Tot na middernacht viert Gaza de bevrijding Afhankelijkheid van 'de vijand' blijft ook na vertrek Israëliërs pijnlijk duidelijk

GAZA-STAD - Na negenen 's avonds begint Gaza te vieren dat de Israëliërs zijn vertrokken, dat je 's avonds gewoon doelloos op straat mag rondzwalken, een ijsje mag eten.

Zes en een half jaar lang, sinds het uitbreken van de intifada, was het uitgaansverbod van kracht. Tussen negen uur 's avonds en vier uur 's ochtends mocht niemand zich op straat vertonen. Als om het gevoel van bevrijding te benadrukken spreiden de marktkraampjes hun spullen - veelal tweedehands kleding - uit tot zelfs na middernacht en staan tot laat in de avond her en der de houtskoolgrilletjes te roken. Auto's die nooit lichten nodig hadden rijden nog net zo zonder licht door de onverlichte straten vol kuilen, luid toeterend, rechts en links inhalend in de dichtstbevolkte stad ter wereld, die meer dan een half miljoen inwoners telt, maar geen één stoplicht bezit.

Eveneens midden op straat flaneren oud-ingezetenen met hun verloren zonen, neven, broers of ooms, de soldaten van het Palestijnse leger, die als bevrijders naar de stad zijn teruggekeerd. Hand in hand lopen ze door de hoofdstraat, de Omar al Moekhtar. “Nog altijd”, zegt Mazin, een jonge Gazaat, “zijn er van die momenten dat ik denk dat er zo meteen een Israëlische soldaat aankomt, die me aan kan houden. Het duurt even, voor ik besef dat ze er niet meer zijn. Het is moeilijk zonder vijand te leven, het was vrij verslavend.”

In zekere zin is het in Gaza de omgekeerde wereld. Het gevoel van bevrijding dat zo sterk is in de avond, verdoezelt de grauwe werkelijkheid van overdag, de werkelijkheid van een Gaza zonder werk en zonder geld, een Gaza waar overdag de verwarring en de onzekerheid het gevoel van bevrijding verdringen, een Gaza dat leeft in een politiek machtsvacuüm.

Juist door het vertrek van de Israëliërs is pijnlijk duidelijk geworden hoezeer in 27 jaar bezetting Gaza afhankelijk is geworden van Israël: voor de elektriciteitstoevoer, voor werk, voor medicijnen, kortom voor het dagelijks bestaan.

En de Israëliërs laten niets na om dat gevoel te versterken. Zo besloot Israël drie maanden geleden de dagloners uit Gaza te weren, “om veiligheidsredenen”, al waarschuwde de Israëlische commandant van de bezette gebieden voor de desastreuze gevolgen. Geen van de moordaanslagen in Israël - de officiële reden voor de afgrendeling - was gepleegd door een Palestijn met een Israëlische werkvergunning. De stroom Palestijnse dagloners werd beperkt tot 4 000. Pas deze week werd dat aantal voorzichtig opgevoerd tot 20 000. Volgens de deskundigen is 40 000 het minimum aantal arbeiders dat in Israël moet werken, wil de autonomie enigszins kunnen functioneren. Zo niet, zegt er een, dan dreigt Gaza een hongerig gevangenkamp te worden.

Ook op andere gebieden werkt de 27 jaar bezetting door. Voor de overheidskantoren staan nog even lange rijen. “Met dit verschil”, zo merkt een inwoner op, “dat als iemand vroeger bijvoorbeeld naar een ziekenhuis in Israël moest, je die vergunning rechtstreeks bij de Israëliërs kon halen. Nu moet je in de rij staan bij de Palestijnse functionaris. Die brengt de formulieren naar het liaison-kantoor van de Israëliërs en hopelijk krijg je na enkele dagen antwoord, via de Palestijnse functionaris.” Een aantal chronisch zieken, afhankelijk van behandeling in Israëlische ziekenhuizen, is zo al hun behandeling misgelopen. Nog niet de helft van de 1300 studenten die op de westelijke Jordaanoever studeren heeft toestemming gekregen daarheen te reizen. De posterij en de banken werken nauwelijks, afhankelijk als ze zijn van Israël voor de postzegels, stempels, formulieren en wat dan ook.

Door het gebrek aan geld is de consumptie aanmerkelijk teruggelopen, sommige winkels met duurzame goederen gaan nog maar enkele uren per dag open. Alleen aan fruit lijkt geen gebrek. De reden is simpel: Israël houdt de export van de landbouwprodukten tegen.

In het economische akkoord tussen Israël en de PLO zijn duidelijke afspraken gemaakt. Zelfs het aantal uit te voeren komkommers of tomaten is vastgesteld. Israël wilde die uitvoer uit Gaza beperken om de eigen boeren te beschermen. Maar de beperkingen gingen de Israëlische minister van landbouw niet ver genoeg. Het gevolg is dat bij het landbouwdepartement in Gaza een hoge stapel papieren ligt: aanvragen voor exportvergunningen - naar Israël zelf, via de Israëlische haven Asjdod naar Europa, of via de Allenbybrug naar Jordanië en de Arabische wereld. Van de 1 800 aanvragen zijn er de afgelopen maand 100 goedgekeurd. “De rest is in behandeling”, hebben de Israëliërs meegedeeld.

Twaalf procent van het inkomen in Gaza komt uit de landbouw. Onder druk van Israël, dat geen competitie duldde, is de landbouwproduktie gedurende de jaren al ingrijpend veranderd. Zo moesten de Gazaten hun water-opslokkende citrusproduktie beperken - de produktie van een citrusvrucht kost een bad vol kostbaar water - en zijn ze zich gaan toeleggen op aardbeien, asperges en bloemen, die zo goed als allemaal via Israëlische bedrijven worden geëxporteerd.

Het tijdelijke 'hoogste gezag' bij het landbouwdepartement is de directeur-generaal, Mohammed Rayes. Zijn kantoortje logenstraft de verhalen dat de Israëliërs alles hebben meegenomen. Alles lijkt er nog gewoon te staan, inclusief de twee grote kleurige posters van aardappelboeren uit Emmeloord en Lelystad. “Ze (de Israëliërs) hebben alleen drie van de vijf computers meegenomen en alle handleidingen en diskettes met gegevens”, legt Rayes uit. Een verklaring, behalve puur pesterij, heeft hij niet. Tenslotte kan hij, als het moet, alles opzoeken in de papieren archieven. Alleen is dat drie dagen werk in plaats van een minuut.

Rayes klaagt over de Israëliërs, net als alle Gazaten. En vervolgens klaagt hij over de wanorde in in eigen huis, ook al net als alle Gazaten: “Er is hier niemand meer verantwoordelijk voor wat dan ook. Niemand kan of durft besluiten te nemen.” Zeventwintig jaar lang waren de Israëliërs de baas in Gaza. De 7 000 Palestijnse ambtenaren zitten nog steeds achter hun bureaus, maar de 500 Israëlische bazen zijn vertrokken en er is niemand die beleidsbesluiten neemt.

PLO-leider Arafat heeft nog altijd niet de Palestijnse ministers benoemd. Maar ook andere, minder hoge benoemingen blijven op het bureau van de leider in Tunis liggen. Rayes zelf heeft al weken geleden de namen doorgegeven van deskundige functionarissen, die de afspraken met de Israëliërs kunnen uitwerken, die ook aan de bel kunnen trekken als de Israëliërs de boel traineren. Hij wacht nog steeds op antwoord uit Tunis en intussen hangen de overrijpe sinaasappelen aan de bomen.

Slechts een 'factor' lijkt - ook al tot ongenoegen van de Gazaten - dat machtsvacuüm op te vullen: de Palestijnse politiebaas, generaal Nasr Joesef. Het verhaal gaat dat de generaal opdracht had van Arafat om bij zijn entree in Gaza de noodtoestand uit te roepen, met andere woorden de Palestijnse politie zou de dienst gaan uitmaken. Arafat zou daarvan hebben afgezien na het uitbundige onthaal van de agenten door de bevolking. Toch doet Nasr Joesef pogingen zijn macht langzaam uit te breiden. Zo dreigde hij de imams dat zij in hun vrijdagse preken geen politieke uitlatingen mochten doen en mengde hij zich verleden week openlijk in de samenstelling van het college van wethouders van Gaza-stad. De lokale politieke partijen reageerden furieus en waarschuwden dat “de politie moet ophouden politieke uitspraken te doen”. Aboe Diab van het Volksfront (staat van dienst: 16 jaar Israëlische cel) gaat nog verder in zijn kritiek: “Ze moeten ophouden zich te gedragen als generaals met elk een dozijn gewapende gorilla's om zich heen. Waar hebben we 9 000 agenten voor nodig? Met de helft van hun salarissen kunnen we elke maand vijftig huizen bouwen.”

Zijn kantoor biedt uitzicht op het hoofdkwartier van de politie. Daar heeft zich die dag een kleine menigte verzameld. Een nieuwe eenheid soldaten van het Palestijnse leger uit Algerije is gearriveerd. Ook zij worden met gejuich en gejubel onthaald. Als de avond valt zullen de trotse Gazaten zonder twijfel over de Omar al Moekhtar flaneren, hand in hand met hun teruggekeerde strijders. Tenslotte zijn de Palestijnse agenten, ondanks alles, nog altijd het enige tastbare bewijs dat de Israëlische bezetting ten einde is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden