Topcoaches hoeven niet op honorarium te rekenen

NIEUWEGEIN - De huidige topsportwetten vergen kapitaal dat de Judobond Nederland (JBN) niet heeft. Omdat toch wordt gemikt op prijzen, wordt in het nieuwe beleidsplan van topcoaches geëist dat ze professioneel werken, maar afzien van de vergoeding die daar tegenover zou moeten staan.

De werkwijze is niet anders dan die waarmee twee van de drie huidige bondscoaches faam hebben verworven. Met dit verschil dat Chris de Korte en Cor van der Geest, de architecten van het nieuwe beleid, nu dwingende eisen stellen aan de centrale coaches, de mensen die vanaf nu verantwoordelijk zijn voor de resultaten van hun judoka's.

Kan een coach daaraan niet voldoen, dan moet plaats worden gemaakt voor een ander, eventueel een bondscoach. ,,We doen een appèl op persoonlijke inzet en betrokkenheid'', aldus JBN-voorzitter Jos Hell. ,,Dit werk kost veel tijd, energie en geld. Daar kunnen we een onkostenvergoeding tegenover zetten, waar een honorarium op zijn plaats zou zijn.''

De opdracht die De Korte, Van der Geest en vrouwencoach Marjolein van Unen zichzelf hebben opgelegd, is blijven meedoen in het mondiale topjudo. Het 'schaatsmodel' met professionele ploegen, dat Cor van de Geest daarbij voor ogen stond, is financieel echter verre van haalbaar.

Wat onder de huidige omstandigheden als meest ideaal wordt gezien, is dat clubs werken als opleidings- en begeleidingscentra en dat hun functioneren door bijstand van de JBN wordt verbeterd. Het doel is tweeledig: directe resultaten en opleiding van goede coaches voor de toekomst.

De filosofie achter het plan is simpel: coaches dienen te worden gerespecteerd, moeten weten waar ze aan toe zijn en keuzes maken. De centrale coach is verantwoordelijk voor alle aspecten van de sportbeoefening, van woonruimte, maatschappelijke carrière tot krachttraining, en moet daarbij zelf financieel de omstandigheden creëren om zonder concessies te kunnen werken.

Wat van betrokkenen wordt geeist, is onvoorwaardelijke inzetbaarheid plus een grote financiële investering. Het is op het oog een onmogelijke spagaat, die in de Nederlandse olympische topsport overigens nog altijd eerder regel dan uitzondering is.

Bevlogen mensen als De Korte en Van der Geest worstelen daar al een sportleven lang mee. Ze begrijpen dan ook de weerstanden die ze ontmoeten, maar weten dat het aan de top niet anders kan.

Het tijdsbeslag vormt voor de veelal eigenaren van sportscholen het grootste probleem, daar ze aanwezig moeten zijn bij drie a-toernooien per jaar, bij de wedstrijden van hun pupillen en bij de trainingsstages voorafgaande aan de grote kampioenschappen.

Voor de lange, 75 dagen durende WK-voorbereiding krijgen de centrale coaches een onkostenvergoeding. Toch stuit de eis van aanwezigheid op problemen. Niet bij Martijn Dijkman, de coach van Nienke Klopstra, die zijn taak overgeeft aan Marjolein van Unen. Wel bij Theo Meijer, de talentvolle coach met een bloeiende judoschool.

Meijer kan vijftien dagen niet meemaken. Dat kan als uiterste consequentie hebben dat niet hij, maar bondscoach Chris de Korte tijdens de WK in Japan op zijn stoel aan de mat plaatsneemt. Hetgeen cynisch genoeg juist een terugkeer naar oude, ongewenste tijden zou betekenen.

Vooralsnog gaan De Korte en Van der Geest er vanuit dat het probleem wordt opgelost. Hell: ,,We moeten niet star zijn, maar ons ook niet bij de eerste tegenslag van ons pad af laten brengen''.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden