat politieke en religieuze vernis vind je een andere realiteit: het leven van de gewone mensen. Ik liep eens door de binnenstad en verzeilde in een rel tussen Israëlische soldaten en stenengooiende Palestijnse jongeren. De sfeer was gespannen, maar ineens was er die menselijke pauze. De soldaten gingen op de trap zitten om een broodje te eten. Kijk, dat interesseert mij.”

Toen de Internationale Arabische Organisatie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in 2009 Jeruzalem uitriep tot hoofdstad van de Arabische cultuur en een grootscheeps festival plande, stuitte ze op tegenwerking van de Israëlische autoriteiten. Zo werd haar de toegang tot bepaalde Arabische locaties ontzegd en de oude binnenstad afgesloten voor het publiek. Het festival is afgelast. Als een reactie daarop bracht Twaalfhoven het huiskamerfestival vorig jaar naar Jeruzalem. De formule bleek zo’n succes dat de Nederlandse en Palestijnse artiesten besloten om het dit jaar te herhalen.

Twaalfhoven: „Als je extremisme wilt tegengaan, moet je de oorzaak, wanhoop, tegengaan. Door kunst wordt een individu sterker en krijgt talent ruimte.”

Aan het einde van de overdekte Soek al-Katnien, de oude katoenmarkt, verzamelen de deelnemers en artiesten zich op de binnenplaats van het Centrum voor Jeruzalemstudies voor het slotconcert. Terwijl zij samen Byzantijnse hymnen en Arabische liefdesliederen zingen, wordt duidelijk dat het niet over conflict of apartheid gaat, maar het persoonlijke contact, de betrokkenheid bij elkaars leven.

Waarom wordt het Joodse deel van de stad niet in die uitwisseling betrokken?

Twaalfhoven: „In de toekomst komt er een multicultureel, religieus, etnisch festival. Daar leent deze stad zich bij uitstek voor. Er zijn al contacten met Israëlische kunstenaars, maar de situatie is nu nog te breekbaar. Er is zoveel argwaan ten opzichte van de ander, dat we ervoor hebben gekozen om in de eerste plaats het Palestijnse leven te belichten. Wel is het de bedoeling dat het huiskamerfestival binnenkort in Nederland wordt vertoond.’’

Het doek valt. De bezoekers verdwijnen in de anonieme duisternis van de grote stad. Tot volgend jaar in Jeruzalem, verzekeren de artiesten, ook als het weer ondergronds moet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden