Tot 2000 richt de atletiek zich op vier speerpunten

NIEUWEGEIN - De atletiekunie spreekt van nieuw elan, en presenteert daarbij oude bekenden. Alsof dat niets nieuws is, gaat de introductie gepaard met het gebruikelijke rumoer. Dat zoiets niet exclusief de KNAU toebehoort, maakte voorzitter Piet van der Molen tijdens de presentatie van gisteren duidelijk met een verwijzing naar een situatie van een jaar of twaalf geleden. Toen hij als preses van de wielrenunie soortgelijke problemen het hoofd moest bieden.

ROB VELTHUIS

Voor de derde keer in relatief korte tijd is bij de KNAU het roer om, teneinde na het voorbijstevenen van de afgelopen WK's, EK en Atlanta niet ook de olympische haven van Sydney te missen. Decentralisatie wordt centralisatie; het omvangrijke bondstrainerskorps is gehalveerd om te investeren in 'capabele coördinatoren en trainers'; versnippering maakt plaats voor kwaliteit; officials moeten mee in de professionalisering van de atleten; spijkerharde limieten worden bespreekbare richtprestaties en voor wat hoort wat. Dus er worden niet meer, zoals in 1994, door de unie links en rechts zakken geld bij atleten en trainers afgeleverd, zonder dat daar verantwoording voor behoeft te worden afgelegd.

De KNAU volgt, zoals technisch coördinator Bert Paauw dat verwoordde, de wensen die leven bij de clubs. “Waarbij niets moet en alles mag.” Zij die hun eigen weg willen volgen - zoals vrijwel alle toppers in het verleden deden - blijven even goede vrienden en krijgen de financiële steun die behoort bij een eventuele olympische kandidatuur of lidmaatschap van de 24 namen tellende 'Athene/Sydney-selectie' van de KNAU. Maar de extra's in de vorm van onder meer wetenschappelijke begeleiding, trainingsstages in binnen- en buitenland en geïntensiveerde medische begeleiding, die behoren bij de nieuw gevormde speerpunt-selecties, gaan aan hun neus voorbij.

Dat nieuwe beleid, wat tegenstrijdige beleid, heeft nu reeds 'negatieve' gevolgen. Er is althans een groep mensen die zich gepasseerd voelt en/of andere wensen had. Die kunnen in de toekomst mogelijk voor nieuwe koerswijzigingen zorgen; nu vallen ze buiten de effecten die het nieuwe beleidsplan moet sorteren. Werd in het verleden het beschikbare geld min of meer gelijk verdeeld over alle atletiekdisciplines - en er zijn er in Nederland nogal wat die internationaal niets voorstellen - tot 2000 zal sprake zijn van vier 'speerpunten', de de afgelopen jaren meest succesvolle onderdelen discuswerpen, meerkamp en midden-afstand. De in de versukkeling geraakte wegatletiek is daar als belangrijke doelgroep aan toegevoegd. Respectievelijk Charles van Commenée (werpen én meerkamp), Cees Koppelaar en Bob Boverman zijn voor deze disciplines als coördinator aangesteld.

Tegen elk van hen is in de afgelopen periode geageerd. Een groep wegatleten kwam in opstand tegen de benoeming van Bob Boverman, omdat die in de afgelopen jaren al genoeg kansen heeft gehad maar het tij niet kon keren. De aanstelling van Cees Koppelaar is omstreden omdat het een oude rot betreft, die jarenlang uit de atletiek is weggeweest. En met name voormalig meerkampbondscoach Harry Dost voelde gepasseerd met de benoeming van Charles van Commenée. Hij wordt daarin gesteund door collega Ton Eijkenboom, met als gevolg dat met hen hun pupillen - en Atlanta-deelnemers - Marcel Dost en Jack Rosendaal zich van het nieuwe bondsbeleid hebben afgekeerd. Van Commenée brengt daar tegenin dat alle andere meerkampers enthousiast hebben gereageerd op zijn programma “waar ze in elk ander land jaloers op zijn”. Ook een andere olympiaganger, Corrie de Bruin, verkiest de eigen voorbereiding boven de faciliteiten van de bond.

Verwijten

Meestgehoorde algemene verwijten zijn dat bondsdirecteur Arie Kauffman en Bert Paauw niet capabel zijn en dat de betrokkenen nimmer zijn betrokken bij het uitstippelen van de nieuwe weg. Pas nu het nieuwe beleidsplan is gepresenteerd en de verantwoordelijke mensen zijn aangesteld, zal worden gepraat met bijvoorbeeld de ontevreden wegatleten. Boverman zegt sussend “in korte tijd komt er wel een kentering”; Van Commenée proeft daarentegen pure onwil om op zijn voorstellen tot constructieve samenwerking in te gaan; Paauw concludeert: “drastische stappen roepen nu eenmaal veel weerstanden op” en Van der Molen roept op het algemeen belang van de atletiek boven het individueel eigenbelang te stellen. Waar de geschiedenis van de KNAU juist uitwijst dat het tegenovergestelde gemeengoed is. Van der Molen zal er aan moeten wennen.

De Nederlandse atletiek is het afgelopen decennium naar het nulpunt afgegleden en er zijn weinig signalen die duiden op een verbetering (Van Commenée: “We hebben geen atleten met uitstraling meer”). De afgelopen jaren is met een ad hoc-beleid getracht een neergang te stuiten. Waarbij onder leiding van respectievelijk Arie Kauffman en Bert Paauw “het roer moet om” een gevleugelde kreet werd. De KNAU stak inderdaad haar nek uit met de aanstelling van Erik de Bruin (geschorst wegens doping) voor de werpers en de controversiële Henk Kraaijenhof als performance consultant. Zij hadden mogelijk een rol kunnen spelen in de bijscholing van talentvolle trainers, ook een van de uitgangspunten in het nieuwe trainingsplan. Maar beide misschien wel meest succesvolle begeleiders binnen de Nederlandse atletiek zijn na korte tijd reeds van het toneel verdwenen. De eerste op eigen initiatief, de tweede na (onbevredigend) overleg met de bond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden