Tot in detail uitgewerkte regels verlammen politiek en bestuurders

Beeld ANP XTRA

Volgens Mathieu Wagemans, raadslid in Leudal, hebben bestuurders nauwelijks nog ruimte om besluiten te nemen.

Rechtswetenschapper Jan Brouwer neemt afstand van het gedrag van burgemeesters die zich niet aan de regels houden zoals die in onze rechtsstaat gelden (Trouw, 2 augustus).

Hij voelt vermoedelijk meer voor de Amersfoortse burgemeester Lucas Bolsius, die zich - zoals het een burgervader formeel betaamt - meteen bij de harde gevolgen van het Nederlandse uitzettingsbeleid neerlegde en niet meeliep in de 'Hartentocht' voor de ondergedoken kinderen van de uitgezette Armeense moeder.

Strikt juridisch gezien is Brouwers betoog heel logisch, maar hij gaat voorbij aan een dieper gelegen probleem waarmee onze rechtsstaat kampt. Dat heeft niet te maken met de beginselen van onze rechtsstaat, maar met de wijze waarop we die hebben uitgewerkt.

Geen willekeur

Basis voor onze rechtsstaat is de scheiding van wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht. Die strikte scheiding was bedoeld om willekeur uit te bannen en het overheidssysteem zelfcorrigerend te maken. Maar wat is daarvan terechtgekomen?

Gaandeweg hebben de beginselen van behoorlijk bestuur een uitwerking gekregen die letterlijk te mooi is om waar te zijn. Met veel gevoel voor detail worden regels opgesteld, die vervolgens via jurisprudentie nog verder worden genuanceerd.

Gevolg daarvan is dat de lat voor politici en bestuurders in de praktijk zo hoog gelegd is dat men er nauwelijks meer overheen kan. Nieuwe regels moeten voldoen aan zoveel eisen dat dit aanzienlijke afbreuk doet aan de effectiviteit ervan. Rechters hebben enorme ruimte bij de beoordeling van de vraag of een overheidsbesluit voldoet aan het motiveringsbeginsel. Heel gemakkelijk kan worden geoordeeld dat een besluit is gebaseerd op onvoldoende onderzoek. 

Het gelijkheidsbeginsel werkt zo uit dat er altijd wel weer een uitspraak te vinden is waarop een burger zich in een juridische procedure met succes kan beroepen. Planologisch beleid is verstrikt geraakt in juridische discussies. De gemeenteraad heeft formeel de bevoegdheid om bestemmingsplannen vast te stellen, maar ieder voorstel voor verandering loopt de grote kans op juridische bezwaren te stuiten. Beleidsmatige argumenten worden opzij geschoven en overbelast door juridische afwegingen.

We hebben een stelsel opgebouwd dat niet alleen de ruimte voor politieke besluitvorming beperkt, maar ook de handelingsruimte voor bestuurders. Dat is één kant van het verhaal. De andere kant is dat de verfijnde en uiterst gedetailleerde uitwerking van regels burgers aanzienlijke ruimte geeft om op te komen tegen hun onwelgevallige besluiten. Juridische spitsvondigheid loont. Het beginsel van rechtvaardigheid is verworden tot vaardigheid in het recht.

Het door Brouwer afgekeurde optreden van enkele 'sheriffburgemeesters' roept de vraag op of we in ons rechtsstelsel niet te zeer zijn doorgeschoten. Hebben we misschien een juridische schijnwereld geconstrueerd die niet alleen niet voldoet aan het maatschappelijk rechtsgevoel, maar die in zijn tegendeel gaat verkeren? Hoe rechtvaardig is het dat een misdrijf onbestraft blijft, omdat het OM een onbeduidende vormfout heeft gemaakt?

De rechterlijke macht is niet meer corrigerend maar heeft gaandeweg de wetgevende en uitvoerende macht ingeperkt. Het evenwicht binnen de trias politica raakt verstoord. De eerste stap om dit vraagstuk aan te pakken is de erkenning daarvan. Maar er rust een groot taboe op. Kritiek op de uitwerking die we aan de rechtsstaat hebben gegeven wordt telkens weer op één lijn gesteld met kritiek op de beginselen die aan de rechtsstaat ten grondslag liggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden