Tories doen laatste poging om politieke aardverschuiving te voorkomen

LONDEN - De messen geslepen. De kaarten op tafel. In een desperate poging om het voor hem zo rampzalig ogende tij te keren, trekt John Major op dinsdagavond, de laatste officiële campagnedag voor de Britse Lagerhuisverkiezingen van morgen nog even alle registers open.

De voor zijn laatste kansen worstelende Conservatieve premier heeft daarvoor de Londense Docklands uitgekozen. Het paradepaardje van de Britse boom, het economische wonder - althans zo heet het bij de Conservatieven - dat onder Majors voorganger Margaret Thatcher is aangezwengeld. En dat - wellicht juist dáárom - begin vorig jaar nog het doelwit was van een verwoestende aanslag door het Ira, het verboden Ierse Republikeinse Leger.

Voor de opvallend ingetoge Tory-aanhang in de London Arena trekt Major nog eenmaal van leer tegen zijn socialistische opponent en huizenhoge favoriet Tony Blair. Stemmen op Labour, op Blair, zegt de premier, is als Russische roulette met zes kogels spelen in het magazijn. En daar krijgt hij de handen nog wel voor op elkaar. Donderdag, een mei, zegt hij, is het day of destiny.

Hij heeft het over 'letterlijk de slag om Engeland', als staan de Duitsers weer aan de overkant van het Kanaal. Hij waarschuwt nog eenmaal tegen de 'Sirenen-stem van verandering' van Labour, waarmee ruim duizend jaar Verenigd Koninkrijk op het spel wordt gezet, daarmee doelend op de belofte van Labour straks na een eventuele zege Schotland een eigen parlement en grotere mate van autonomie te geven.

De Tory-aanhang doet zijn best er nog iets van te maken. Zwaait met Britse vlaggetjes en zingt het massief over de zaal neerdalende 'Land of Hope and Glory' mee. Maar de vertwijfeling is niet weg te poetsen, ook niet bij John Major, die in deze ultieme fase van de verkiezingsstrijd ondanks alle bravado een eenzame en verslagen indruk maakt.

- Pagina 5: Vervolg; dossier verkiezingen Groot-Brittannië - Pagina 7: Speelruimte Tony Blair miniem

Labour durft vanavond pas feest te vieren Zetelverdeling Lagerhuis Liberaal-Democraten verwachten ook al een grootse score VERVOLG VAN PAGINA 1

's Ochtends, tijdens de dagelijkse persconferentie in het Central Office van de Conservatieven op het Londense Smith Square, laat hij zich ontvallen op de vraag of hij denkt dat Tony Blair de verkiezingen gaat winnen: “Hij verdient niet te winnen.”

Al even veelbetekenend is het bliksembezoek dat Major die middag brengt aan de zuidelijke kustplaats Brighton. Niet in de trotse gepantserde battlebus van de Tories, de in het rood-wit-blauw van de Union Jack geverfde luxueuze campagne touringcar, maar in een gewone, onopvallende personenwagen. Hij schudt handen, begroet mensen en verdwijnt weer, in de eenzaamheid van een vrijwel zeker verloren verkiezingscampagne.

Een campagne waar hij op het laatst vrijwel alleen is komen te staan, gesecondeerd slechts nog door wat getrouwen uit het kabinet, zoals 'de drie Michaels' - vice-premier Heseltine, minister van defensie Portillo, minister van binnenlandse zaken Howard - en minister van financiën Kenneth Clarke. Overigens alle vier hoog genoteerd om straks na het schijnbaar onvermijdelijke verkiezingsdebacle John Major als partijleider (in de oppositie) op te volgen.

Vooral Heseltine blijft doorvechten, en heeft het nog steeds over de overwinning voor de Tories die in de vroege uurtjes van de tweede mei verrassenderwijs uit de bus zal rollen. Over de 'stille' Tory-stemmers, die niet in de polls tot uitdrukking komen. En die straks voor de swing zullen zorgen. Zoals ze dat ook deden in 1992, zegt hij, toen aan de vooravond van de verkiezingen Labour ook voor lag in de peilingen en de dag erna er even goed een Conservatieve zege uit de bus rolde. En de Tories aan hun vijfde achtereenvolgende regeerperiode sedert 1979 konden beginnen. Heseltine zegt er maar niet bij dat de peilingen toen Labour op een voorsprong van twee à drie procent schatten, en nu is het onveranderlijk 15 tot 20 procent.

Maar voor het overige is daar het beeld van een hopeloos verdeelde Tory-partij. Onderling vechtend over vrijwel alles: over Europa, over aanpak van sleaze, corruptie binnen de eigen gelederen, over de gevoerde publiciteit in de campagne, met een knallende ruzie tussen partijvoorzitter Brian Mawhinney en Lord Saatchi - van bureau Saatchi & Saatchi, dat al twintig jaar de public relations voor de Tories behartigt -, over het leiderschap in deze verkiezingsstrijd, waarbij oud-minister en Tory-Europarlementariër Edwina Currie premier Major expliciet de schuld geeft van haar minieme kansen op de zege in haar district Derbyshire South en al even expliciet Labour landelijk de overwinning toeschuift.

Tegenover het defaitisme van de Tories staat niet eens zozeer een overwinningsroes bij Labour als wel het ongebreidelde triomfalisme van de derde partij in grootte de Liberaal-Democraten. Lib-dem-leider Paddy Ashdown struint tot op de laatste dag marginale constituencies af, kiesdistricten waar 'zijn' kandidaten in een kansrijke positie verkeren. Kansrijk wil dan zeggen op een geheide tweede plaats, achter de wankele Tory-kandidaat, en dat zijn er deze dagen vele, waarbij de hulp van de zwevende kiezer, of zelfs van de 'tactisch' stemmende Labour-aanhanger, de Liberaal-Democraten dankzij het even simpele als rigoreuse districtenstelsel de zetel kan opleveren. Immers, wie binnen elk van de 659 kiesdistricten de grootste partij wordt, al is het maar met één stem verschil, die wint de desbetreffende zetel in het Lagerhuis.

De 'ommezwaai van de eeuw' hebben de Liberaal-Democraten in elk geval al binnen. De 101-jarige Elizabeth Gresham uit Cheltenham heeft, na heel haar electoraal actieve leven op de Tories te hebben gestemd, nu besloten op de Liberaal-Democraten te stemmen. Ze heeft genoeg van de Tories 'die te veel voor zichzelf doen en te weining voor ouderen en armere mensen'. Een bosje gele chrysanten kan er dan bij Ashdown wel af.

In een euforische stemming bazuint Ashdown de boodschap op de laatste verkiezingsdag nog eens rond. Hij verwacht de grootste doorbraak voor een derde partij sinds de Tweede Wereldoorlog, ja zelfs sinds 1907, toen de (nog uitsluitend Liberalen) hun laatste kabinet konden vormen. De leider van de partij die in 1992 nog uitkwam op twintig zetels, door tussentijdse verkiezingen inmiddels aangegroeid tot 25, bruist van optimisme, werpt alle bescheidenheid van zich af en zegt toch zeker op een zetel of dertig te rekenen. En natuurlijk ziet ook hij een forse Labour-overwinning in het verschiet. Waarmee voor de Liberaal-Democraten een mooie toekomst gloort, althans wanneer Labour zich houdt aan de beloften uit het verkiezingsprogramma en zal streven naar een stelsel van evenredige vertegenwoordiging, zoals dat in vrijwel alle Europese landen wordt toepast. Zodat de Liberaal-Democraten, toch al goed voor zo'n twintig procent der stemmen een navenant aantal zetels in het 'nieuwe' House of Commons kunnen bezetten. Maar daarvoor moet eerst de grondwet veranderd worden en daar is dan weer een tweederde meerderheid van de volksvertegenwoordiging voor nodig.

Hoe anders is dan de stemming in het Labour-kamp. Blair en de zijnen houden zich angstvallig op de vlakte. Geen spoor van openlijke euforie of triomfalisme. Hoewel de zege - en volgens de voorspellingen niet zomaar een zege maar een complete politieke aardverschuiving - in de zak lijkt te zitten, durft niemand daar nog publiekelijk op te speculeren. Kennelijk is het trauma van 1992 nog kakelvers, toen Labour-leider Neil Kinnock zich vergaloppeerde en aan de vooravond van de verkiezingsdag de overwinning al opeiste. Een dag later bleken de Conservatieven te hebben gewonnen, kondigde Kinnock zijn vertrek aan, en kon binnen de gelederen van de socialisten het 'zuiveringsproces' beginnen, waaruit uiteindelijk het behoedzaam sociaal-democratische, centrum-linkse New Labour is voortgesproten. Met zijn al even behoedzame leider Tony Blair, die waarschijnlijk met zijn 43 jaar de jongste Britse premier van deze eeuw wordt.

Maar niemand in het Labour-kamp die het waagt daar al een voorschot op te nemen. Op de laatste campagnedag, in Bristol, reageert Blair, omringd door zwermen enthousiaste aanhangers, als door een wesp gestoken op de terloopse vraag van de verslaggever of hij zich al premier waant. “Don't even think about it'!, bijt hij van zich af, zijn ergernis achter zijn stereotiepe grijnslach verbergend. Met vervolgens, al even stereotiep: “De strijd is nog lang niet gewonnen. Dat is pas het geval als op 1 mei de stembussen open gaan.”

Desondanks opent The Observer, het naar links leunende weekblad, afgelopen zondag met de vette aankondiging: “Te Beginnen Deze Week: Een Nieuw Tijdperk.” Waarna binnenin het “grootste opinie-onderzoek ooit door een krant in verkiezingstijd verricht” waarin de grootste aardverschuiving sinds 1945 wordt voorspeld, voor Labour uiteraard. Daarnaast een ingenieus uitgewerkte strategie om via 'tactisch stemmen' in zogeheten marginale districten, daar waar de Conservatieven het zwakst staan, de Tories een zo groot mogelijke nederlaag te bezorgen. Indien dit 'doemscenario' voor de Tories wordt uitgevoerd, zo voorspelt The Observer, dan zal dit uitmonden in het politieke einde van het grootste aantal leden van het zittend kabinet sinds begin deze eeuw.

De strijd om de marginale zetels heeft zich vooral afgespeeld in het hart van Engeland: De Midlands. Dat 'Midden Engeland' waarbij 'midden' letterlijk genomen moet worden: met zijn gemiddelde Britse werkloosheidscijfers, gemiddelde Britse inkomens, gemiddelde huizenprijzen, doorsnee autobezitters, doorsnee uitgaven- en spaarpatroon. Het land van de 'familie-Doorsnee' van Mr. en Mrs. Smith. En niet beter en niet slechter af dan miljoenen andere Britten. De West- en East-Midlands vooral, zeg maar het gebied tussen Birmingham en de oostkust van Engeland, tezamen zo'n 100 kiesdistricten, goed voor evenveel zetels dus.

De Labour-strategen hebben al een naam bedacht voor de kiezer uit de Midlands, de mannelijke kiezer dan. De 'Sierra-Man' heet hij, de witte-boorden-werknemer met zijn eigen huis en auto, type Ford Sierra, gezinnetje, een iets boven modaal inkomen, op wie Labour zijn pijlen heeft gericht. En met succes, zo lijkt het. De Midlands, van 1979 tot en met 1992 stevig in handen van de Tories - los van de grotere urbane gebieden dan - staan op het punt om te gaan naar Labour.

Als dat inderdaad gebeurt, heeft Labour de zege definitief binnen. Dan kan het feestje beginnen, waarvoor Labour al de Royal Festival Hall in Londen heeft afgehuurd. Tot vier uur in de ochtend van de tweede mei, en voor een paar duizend Labour-medewerkers en gasten. Kennelijk valt er dan veel te vieren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden