Topleraar Jelmer Evers draait het onderwijs om

Het verhaal van onderwijsvernieuwer Jelmer Evers slaat over de hele wereld aan.Beeld Bert Spiertz/HH

Geschiedenisleraar Jelmer Evers ging parttime werken om in zijn vrije tijd de lessen voor zijn vier schooldagen te kunnen voorbereiden. Evers steekt er dan ook veel tijd in. In plaats van voor de klas een verhaal te houden, neemt hij de les eerst op met een microfoon en monteert hij er beelden bij. In de klas kan hij dan aan de slag met oefeningen. Het is een voorbeeld van 'flipping the classroom': draai het onderwijs om. De klassikale behandeling doen de kinderen thuis via de computer, het huiswerk op school.

Doordenkend op 'flipping', schreef de bevlogen Evers samen met wiskundedocent René Kneyber het boek 'Flip the system', dat in juli in het Engels uitkomt. In oktober verschijnt bovendien in Nederland het vervolg op de bundel waarmee zij hier twee jaar geleden succes verwierven: 'Het Alternatief'. Daarin draaien de leraren het hele onderwijssysteem om.

In plaats van de leraar het sluitstuk is van een keten van politici, ministers, onderwijsinspecteurs, onderwijskundigen en schoolbestuurders, moet hij juist het begin zijn. Alle anderen zijn dienstbaar aan de docent en zijn klas. Het verhaal slaat aan: Evers reist inmiddels de hele wereld over om het te vertellen, en werd genomineerd voor Global Teacher of the Year. Tijd voor zijn eigen lessen op de Utrechtse middelbare school Unic heeft hij volgend schooljaar nog maar voor één dag in de week.

Weerstation
Op veel plekken in Nederland dient 'Het Alternatief' als inspiratiebron. "Het is een verhaal waardoor leraren zelf het initiatief gaan pakken", zegt Evert-Jan Oppelaar, informaticaleraar aan het Herbert Vissers College in de Haarlemmermeer. Met zo'n veertig andere leraren streed hij deze maand voor de titel 'Onderwijspionier 2015'. Oppelaar won. Met vijf collega's nam hij afscheid van het lesboek in de klas. Al hun onderwijs wordt samengesteld uit beeld, geluid, activiteiten, oefeningen en klassikale uitleg.

Oppelaar: "Ons beste voorbeeld is het weerstation in de schooltuin. Daar leren kinderen met KNMI-filmpjes en oefeningen meteorologie."

Politiek Den Haag ziet de opkomst van de ambitieuze leraar met belangstelling aan. Politieke pogingen om de kwaliteit van leraren te verbeteren en hun onvrede weg te nemen, zijn de afgelopen decennia vaak gestrand. Evers en Kneyber proberen met 'Het Alternatief' de leraar zelf naar verbetering te laten zoeken. Om hun geloof in de leraar te benadrukken, brachten VVD en PvdA samen met een aantal schoolleiders en leraren, onder wie Evers en Kneyber, vorig jaar het pamflet 'Samen leren' uit. Daarin staat hoe de beroepsgroep sterker kan worden en zich op scholen voortdurend kan verbeteren.

'Lerende netwerken'
Het ministerie van onderwijs trekt nu 5 miljoen euro uit voor een lerarenfonds (zie kader onderaan). Evers: "Lesmateriaal dat je hiermee ontwikkelt, moet je wel delen met collega's binnen en buiten de school."

Evers ziet de toekomst van de leraar in 'lerende netwerken'. "De leraar is autonoom, maar behoort ook tot een collectief. Met collega's binnen en buiten school moet hij voortdurend praten over het verbeteren van zijn vak. Wie straks geld krijgt uit het fonds, kan vijf tot zes keer per jaar samen onderwijs komen ontwerpen. Via sociale netwerken willen we het lesmateriaal ook digitaal ontsluiten. Alles is erop gericht de beroepsgroep te versterken en het onderwijs te verbeteren."

Het succes ten spijt, is Evers er niet gerust op dat de leraar nu echt, volgens zijn gedroomde model, aan het begin van die onderwijsketen komt te staan. "Teksten als: 'de leraar moet weer centraal staan', horen we al zo lang. Je ziet ook nu met de invoering van de rekentoets dat niet naar de kritiek van leraren geluisterd wordt. Maar als wij als beroepsgroep sterker komen te staan, wordt het lastiger voor de politiek om ons te passeren."

Voor het zover is, kan het nog wel even duren. "In Amerika kostte het oprichten van de National Board of Professional Teaching Standards dertig jaar. En wij zijn net begonnen. Ik hoop vooral dat het aantal leraren dat door dit fonds geïnspireerd raakt zich als een olievlek zal uitbreiden."

Lerarenfonds van 5 miljoen euro

Of een leraar geld krijgt voor een vernieuwend project op school is nu nog afhankelijk van de school of van grote acties om bijvoorbeeld de techniek te stimuleren. Maar vanaf september komt er een Lerarenfonds van 5 miljoen euro, puur voor de leraar. Het ministerie van onderwijs trekt het geld uit, een jury van leraren uit de beroepsvereniging Onderwijscoöperatie beoordeelt of een project ook echt vernieuwend is.

"Wat op de ene school innovatief is, is dat op de andere wellicht niet. Het gaat om ontwikkeling van de leraar en ontwikkeling van onderwijs op die school", zegt staatssecretaris Sander Dekker. "We kunnen de denkkracht van onze leraren veel meer benutten. Veel leraren hebben goede ideeën en hebben gewoon een beetje tijd en geld nodig om dat idee uit te testen." Twee derde van het geld zal beschikbaar zijn voor kleine initiatieven van 1000 tot 7000 euro. Een derde van het geld is voor grote projecten tot 75.000 euro.

Ook op de basisschool wordt gepionierd
Innovatieve leraren op basisscholen kunnen ook subsisidie krijgen. Een typische 'onderwijspionier' is Jan van de Ven van de Laurentiushof uit Vierlingsbeek. Hij plaatst zijn collega's op de zeepkist om hen te laten vertellen over hun 'parels' in het onderwijs.

Tot nu toe bleek het mooiste verhaal dat van een oudere kleuterjuf die verbanden legt tussen bijvoorbeeld de natuurles, over de groei van een boom, tot de les over een winkel, waar je een appel koopt. "Ik werkte al twaalf jaar met haar, maar wist niet hoe zij over onderwijs dacht! In de lerarenkamers wordt veel gepraat over wat er mis gaat, of over koetjes en kalfjes. Via het open podium gaat het weer over onderwijs. Ik hoop het snel op minstens de helft van de Nederlandse scholen overgedragen te hebben."

Juf Helga Bongers van Op 't Hof uit Tricht bedacht hoe hoogbegaafde leerlingen op kleine scholen via een 'digitale plusklas' mee kunnen doen met hoogebegaafde leerlingen op andere scholen. Kinderen ontmoeten elkaar alleen de eerste en de laatste les. Tussendoor werken ze op afstand met elkaar aan digitale opdrachten. Bongers streeft nu naar samenwerking met een middelbare school. "Via het Onderwijspioniersnetwerk heb ik een leraar ontmoet die met zijn havo- of vwo-klas lessen wil ontwerpen voor basisschoolleerlingen in de plusklas. We gaan dat nu met de subsidie verder uitwerken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden