Toscane aan de Sloterplas

'Vroeger kon je Wim Kok met enige regelmaat rond de Sloterplas zienkuieren, maar sinds de hectische tijden van drie jaar geleden zien we hemniet meer.' Wel maakte Mohammed B. 'in de maandagnacht vóórdat hij Theovan Gogh zou vermoorden, met zijn huisgenoot Ahmed H. nog een rondje om deplas'. Léon Hanssen beschrijft de geschiedenis van zijn wijk Slotermeerin AmsterdamNieuw-West als een architectonische droom en een sociale utopiedie al na één generatie slooprijp waren en het podium werden van dramaen terreur.

Dromen zijn bedrog, zingt Marco Borsato, behalve de droom van het liefjedat naast je wakker wordt. Hoe vals is zo'n zin als je bedenkt dat we levenin de zelfgemaakte droom van onze voorouders! Hoe kunnen we hun droomverloochenen?

Open je voordeur en kijk. Het huis, het park, de straat, de wijk, destad: allemaal het product van dromen. De kus, de reis, de handdruk, hetoverleg: allemaal het product van dromen. Gaan we niet veel te verwend enslordig met onze dromen om door ze meteen voor bedrog te verklaren?

Je zou iedereen willen uitnodigen de geschiedenis van zijn droom tebeschrijven. Niet de geschiedenis van grote, ontastbare dromen als'vrijheid, gelijkheid en broederschap', neen, de kleine dagelijkse droomdie begint als je wakker wordt en naar je lief kijkt, als je de huisdeuropent en de straat betreedt. Al die microverhalen in een lint aan elkaargeknoopt, trek je daar de hemel niet een beetje mee open?

De geschiedenis van mijn wijk is de geschiedenis van een droom. Datbesefte ik toen ik een tijdje geleden van een congres naar huis werdgebracht en de bestuurder van de auto me vertelde dat hij een paar honderdmeter van het huis van Theo van Gogh woonde. Ik kon hem antwoorden dat ikeen paar honderd meter van het huis van Van Goghs moordenaar woonde. DeWatergraafsmeer in Amsterdam-Oost en Slotermeer in West: beide wijken eenschepping van architect en stedenbouwkundige Cor van Eesteren.

Van Eesteren geloofde dat de evolutie van de mensheid afgaat op een vrijen onafhankelijk bestaan van elke burger. Om dat te bereiken, zo citeerdehij zijn grote voorbeeld Mondriaan, 'moeten er in de maatschappij zuivereverhoudingen komen, zoals die in de kunst gekomen zijn'. Hoe kunnen dingenzo misgaan die zijn voorbestemd geluk te creëren? In 1994 verscheen er eenalleraardigst boekje met herinneringen aan de Westelijke Tuinsteden vanAmsterdam: Nieuw-West. Een buurt van goede bedoelingen. Van Lex Goudsmittot Frank Groothof, van John Metgod tot Ton Sijbrands, van Henk Vonhoff totWim Kok: alle medewerkers aan deze publicatie stromen over van nostalgieals zij terugdenken aan de jeugd of een andere levensfase die zij in dewijken rond de Sloterplas doorbrachten. Wim Kok was een lange periodewerkzaam in het toenmalige NVV-gebouw aan het Plein '40-'45 en is bovendienreeds tientallen jaren in Nieuw-West woonachtig. In zijn bijdrage mijmerthij:

,,Het hart van Nieuw-West is de Sloterplas, gegraven om het omliggendegebied van zand te voorzien, nu een prachtig natuur- en recreatiegebied.'Zullen we even de plas rondlopen?' is zelfs in de meest hectische tijdenin ons huis een gevleugeld begrip, vooral op de zondagmiddag. Een weg terugis er niet. Je tekent voor een kleine anderhalf uur frisse lucht. Dertigjaar geleden was het minder geciviliseerd allemaal: geen aangelegde paden,drassiger ook. Maar de frisheid, de vele kleuren groen, de beweeglijkeonvoorspelbaarheid van het water, van rimpelloos tot echte schuimkoppen -het is allemaal gebleven.''

Vroeger kon je Wim Kok inderdaad met enige regelmaat in het gezelschapvan één of meer huisgenoten voorbij zien kuieren, maar sinds de hectischetijden van ruim drie jaar geleden, de moord op Fortuyn, zien we hem nietmeer. Waarom niet? Omdat er geen weg terug meer is? Terwijl het zo'nbijzonder aangename en geruststellende ervaring was om de premier vanNederland als zoveel andere burgers rond de plas te zien wandelen en hem,bij wijze van beleefdheid, stilletjes te kunnen toeknikken.

De Sloterplas. Vers uit Zuid-Limburg als student geschiedenisaangekomen, boog ik me midden jaren zeventig op een zomerse dag over dekaart van Amsterdam en prikte in het westen een groot wateroppervlak aan.Zou je daar kunnen zwemmen? De weg ernaartoe leek allereenvoudigst: vanafhet Paleis op de Dam langs de Westertoren almaar rechtdoor, dan fiets jeer vanzelf tegenaan. Het bleek een geschiedenisles op zichzelf. Via deoude, statige grachtengordel en de rumoerige Rozengracht, die de17de-eeuwse Jordaan in tweeën snijdt, door verschillende volkswijken vansteeds recenter en niet altijd smaakvoller snit. Bij elke bocht van de wegkeek je even achterom. Aan de plotselinge daling van de weg merkte je datje de polder inreed: Nieuw-West ligt onder zeespiegelniveau. Ik heb eenpsychoanalyticus wel eens horen praten over het'einde-van-de-wereld-gevoel', de verwachting die teruggaat naar een notieuit de kindertijd dat de aarde op een bepaald punt ophoudt en daar isafgeplakt met oude kranten. Bij de stadsrand duikt dat gevoel altijd op.Je betreedt een niemandsland. De laatste snelweg- en spoorwegviaducten zijngepasseerd, er is geen mens meer aan wie je de weg kunt vragen, erverschijnt steeds meer gras tussen de straatstenen, je denkt allang aan jebestemming voorbij te zijn - maar ziedaar: ruimte, water, lucht, groen: deSloterplas.

'Het was de bedoeling', schrijft landschapshistoricus Gaston Bekkers ineen onderzoek van het Cuypersgenootschap over tuinstad Slotermeer, 'datbewoners uit alle delen van de woonwijken op warme dagen via de groenelanen zouden toestromen.' De Sloterplas, door mensenhand ontstaan, isinderdaad als recreatievoorziening op de ingenieurstafel ontworpen. Hijvormt het hart van het zogeheten Algemeen Uitbreidingsplan (AUP), datprecies zeventig jaar geleden werd gepresenteerd onder verantwoordelijkheidvan Cor van Eesteren, Theo van Lohuizen en Lou Scheffer. Het plan moest degrondslagen bieden voor de stedenbouwkundige ontwikkeling van Amsterdam tothet begin van de 21ste eeuw. Het voorzag in weldoordachte stadsexpansiewestelijk van de bestaande ringspoordijk van Sloterdijk naar de Amstel.Hoewel tot stand gekomen in een tijd van sociaal-economische en politiekemalaise, geldt het AUP tot ver over onze landsgrenzen als een hoogtepuntvan avant-gardistische architectuur.

Bij het begrip 'maakbare samenleving' denken we aan de jaren zeventigen verschijnt het gezicht van PvdA-voorman Joop den Uyl op ons netvlies.Maar de oorsprong ervan gaat veel verder terug: naar de jaren dertig enzelfs nog eerder. Schep orde in de wereld, dan volgen de mensen vanzelf,geluk is construeerbaar. Amsterdam Nieuw-West was het proefstation van deutopie van de maakbare samenleving. Van Eesteren verbond in zijnUitbreidingsplan een aantal verschillende planologische noties met elkaar.In de eerste plaats het laatromantische, Engelse ideaal van de tuinstad,dat door Ebenhezer Howard (Garden Cities of Tomorrow, 1902) was ontworpenals remedie tegen de aanwas van sloppenwijken aan de verrafelde stadsrand.Nieuwe stadsdelen, daar komt het op neer, moeten worden geprojecteerd ineen park dat de basis vormt - en niet andersom, zodat het park op hetlaatste moment nog in een stukje verloren stadsruimte wordt geperst. Laatbovendien de omringende natuur via een aantal lobben de tuinstad indringenom haar een groen en gezond karakter te geven. Anderzijds haalde VanEesteren zijn inspiratie uit modernere Duits-Zwitserse voorbeelden vannieuwbouwwijken, die juist van een zeer rationalistische opvattinggetuigen. De zogenoemde Zeilenbau fungeert daarin als uitgangspunt.Huizenblokken worden in lange 'stroken' op een noord-zuidas geplaatst,waarbij deze stroken ten behoeve van het ruimtelijke en lichtbrengendeeffect aan de kopeinden open blijven. Ten slotte werd Van Eesteren door eenderde richting geïnspireerd, namelijk de ideeën van het 'Nieuwe Bouwen':de befaamde Nederlandse architectuurschool die vol blije moed deverworvenheden van de moderne tijd - techniek, beton, glas, staal, formica- inzette om het stedelijke gebied volgens eisen van doelmatigheid in terichten en te bebouwen.

Dat is veel, misschien des Guten zuviel. Toen de Duitse bezetting reedseen feit was, zong de kunstcriticus Hans Buys in de Kroniek van Kunst enKultuur van november 1940 over 'Nieuwe Schoonheid in wording'. Meer danooit, meende hij, was er in de steden behoefte 'aan woningen met licht enlucht, waar men een stuk hemel in ziet, woningen met kleur: een licht geelvoor de wanden, puur wit en rood'. Architectuur als een in de ruimteuitgevouwen driedimensionaal Mondriaan-schilderij! Want alleen in de ruimtezou het 'massabestaan' van de grote stad zijn beslag krijgen: de ruimtewaarin het gemeenschapsleven zich afspeelt en waarlangs de weg naar hetwerk leidt, of waar men zijn tijd verdrijft. De 'arbeider' en de 'kleinebeambte' - voor hen immers was 'het verre westen' veroverd en ingericht -moesten niet met een 'zwakke copie van de omgeving van den rijken man'worden opgezadeld. Neen, zij verdienden een woonruimte die in vorm enstructuur bij hun leven past en die hun betekenis 'omschrijft'. Dit allesgetuigt niet alleen van een architectonische droom, maar evenzeer van eensociale utopie. De echo daarvan weerklinkt in een gedicht van Hans Verhagenuit 1965, het jaar waarin hij aan de Sloterplas kwam wonen. Hij droeg hetvoor tijdens de legendarische poëziemanifestatie in Carré op 28 februari1966:

Er is ruimte geschapen.

Dat kan de huisvader beamen

die op deze plaats zijn zoon

geholpen heeft

met het oplaten van zijn vlieger.

Om hen heen

bruist toch het volle leven

van de stad.

Begin jaren tachtig word ik weer richting Nieuw-West gedreven, nu bijhet zoeken naar een nieuwe woning. De prachtige etage aan de Keizersgrachtdie ik, quasi als wacht, tijdelijk mocht gebruiken, is verkocht tegen eenprijs die ik als student niet kan ophoesten. Nieuw-West heeft op dat moment- vijfentwintig jaar na oplevering - de reputatie van een buurt waar je nogniet begraven wil worden, maar het aanbod aan huurhuizen in het centrum iszo gering dat je ook in die contreien gaat kijken. De naar slaapsteden alsLelystad en Almere vertrekkende bewoners en hun buren ontvangen me met openarmen: 'als er maar geen Turken intrekken.' Gastvrijheid door angst voorerger! Als ik tegenover mijn hoogleraar geschiedenis mijn bezorgdheiduitspreek over wat ik noem de 'zorgwekkende aversie' tegen de (voormalige)gastarbeiders, haalt hij zijn schouders op: 'Wat bedoelt u met aversie?'Straatrumoer, begrijp ik, is niet chic.

De vermeende beproevingen van West blijven me bespaard: ik vind eenwoning in de historische jodenbuurt van het centrum. Maar een kwarteeuwlater kom ik alsnog, met vrouw en kinderen, in Nieuw-West te wonen. De vanoorsprong Luxemburgse architect Rob Krier, wiens bureau in Berlijn isgevestigd, heeft voor een nog braak liggend terrein aan de noordwesthoekvan de plas een hoogst aantrekkelijk wijkje ontworpen, zo blijkt uit eenprospectus van woningbouwvereniging Het Oosten. Als we ernaartoe fietsenom een kijkje te gaan nemen, en ineens aan de linkerzijde de open ruimte,de lucht en het water van de Sloterplas zich aan de zintuigen presenteren,is het pleit al grotendeels beslecht. De inzet van het project 'Noorderhof'is hoog: duurzaam bouwen in een omgeving 'onder architectuur' en tegenbetaalbare prijzen. De betaalbaarheid komt mede doordat, zo zal laterblijken, de animo voor wonen in West zeer gering is. Maar het ontwerp vanKrier trekt ons over de streep. Het wijkje is als een dorpse vestinggegroepeerd rond een bestaande rooms-katholieke kerk met pastorie vanarchitect M.J. Granpré Molière uit 1957.

Van dit hallenkerkje zal Rob Krier later zeggen dat het een van demooiste gebouwen van West-Europa is. Het is inderdaad mooi, al oogt het metzijn vroeg-middeleeuwse, Romaanse karakter enigszins als een Fremdkörperin het modernistische Slotermeer. De realisatie van dit stadsdeel kwam inde jaren vijftig als gevolg van woningnood en voorzienbare budgettekortenonder grote druk en haast tot stand, waarbij in allerijl architecten vandivers pluimage werden ingeschakeld. De zogenaamde Delftse School waartoeGranpré Molière behoorde, vertegenwoordigde juist een traditionalistischerichting in de architectuur. Zijn O.L.V. van Lourdeskerk - in 1995 alsgevolg van noodgedwongen samenklontering van parochies omgedoopt tot 'HetNieuwe Verbond' - is niet uit staal en beton opgetrokken, maar uit hout enzandkleurige baksteen. Boven de hoofdingang prijkt een mozaïek van demaagd Maria; binnen bevindt zich een schitterend doopvont uit het middenvan de 13de eeuw: de traditionele architectuur hecht sterk aan symboliekdie eenheid brengt onder haar gebruikers.

Rob Krier sluit daarbij aan. Zijn 'Noorderhof' heeft een in zichzelfgekeerde structuur; het wijkje is alleen toegankelijk door poorten, die heren der worden geflankeerd door heuse torentjes. De huizen makenarchitectonisch een knipoog naar de stijl van de Amsterdamse School à laBerlage, waar Van Eesteren juist een hekel aan had vanwege het chaotischeparadekarakter ervan ('de leerschool der leugen'). Bureau Krier boert goedin Nederland. Bij het Centraal Station in Den Haag is van hem De Residentverrezen, een wijk met besloten pleintjes en 'ouderwetse' vakwerkgevels.Ook bij Helmond (Brandevoort) en elders in Amsterdam zijn grote ontwerpenvan hem gerealiseerd en hij heeft wel een dozijn opdrachten inportefeuille. Zijn stramien wordt echter door liefhebbers vanexperimentele, spannende bouwkunst afgedaan als decoratief enneo-traditionalistisch. Zij schamperen over Anton Pieck-architectuur. DeAmerikaanse architectuurgeleerde Nan Ellin sprak in een gelijknamig boekuit 1997 over Architecture of Fear, en bij een recent bezoek aan Nederlandmeende hij Krier om zijn nostalgiezucht te moeten kapittelen: 'Nostalgieis een van de reacties op de hedendaagse angst. Nostalgie speelt een rolin de roep om een terugkeer naar traditionele waarden en normen die jeoveral ter wereld hoort.'

Angst? Roep om waarden en normen? Je kunt het je ook laten aanpraten.Die keren dat ik Krier hoor spreken, beluister ik geen angst, maar ben ikgetuige van een gedrevene die gelijk heeft zolang hij aan het woord is. Hijis geen man van vrijheid-blijheid, maar belijdt het ideaal van eenstedelijke gemeenschap die zichzelf herkent in gezamenlijke symbolen en dieprobleemloos haar weg vindt in een urbane ruimte van intermenselijkeschaal. Voor zijn werkwijze verwijst Krier naar een passage uit het modernesprookje Le petit prince van Antoine de Saint-Exupéry. De kleine prinsheeft handenvol werk aan een roos, die elke dag vers water nodig heeft eneen kamerscherm tegen de tocht. Wat moet hij toch met die roos? Hij moeter iets mee omdat de roos mooi is. Zo werkt het volgens Krier: schoonheideist betrokkenheid en vice versa. Het fenomeen van het eenvormigerijtjeshuis, waar je in een Vinex-doolhof met krankzinnige straatnamenurenlang naar moet zoeken, komt in zijn repertoire niet voor. Er zitten talvan traditionalistische verwijzingen in Krier, met zijn gevellijsten,ornamenten en glazuurtegels, maar hij 'vertaalt' de historie in een procesvan kwalitatieve transformatie via het beladen heden naar overmorgen toe.Traditionalisme is het scheldwoord van hen die zich uit rabiate angst voorpassé door te gaan, geblinddoekt aan de toekomst overleveren. Als Kriereen traditionalist is, was Picasso het ook.

Het beladen heden: want is er niet reden voor vrees en voor verlangennaar geborgenheid? Het beschavingsoffensief uit de vorige eeuw waar hetUitbreidingsplan van Van Eesteren in feite deel van uitmaakte, is vijftigjaar later in verscheidene opzichten terug bij af. Je ziet het reeds aande kleine dingen: het spugen op straat, de ruwheid van omgangsvormen, derotzooi die men laat slingeren, de zelfzuchtigheid: al zulkeonhebbelijkheden waartegen de overheid destijds actie voerde, zijn nu weeraan de orde van de dag. Maar er is niet slechts sprake van een terugval inbarbaars aandoend gedrag; ongemerkt heeft er een heuse hermunting vanwaarden plaatsgevonden. In een maatschappelijke situatie waarin deverschrikking elk ogenblik uit onvermoede hoek kan opduiken, moeten we debetekenis van de omkering van een Oudhollands gezegde tot ons latendoordringen: bijtende honden blaffen niet.

Als ik via het Vondelpark en het Rembrandtpark naar onze woning inaanbouw fiets, leidt de route automatisch naar wat genoemd wordt 'deverkeerde kant van de snelweg'. Stadsdeel Slotervaart heeft vanwege zijncriminaliteit en zijn raciaal getinte rellen de roep van een no-go-area.De uitgebrande wagens langs de rand van de weg, het glas van de ingeslagenautoramen en kapotgeslagen bushokjes op het fietspad - het went verrassendsnel. Ik leer dat het verstandig kan zijn de ogen ervoor te sluiten, zekernadat ik een van de eerste keren ternauwernood aan de daders van eenautokraak kon ontsnappen, die kennelijk vonden dat ik hen te kritisch opde vingers keek. Vernieling wordt zo vanzelfsprekend als vernieuwing, wantbeide zijn met elkaar in een wedrace verwikkeld, die ongewild ietsspannends krijgt.

Ons eigen splinternieuwe wijkje aan de Sloterplas, zo maken de papierenduidelijk, heeft het politiek-strategische doel de woonomgeving van ditpotentieel zo aantrekkelijke gebied te upgraden. Zo heet dat in hedendaagseplanologentaal. Door enkele woningbouwverenigingen die huizen in Bos enLommer, Geuzenveld, Slotermeer, Osdorp, Slotervaart en Overtoomse Veldbeheren, is een vernieuwingsplan geformuleerd voor het gebied ten westenvan Ringweg A10. De monotonie van deze 'uithoek' moet voorgoed wordendoorbroken. De schitterendste dromen zijn over tafel gekomen van eenParkstad met feeërieke stads- en waterboulevards, met slingerendeecolinten rond de plas en futuristische ecowooneilanden in de plas. Er isgeen ontkomen aan, Van Eesteren moet op de schop. Van Tuinstad naarParkstad: zo zal Nieuw-West de 21ste eeuw ingaan.

Ach, Amsterdam, stad van schrale troost. Het Noorderhof worsteltintussen met de dagelijkse praktijk. Aan de rand van het wijkje was sedertjaar en dag een woonwagenkamp gevestigd. Bij de feestelijkheid van hetslaan van de eerste paal, kreeg portefeuillehouder Wonen, genaamd Miep vanDiggelen, van de kampbewoners een vocale directe: 'Miep, je kop onder hetblok!' De kampers zagen hun rust en privacy weggenomen. Mede daarom wildehet met de nieuwe buren - 'burgers, die het hoog in hun bol hebben' - nietboteren.

Na eindeloos soebatten kreeg het kamp een nieuwe locatie toegewezen

op een heerlijk plekje verderop in West. Dit overstapje heeft hetStadsdeel ruim een miljoen euro gekost, die op nieuwe bewoners van hetterrein zal moeten worden terugverdiend.

Er is al zoveel voor de rust in het Noorderhof gedaan. Fietspaaltjes,betonblokken, sluithekken, waarschuwingsborden, eenrichtingsverkeer - geenmaatregel blijft onbeproefd om de buitenwereld op veilige afstand tehouden. De bezorger van Albert Heijn moet per mobiel worden binnengeloodst,anders rijdt hij zich vast. Alleen de opgevoerde scootertjes waarmee deveelal allochtone jongens full speed, high noise de lanceercapaciteit vande verkeersdrempels testen, blijken niet te weren. Je leeft tenslotte ineen stad, nietwaar? Als de eerste vrouwen in boerka dedoorsteekmogelijkheid van het wijkje hebben ontdekt, vluchten enkelebuurkinderen in een portaaltje: 'Dáár komen de boeven'. Van deze wijzevan kleden gaat kennelijk iets zeer bedreigends uit. Wat wij met onzeaangeleerde hardnekkige politieke correctheid nauwelijks durven denken,laat staan hardop zeggen, komt uit een kindermond als een eye-opener,geserveerd met humor.

Op een steenworp afstand, vernemen we dankzij Ikon's Familietrots,wonen de Tokkies. Soms zie je ze in het winkelcentrum op Plein '40-'45passeren. Het lachen zal je vergaan als ze bij je op de stoep staan. Detv-reclamemakers hebben dit schrikeffect inmiddels al handig uitgebuit. Nogellendiger is het nieuwsbericht afgelopen voorjaar dat een alleenstaandebejaarde bij een nachtelijke brand in zijn huis in ons stadsdeel om hetleven is gekomen. Het vermoeden bestaat dat het een 'racistischewraakactie' was van allochtone hangjongeren, die er niet van gediend warendat de man hen op hun gedrag aansprak. Gedonder hier, gedonder daar - 'inhet hart van de storm zit ik stil' (Vasalis). Maar hoe lang nog? Hetangstcomplex dat we niet voor mogelijk hielden, komt schoksgewijsdichterbij. Buurtbewoners spreken hun vrees uit dat het voormaligewoonwagenterrein een hangplek zal worden van die jongeren, die met de zegenvan Rob Oudkerk als kut-Marokkaantjes door het leven gaan. Dat hun eigenautochtone kinderen evenzogoed herrie en andere overlast produceren, blijftonbesproken, want het land van Balkenende heeft, behalve op zijn groteprikkelbaarheid, recht op zijn grote zelfbehagen. In een enquête van deStadsdeelraad wordt de bewoners dan ook gevraagd of zij niet het gevoelhebben te leven in 'Toscane aan de Sloterplas'.

'Toscane aan de Sloterplas': dat is kennelijk een vleugjeMéditerranée waarmee het Nederlandse polderlandschap wél graag gezienwordt. Of ben ik nu te cynisch? Met veel omwonenden stoor ik mij weldegelijk aan de (voornamelijk) allochtone jongens van gene zijde van deMiddellandse Zee die in hun penozewagens langs de plas komen stunten envrijen, en als dank voor het aangenaam verpozen, hun bierblikjes, jointjesen halflege pizzadozen voor de groeiende eksterpopulatie achterlaten. Wachtmaar tot ze bij u voor de deur de bomen en verkeersborden platrijden:morgen kan het je kind zijn. De Sloterplas is een biotoop geworden vanmensen en dieren waar Cor van Eesteren geen flauw vermoeden van heeftkunnen hebben. Terwijl vissers langs de oevers hun legergroene tentjesopbouwen, waarin ze vaak dagenlang gratis kamperen om karpers te vangen,komen uit de stad zwermen halsbandparkieten aanvliegen om hier teovernachten en alles onder te schijten. Allochtone gezinnen, die her en derop de speelweides hebben gebarbecued, breken de boel op. Uit het waterduiken kikvorsmannen op, die de plas als oefenterrein gebruiken en er zelfseen onderwatercabine hebben liggen. Maar op het water is het stil als opde Zuidzee: door het kleine oppervlak, de peilloze diepte - de aannemerwerd destijds per kubieke meter uitgebaggerde grond betaald en hij ging zover de diepte in dat op zeker moment de hele omgeving in het gat dreigdete verzinken - en de ongunstige noord-zuidligging, valt er aan zeilen opde plas geen plezier te beleven.

In toenemende mate zie je islamitische mannen en vrouwen, oud en jong,langs de plas joggen, en ik heb reden aan te nemen dat het joggen bijuitstek een teken van verwestersing is. Overal begroet je met vreugde zulkesignalen van succesvolle inburgering en integratie van allochtonen. Maarook Mohammed B. is een kind van de Sloterplas. In de maandagnacht vóórdathij Theo van Gogh zou vermoorden, blijkt hij met zijn huisgenoot Ahmed H.nog een rondje om de plas te hebben gewandeld. Stilzwijgend en alleen maarnaar de nachtelijke hemel wijzend, omdat die zo mooi en stil was. Het iseen wandeling van een dik uur. De volgende ochtend vroeg lag het bewijs vanzijn onuitsprekelijke haat jegens onze cultuur en samenleving op een koudfietspad in de Watergraafsmeer.

Hoe heeft de droom van Van Eesteren zo genadeloos uit elkaar kunnenspatten? Hebben we reden de bouwmeester daarvoor verwijten te maken? Wiede moeite neemt de stukken erop na te slaan, vindt de feiten geboekstaafd.In het begin van de jaren zeventig klinken er opeens signalen vanbezorgdheid uit de westelijke tuinsteden. Er is sprake van ernstigebevolkingsterugloop en vergrijzing. Begon Slotermeer met 42000 inwoners,nu zijn het er nog maar 30000. Als deze trend zich zo doorzet, zal delaatste bewoner in het jaar 2000 het licht kunnen uitdoen. Van de jongegezinnen die destijds jubelend de buurt in trokken, zijn de kinderenuitgevlogen en beginnen de ouders te vergrijzen. De helft van de bevolkingis vijftig jaar en ouder; waar aanvankelijk tien kinderen in een straatwoonden, zijn dat er in 1970 nog maar twee. Op de onnodig brede en daardooronoverzichtelijke hoofdwegen en rotondes worden voetgangers en fietsersschrikbarend vaak het slachtoffer van verkeersongevallen. De groen- enontspanningsvoorzieningen lijden onder vandalisme. Kinderen breken bijschoolgebouwen in en mishandelen of doden er de schooldieren. Het stadsdeelwordt geteisterd door criminele jeugdbendes, waarvan de leden soms nietouder dan zeven jaar zijn.

De belangrijkste reden die er op dat moment - begin jaren zeventig dus - voor de leegloop van Nieuw-West wordt aangevoerd, is de kleinte van dewoningen. Het merendeel bezit minder dan vier kamers. In de aanloop naarde Wederopbouwwet van 1950, had PvdA-minister van wederopbouw envolkshuisvesting, Joris in 't Veld, verordonneerd dat nieuwbouwwoningenvoorlopig het maximum van 105 vierkante meter niet mogen overschrijden. Datbesluit zou zich spoedig wreken. De droom van Van Eesteren heeft het nietlanger dan één generatie uitgehouden. Na het midden van de jaren zeventigvindt er in de westelijke tuinsteden een grote volksverhuizing plaats diedeel uitmaakt van het inmiddels bekende 'multiculturele drama'. Tragischgenoeg heeft dit 'drama' zich moeiteloos aan het zicht van de centralepolitiek en de publiciteit kunnen onttrekken. De verrijzenis van NieuwAllochtonië, zoals het in de volksmond heet, speelde zich immers maar inhet 'verre, wilde Westen' af. Wat niet weet, wat niet deert.

In 1985 kwam Mohammed B. met zijn ouders, broer en drie zussen in hetstadsdeel Slotervaart wonen. Hij volgde de havo op een om de hoek gelegenschool die genoemd is naar Piet Mondriaan, de schilder die zo'n belangrijkeideologische impuls voor de stedenbouwkundige inrichting van Nieuw-Westheeft gegeven. Mohammed B. bleek die ideologische verwevenheid goed aan tevoelen toen hij in 2001 een subsidieaanvraag opstelde voor eenjongerenopvang in de wijk, die hij de naam Mondriaans doenia ('Mondriaanswereld') had toebedacht. Bij het ministerie van volksgezondheid,ruimtelijke ordening en milieu kreeg hij met zijn verzoek om 250000 guldenechter nul op het rekest. Mondriaans doenia bleef een papieren droom.Volgens betrokkenen is de radicalisering van Mohammed B. met deze afwijzingfeitelijk begonnen. De woonkazernes in zijn tot getto verworden ouderlijkewijk staan inmiddels op de lijst voor sloop. Zo zal het veleoorspronkelijke wooncomplexen in Nieuw-West vergaan - óók de minusculeduplex bejaardenwoning in de Marianne Philipsstraat waar Mohammed B. sedert2001 stond ingeschreven. Alleen het bevrijdingscarillon dat het Nederlandsevolk in 1961 aan de stad Amsterdam schonk en dat twee jaar later geruisloosvan de Dam naar Plein '40-'45 verhuisde, zal de dans wel ontspringen. Aldeze explosieve demografische en sociaal-economische ontwikkelingen die totde spoedige teloorgang van de droom van Van Eesteren hebben geleid: destedenbouwkundige zelf heeft ze onmogelijk kunnen voorzien. Maar debewoners van het eerste uur weten allang niet meer of de wereld nog wel eenvoor- en een achterkant heeft.

Het modelwijkje Noorderhof gaat intussen uitbreiding tegemoet. In eenvergadering van de verantwoordelijke stadsdeelraadscommissie kreegarchitect Rob Krier jongstleden mei de gelegenheid zijn plannen hieromtrentuiteen te zetten. Buurtbewoners hadden zich met spandoeken verzameld omtegen zijn ontwerp te protesteren, omdat het voormalige woonwagenterreinen een enkele groenstrook volgens dit plan zullen worden bebouwd. Ookpleitten zij voor het behoud van het liefst twee gratis parkeerplaatsenvoor de deur. Krier was verbouwereerd. Kennelijk, zo constateerde hij,reikt ons gevoel van burgerschap anno 2005 niet verder dan de overkant vande straat.

Aan de notie 'parkstad' verbinden we wel de aantrekkelijkheden van hetpark, maar niet de uitdagingen van de stad. Een deel van de raadscommissiezag in een vlaag van populisme zijn kans schoon de Berlijnsestedenbouwkundige te schofferen door hem een lesje te leren over de regelsvan de democratie in Nederland en door zijn aanwezigheid als overbodig tekenschetsen. Hierachter stak politiek eigenbelang. Vanwege het grote aantalin te plannen woningen had Krier zich genoodzaakt gezien het plangebied opluttele punten te overschrijden.

De raadscommissie wilde hier echter geen verantwoordelijkheid voornemen, in de vrees dat zij misschien de wacht zou krijgen aangezegd. Eenander architectenbureau heeft inmiddels opdracht gekregen om het werkhelemaal over te doen. Geld hoeft geen rol te spelen; het behoud vanpolitieke posities des te meer.

Dromen zijn bedrog, zingt Borsato. Hoe juist is die zin als je bedenktdat de zelfgemaakte dromen van onze voorouders reeds na één generatieslooprijp waren en het podium werden van drama en terreur! We kunnen onsin de illusie wiegen dat we met kaalslag fouten uit het verleden ongedaanmaken, maar niets is minder waar. Ons denken over toekomst en identiteitvan 'de ruimte Nederland' zou zich, meen ik, moeten baseren op en scherpenaan een grondige kennis van de concrete geschiedenis zoals die direct vooronze deur ligt. Amsterdam-Nieuw-West biedt een voorbeeldige casus, omdathier de grootste utopie wordt geflankeerd door de grootste desillusie enhet vreselijkste gekonkel.

De Nederlandse ruimte is te kostbaar om haar vol te plempen metcontactgestoorde, ufo-achtige wooncomplexen waarin we de boze buitenwereldop veilige afstand menen te houden. Alleen al om die reden betuig ik mijnrespect voor de optimistische sociale droom van Van Eesteren. Deverschillende brokken daarvan lijken thans in veiliger handen vantraditiegetrouwe stedenbouwkundigen à la Krier, die architectuur bedrijvenvanuit een overtuigde gemeenschapszin, dan van avonturiers die hier hungeluk komen beproeven en met de noorderzon vertrekken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden