Tot een voorleesverbod wil het maar niet komen

REDACTIE: NICOLE BESSELINKWILFRIED VAN DER BLES en BART ZUIDERVAART

Wil je de spreektekst van Bram? Het is geen ongebruikelijke vraag van voorlichters op het Binnenhof, waar politici haast standaard hun spreekteksten uitschrijven en voorlezen. De Eerste Kamer is de grootste bederver van het spontane debat. Daar kopieert de staf de spreekteksten zelfs al voordat deze zijn uitgesproken. De bode deelt de kopieën uit, het publiek kan op papier meelezen.

Het ligt dan aan de aanstekelijkheid van de spreker of de tekst een beetje blijft hangen. Voorlezen kan wel degelijk op bevlogen wijze gebeuren, maar de spreker kan ook al snel gaan lijken op een monotone woordenmachine die alleen bij het omslaan van een bladzijde even naar adem hapt.

Een uitzondering vormt Alexander Kops, de dertigjarige nieuweling in de PVV-senaatsfractie. Toen hij deze maand voor het eerst het woord voerde in de Eerste Kamer, over hennepteelt, deed hij dat goeddeels uit het hoofd. Het leverde de voormalig leraar Duits uit Zoetermeer de nodige complimenten op. "Ik ben altijd nog in afwachting van het moment waarop iemand eens een motie voorstelt waarin wij allemaal worden verplicht om uitsluitend nog uit het hoofd te praten", voegde CDA'er Wopke Hoekstra daar aan toe.

undefined

Televisie

Zo'n voorstel zou niet nieuw zijn. Er is geregeld over de Haagse voorleescultuur gebakkeleid, bijvoorbeeld in 1966. Toen de Tweede Kamer destijds haar huisregels tegen het licht hield, is overwogen om een voorleesverbod in te voeren. 'Geen lid leest een rede voor, tenzij de Voorzitter hem hiertoe verlof geeft', had de passage moeten worden als het aan PvdA-Kamerlid Jan Bommer lag.

Eén van zijn argumenten: het voorlezen staat een goede discussie in de weg. Spuwen Kamerleden alleen maar redes uit 'die tevoren tot op de komma zijn klaargemaakt', dan lokken ze weinig interrupties uit die het debat aanscherpen en heeft het parlement meer weg van een Rederijkerskamer, 'waar men elkaar zijn scripties voorleest'.

Helemaal 'nu de televisie een rol gaat spelen' moeten we de debatten interessanter en aantrekkelijker maken, zei Bommer tijdens het bewuste debat. "Ik vind het een zich verwijderen van de burgerij, als men het zo uitermate moeilijk maakt het parlement te volgen. (...) Ik zou willen dat men besefte, met name als een televisie-uitzending aan ons wordt gewijd, dat men niet langer spreekt voor 149 collega's, maar voor miljoenen mensen in ons land."

undefined

Showdebat

Al deze argumenten ten spijt moesten veel collega's er niets van hebben. "Wij zijn geen oefenschool voor redenaars", vond CHU'er Cor van der Peijl. Met hem vreesden Kamerleden dat het debat tot een 'show' zou verworden. Dat niet iedereen in staat zou zijn om als een Hollandse Churchill het woord te voeren. En dat ministers, die wél van papier zouden blijven lezen, in het voordeel zouden zijn ten opzichte van de improviserende Kamerleden.

Het voorstel verdween van tafel, om zo nu en dan weer eens uit de la getrokken te worden. Zonder succes. Strenge regels maken simpelweg nog geen goede sprekers, stelde Kamervoorzitter Dick Dolman midden jaren tachtig. "Het euvel zit dieper: in ons onderwijs. Kinderen leren niet in het openbaar te spreken. Zij vinden het gek en de leraren brengen het er trouwens zelf niet al te best van af."

Toch opmerkelijk dat het er nog nooit van is gekomen, want de Tweede Kamer mag maar wat graag likkebaardend aan de dynamische debatcultuur bij de Britse buren refereren. Daar kennen ze sinds jaar en dag een voorleesverbod, mét repercussies. Kijkt een parlementariër er te lang op zijn papiertje dan schrapen de politici hun kelen: 'Reading! Reading!'

undefined

Geen papier nodig

1. Mark Rutte

2. Ronald Plasterk

3. Gerard Schouw

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden