Topsportgeld voor jeugdkamp

AMSTERDAM - Wat is topsport en wie zijn de beoefenaars? Gaat het om absolute begrippen, waarbinnen slechts zij vallen die de hoogste kwaliteit leveren? Of is alles relatief, zodat jeugdigen, ouderen en/of gehandicapten elk op hun eigen niveau en met eigen beperking topsport bedrijven?

Wie afgaat op het oordeel van veel nauw betrokkenen, komt tot de conclusie dat het begrip topsport zeer divers is. Binnen de atletiek ergeren (top)veteranen zich aan de miskenning van hun prestaties. Waarom, zo vragen rolstoeltennissers zich af, krijgen toernooien als Wimbledon en Roland Garros wereldwijd zoveel media-aandacht en reikt hun eigen WK niet over regionale grenzen? Doen sportvissers aan topsport? Hoe ontwikkeld is het touwtrekken voor vrouwen en hoe zullen aikido en voltige het eind juli tijdens de World Games in Den Haag doen bij het grote publiek? 'Het grote publiek', dat enkele weken daarvoor in vervoering is geraakt door de minimaal tien Olympische kampioenen van 1996, die tijdens de Europese Jeugd Olympische Dagen (EJOD) in Valkenswaard een voorproefje van hun kunnen hebben gegeven.

Tja, wat moest de overheid ermee aan, toen Wouter Huibregtsen via minister D'Ancona het verzoek om een financiele bijdrage voor de noodlijdende EJOD overbracht. De NOCpraeses benadrukte dat het hier ging om een "zaak van nationaal belang" en het was inderdaad wonderbaarlijk dat hij binnen twee weken meer dan drie miljoen bij bedrijfsleven en instellingen kon losweken. Goed, er bleek uiteindelijk een flink garantiebedrag bij te zitten dat slechts een lening bleek, maar voor de 'echte' Olympisch topsport was in het verleden nimmer zo effectief vermogen vergaard.

Maar de overheid had op dat moment andere zorgen. Verontwaardiging won het bij Huibregtsen van begrip en hij verweet de overheid miskenning van de maatschappelijke betekenis van sport. Inderdaad wordt binnen de politiek altijd hoog opgegeven van die waarde, terwijl praktisch eerder sprake is van afbraak (zwem- en gymnastiekonderwijs) dan van opbouw. Het was inderdaad genant om te zien hoe massaal politici in de Oranje-feesttent te Barcelona ongevraagd meedeelden in de Olympische successen zonder erin te hebben genvesteerd. En dan nu de sportende jeugd links laten liggen. Geen eer aan te behalen, en begrijpelijk. Toen twee jaar geleden de tenten voor het jeugdkamp in Belgie werden opgezet, wist geen Nederlander waar de afkorting EJOD voor stond. Het dreigende echec en de daaruit voortkomende commotie (fusie NSF-NOC in gevaar, opstappen van de gewaardeerde bestuurders Sjoerd Feenstra en Govert Weinberg) waren de afgelopen weken een weldaad voor zowel naamsbekendheid als inkomsten.

Maar hoe groot is van 3 tot en met 9 juli het 'nationaal belang'? In (niet-politiek) Den Haag zal men om het hardst roepen dat van 22 juli tot 1 augustus een even prestigieus zo niet aansprekender evenement op de rol staat. IOC-voorzitter Antonio Samaranch heeft zelfs de hulp nodig van prins Albert van Monaco en prinses Anne van Engeland om de World Games geopend te krijgen. Er worden meer deelnemers en begeleiders (4000 tegen 3000) verwacht uit meer landen (78 tegen 44). Maar het feest der niet-Olympische sporten kent naast korfbal en triathlon ook vele disciplines die (in Nederland) nauwelijks beoefenaars kent. Maar het zijn veelal wel sporten die na de fusie op 3 juni onder de koepelorganisatie NOCNSF vallen. En die dan ook willen meebeslissen over de sponsorgelden die voor topsport worden vergaard.

Met name op dat laatste punt is door de EJOD onduidelijkheid ontstaan, reden waarom de financiele commissie van het NOC deze week adviseerde het Nederlands Olympisch Fonds (NOF) op te heffen. De leden zouden nauwelijks invloed hebben op de besteding van de hierin gestorte sponsorgelden en de risico's zijn niet afgedekt. De oorspronkelijke afspraak was dat tachtig procent van de sporsorinkomsten naar de topsport gaan; de resterende twintig procent is bestemd voor breedtesport en Olympische beweging. De EJOD vallen onder die laatste categorie. Desondanks besloot het bestuur van het NOC er vorig jaar anderhalf miljoen gulden voor vrij te maken. Waaraan vorige week dus nog eens enkele miljoenen werden toegevoegd. De Olympische topsport staat negen maanden voor Albertville nog met lege handen, zodat het NOCbestuur de indruk wekt de percentages te hebben verwisseld. De oppositie bleef beperkt tot een eenling (Ger Meijer van de judobond), maar er moet wel degelijk een nieuwe dekking worden gevonden voor het tekort van 768 000 gulden waarmee de begroting van de Olympische Dagen kampt.

Wat is topsport en wie zijn de beoefenaars? Als men het binnen de grootste sportorganisaties al niet weet, kan men het D'Ancona dan kwalijk nemen dat zij zeer terughoudend is met het beschikbaar stellen van extra geld voor de topsport? Ze heeft vijf miljoen gulden toegezegd voor een 'Fonds voor de topsport', maar verbond daar wel voorwaarden aan. Het NOF zou dat fonds moeten beheren en kraakhelder moet worden geformuleerd wat een topsporter is. Er blijkt inderdaad niet veel nodig om ongecontroleerd miljoenen naar een vakantiekamp te laten vloeien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden