TOP SECRET

In een oud exemplaar van 'Twee minuten stilte' vond Arjan Visser, schrijver van de interviewreeks de Tien Geboden, een brief van Karel van het Reve. Een mysterieuze brief, over een lugubere zaak.

Meneer Favié is één met zijn interieur. Wie langs de hoge stapels boeken dwaalt, zal de verkoper er niet snel tussen ontdekken. Er schuilt wat Rainbowpocket-geel in zijn pull-over en zijn haar draagt de kleur van een nog fris deeltje uit de Privé domein-reeks. Zijn kennis toont een soortgelijke schakering: hij weet zowel iets aardigs over de Persoonlijke Notities van Marcus Aurelius te melden als over de laatste roman van Renate Dorrestein.

Het zou mooi zijn om hem nu 'Favié, De Wandelende Boekenkast' te noemen, maar Favié wandelt niet. Hij staat keurig achter zijn -door boeken aan het oog onttrokken- kassa en komt pas in actie als je hem om een boekje vraagt dat elders in de stad niet meer verkrijgbaar is. Zo had Wouter van Oorschot hem juist gebeld toen ik op een dag de winkel binnenstapte. De uitgever had zich afgevraagd of Favié toevalligerwijs nog in het bezit was van het romandebuut van Karel van het Reve uit 1959: 'Twee minuten stilte'.

Maar dit wist ik op dat moment natuurlijk niet.

Ik kwam ook niets vragen. Ik kwam vooral iets vertellen.

Ik ben het type klant dat veel leutert -de winkeliers onder u zuchten nu diep- en weinig koopt. Maar meneer Favié toont zich, naast een nijver dienstverlener, ook een geduldig luisteraar en hij hoorde mij met een beminnelijke glimlach aan.

,,Ik ben onlangs op een verdrietige manier in het bezit gekomen,' zo begon ik, ,,van een raadselachtige brief van Karel van het Reve.'

Favié's wenkbrauwen veerden op.

,,Het zit namelijk zo,' ging ik verder, ,,ik ben met mijn gezin op het Victorieplein komen wonen. Op nummer 21-A.'

,,Ach,' wist Favié, ,,de woning van professor Heinemeijer.' ,,Juist,' antwoordde ik, ,,Willem Heinemeijer is de vader van een lieve vriendin van mijn vrouw. Hij is vorig jaar overleden. Willem liet een huis vol boeken achter. Ik denk dat ik niet overdrijf als ik zeg: zoveel als er in uw winkel staan. Atlassen, dichtbundels, studieboeken, Nederlandse en vertaalde romans, noem maar op. In de meeste boeken waren met potlood aantekeningen in de kantlijn aangebracht. Vaak herbergden ze knipsels, of een briefje. Op verzoek van Willems dochter hebben wij een paar boeken uitgezocht en een plekje gegeven in onze eigen kast. Ik koos er tien uit waaronder 'Het geloof der kameraden', 'Lenin heeft echt bestaan', 'Marius wil niet in Joegoslavie wonen' en 'Twee minuten stilte.' Allemaal van -'

,,Karel van het Reve,' interrumpeerde Favié en vertelde vervolgens over het telefoongesprek dat hij met Wouter van Oorschot had gevoerd.

,,Dat meent u niet,' opperde ik verbaasd, ,,laat ik nu juist in dát boek die brief gevonden hebben. Gericht aan zijn vader, Geert.'

,,Wat staat er in?' vroeg Favié.

Gek genoeg aarzelde ik aanvankelijk hem dat te vertellen. ,,Iets over een waargebeurde 'lugubere' zaak die ten grondslag zou liggen aan de roman,' zei ik.

Favié keek mij vragend aan en toen verklapte ik hem, in grote lijnen, alsnog de inhoud van de brief.

,,Het zal niet veel bijzonders zijn,' haastte ik mij te zeggen, ,,maar voor hetzelfde geld heb ik iets bijzonders in handen.'

,,Dat is heel goed mogelijk,' zei de boekhandelaar zachtjes en hij richtte zich tot een klant die volgens mij helemaal niet om zijn aandacht vroeg.

Ik zei: ,,Ik ga maar weer eens' en verliet de winkel. Favié knikte vriendelijk. Bij het omdraaien zag ik hem vanachter een boekenkast de hoorn van een telefoontoestel te voorschijn halen.

Thuisgekomen bladerde ik mijn exemplaar van 'Twee minuten stilte' nog eens door. Aangemoedigd door de geheimzinnige brief had ik het boek in één adem uitgelezen. Het gaat over ene 'Prof. Dr Karel Maria van Bever, directeur van het Instituut voor Oost-Europese Cultuurgeschiedenis te Amsterdam' die door een bomaanslag min of meer per ongeluk om het leven komt. De ik-figuur -zojuist teruggekeerd uit Amerika- gaat proberen te achterhalen wie voor de dood van professor van Bever verantwoordelijk is en verliest zichzelf in allerlei ingewikkelde complottheorieën. De portee van het verhaal is mij alweer ontschoten, maar dat zegt waarschijnlijk meer over de kracht van mijn geheugen dan over de inhoud van het boek. Wat mij wel is bijgebleven, is de enigszins krampachtige manier waarop de detective geconstrueerd leek te zijn. Maar ik dacht te weten hoe dat kwam: Van het Reve had alles in het werk gesteld om het werkelijke verhaal te verdoezelen. Dat stond immers in De Brief.

Ik vouwde het A-4'tje voor de zoveelste keer open. Een vergeeld ding, voorzien van een watermerk, de vermoedelijke afdruk van een koffiekopje en punten en komma's die door venijnig typewerk iets vetter lijken dan de letters en cijfers. Ik streek het velletje glad en las:

top secreet

Secreet? Dat moest een typfout zijn.

6 juli 1959

Den Here G. A. van Oorschot

Herengracht 613

Amsterdam

Beste Geert,

je herinnert je de zaak B. te O. nog wel, waarvan ik jarenlang geweigerd heb de bijzonderheden aan de openbaarheid prijs te geven, ondanks jouw aandringen. Het zal je daarom wellicht verbazen in vouwe dezes een manuscript aan te treffen, waarin ik, met enige wijzigingen van namen, data etc., die hele lugubere zaak zo waarheidsgetrouw als mij, zondaar, mogelijk is, heb uiteengezet.

De redenen die mij daartoe gebracht hebben zullen je koud laten: het voornaamste voor jou is natuurlijk dat mijn manuscript je in staat stelt ongezonde sensatie te verwekken, en ik geef je daarvoor carte blanche -met één belangrijke uitzondering: jij weet over welke mensen het gaat. Ik wil niet dat het publiek daar achter komt, want enkele betrokkenen zijn nog in leven. Je kunt wat mij betreft allerlei leugens vertellen -bijvoorbeeld dat hier een moord op een Nederlands hoogleraar beschreven wordt, of dat het boek een 'bijtende satire' op een of ander milieu is, of dat het over Russische spionage gaat -dat vind ik allemaal goed, zolang je de ware toedracht maar voor je houdt. Mijn reputatie zal onder jouw verhalen te lijden hebben, maar voor het openbaar worden van de waarheid moet men wat overhebben. Laat me bij gelegenheid je oordeel weten.

Met onuitsprekelijke gevoelens,

als immer je

K. van het Reve

Weer voelde ik die aangename spanning. Waar gáát dit over? Ik bedacht mij, als rechtgeaard free-lance journalist, dat ik hier ooit een goed verhaal over zou kunnen schrijven. En zoals vaker wanneer ik véél belangrijker zaken te doen heb, begon ik onmiddellijk mijn tijd te verknollen met iets wat ik een 'onderzoek' zal noemen.

De eerste stap was zo gezet: op het internet. Daar vond ik op de site van het Historisch Nieuwsblad mijn eerste kruimels: 'Twee minuten stilte' is een sleutelroman. Professor Becker van het Rusland Instituut heeft model gestaan voor professor Van Bever. Achter de figuur van Peter Struwe -de promovendus die in het boek de omgekomen professor wil opvolgen- gaat de historicus J. W. Bezemer schuil. Zijn promotor -'professor de Bock' in 'Twee minuten stilte'- was in werkelijkheid... Jan Romein. Ik bewoog mijn muis langzaam naar beneden. 'Wilt u de internet-verbinding verbreken?' Ja, graag...

Dr. Jan Romein, echtgenoot van Annie Romein-Verschoor, schoonvader van... Willem Heinemeijer. Ik keek mijn werkkamer rond, alsof ik plotseling in de grot was aanbeland waarin zich de Heilige Graal moest bevinden. Dit immers, was de werkkamer van diezelfde Jan Romein geweest. Toen Jan en Annie verhuisden, namen dochter Annelies en haar echtgenoot Willem hun intrek op het Victorieplein. Na hun scheiding bleef hij er wonen. Met z'n boeken. Had Willem 'Twee minuten stilte' in huis omdat zijn schoonvader er in figureerde? Zat er om die reden een brief van de schrijver in het boek gevouwen? En had Karel van het Reve niet ooit ruzie met Annie Romein gehad? Annie Get Your Gun... Nee, dat was iets anders. Maar waarom -

Juist op dat moment belde de Adriaan van Dis. Hij had 'wat kleinigheden' aan te merken op de weergave van het interview dat hij mij kort daarvoor had gegeven. Ik kon het niet laten; ik vertelde hem over de brief.

,,Lees eens voor,' zei Van Dis nieuwsgierig.

Ik las hem de brief voor. Waarom weet ik niet, maar ik zei 'top secret' in plaats van 'top secreet' en verzuimde ook het woordje 'zondaar' voor te lezen. Van Dis reageerde enthousiast: ,,Daar moet je achteraan!' Hij adviseerde mij contact op te nemen met oud Vrij Nederland-redacteur Igor Cornelissen. En met de schrijfster Lisette Lewin. Twee 'vrienden' van Karel. Het leek Van Dis niet raadzaam om onmiddellijk bij de weduwe aan te bellen, maar het zou ook niet verstandig zijn om iets over deze zaak te schrijven zonder haar erin gekend te hebben. ,,Ga eerst eens wat rondbellen,' sprak Van Dis, ,,en hou mij op de hoogte.'

Ik zei: ,,Dat is goed' en wilde ophangen.

,,Nog één ding,' klonk Van Dis al in de verte. Ik bracht de hoorn weer aan mijn oor.

,,Ja Adriaan?'

,,Welke initialen stonden er in die brief?'

,,B. te O.'

,,Bezemer,' zei Van Dis, ,,woont volgens mij in Oldeberkoop.'

Onmiddellijk na dit gesprek zocht ik weer verbinding met het internet. In de digitale telefoongids zocht ik naar 'Bezemer, Oldeberkoop' en verdomd: J. W. Bezemer, adres en telefoonnummer. Als Bezemer 'B.' is, hoe was hij dan betrokken in die 'lugubere zaak'? Was er een aanslag op hem gepleegd? Was hij verwikkeld geweest in een afpersingsschandaal? Of was Bezemer de dader in plaats van het slachtoffer? Had hij professor Becker naar het leven gestaan? Of geprobeerd iets kostbaars van het Instituut af te troggelen? Gespioneerd voor de Russen? Ach, nee. Welke 'waarheid' hier ook werd verteld; zoiets blijft toch niet vijftig jaar voor iedereen verborgen? Niet dat ik mijzelf voor een onnozelaar verslijt, maar ik kon onmogelijk degene zijn die een verhaal van dergelijke importantie aan de openbaarheid prijs ging geven. En toch... Van Dis was niet direct in lachen uitgebarsten. Ik houd hem voor een wijs en vriendelijk man. Als ik een mal weggetje was ingeslagen, had hij mij daar vast op geattendeerd. Er móest dus een of ander geheim achter 'Twee minuten stilte' schuilgaan.

Ik schreef daarom de heer Bezemer een brief waarin ik hem vroeg of hij zich had herkend in de romanfiguur Peter Struwe en of hij wellicht op de hoogte was van 'ware gebeurtenissen' die in de roman waren verwerkt.

Ik stopte de brief in een enveloppe, trok mijn jas aan en liep naar de brievenbus aan de overkant van de straat. Onder een lantaarnpaal keek ik op mijn horloge. Negen uur. Nog niet te laat om Lisette Lewin te bellen. Ik draaide mij om en zag de Wolkenkrabber. In die flat, is mij verteld, heeft Annie M. G. Schmidt gewoond. De Wolkenkrabber is de Petteflet. Het gebouw komt bovendien in 'Tranen der acacia's' van W. F. Hermans voor. 'Twee minuten stilte' speelt zich ook af in Amsterdam. De Overtoom wordt genoemd, het Leidseplein en ook de Maasstraat. Sterker nog: op het adres 'Maasstraat 150' woont 'mejuffrouw A. Salomons' die op een of andere manier ook te maken had met de bomaanslag die 'prof. Van Bever' het leven kostte. Ik kreeg een idee. Waarom niet even een blokje om gegaan om te zien wie er nu op dat adres woont? Zo gek is dat toch niet? Maar toen ik een kwartiertje later, in een striemende regen, bij de bel naar de namen 'Zandhuis' en 'Hulst' stond te turen, dacht ik: je bent volstrekt op hol geslagen en liep, enigszins afgekoeld, weer terug naar huis.

Ik schonk mijzelf een glas wijn in en belde Lisette Lewin.

,,Gek, die tekst komt mij bekend voor,' zei de schrijfster nadat ik haar de brief had voorgelezen. ,,Maar ik zou je echt niet verder kunnen helpen. Je moet misschien toch eerst met mevrouw Van het Reve gaan praten.'

Ik weet niet waarom ik haar raad nog niet wilde opvolgen. Was het uit piëteit? Karel was nog geen jaar dood... Of was het omdat ik een bang vermoeden had dat mevrouw Van het Reve met een paar woorden mijn verhaal zou gaan torpederen: ,,Die brief zegt mij niets. Ik zou het op prijs stellen indien u er ook verder geen aandacht aan zou besteden.' Of iets dergelijks. Het leek mij beter om eerst contact op te nemen met Igor Cornelissen.

,,Voor zover ik het weet,' merkte Cornelissen de volgende dag droogjes op, ,,is er op het Rusland instituut nooit een bom ontploft. 'Twee minuten stilte' was vooral voor insiders een leuk boek. Aleida Schot, Charles B. Timmer, professor Becker: allemaal figuren die met het Rusland Instituut te maken hadden, kwamen er in voor. Het is een zogenaamde faction-roman. En die brief zou daar wel eens deel van uit kunnen maken. Misschien had Karel hem als flaptekst willen gebruiken-'

,,O ja?', vroeg ik teleurgesteld, ,,en wat denk je dan van B. te O.? Is het toeval dat Bezemer in Oldeberkoop woont?'

,,B. te O., B. te O.,' zei Cornelissen -en ik verdenk hem er van dat hij een samenzweerderig toontje aansloeg om mij een plezier te doen, ,,tsja, die B. zou voor Bezemer kunnen staan. Maar woonde Bezemer in 1959 ook al in Oldeberkoop? Bovendien heeft Bezemer volgens mij nooit iets gedaan wat niet door de beugel zou kunnen. Nee... Laat me eens denken. De B. zou ook voor Becker kunnen staan. En de O. voor Odessa. Maar Becker kwam uit Sint Petersburg, dus die vlieger gaat niet op. Alhoewel hij later nog in Oegstgeest heeft gewoond, meen ik...'

,,Maar is Becker dan verwikkeld geweest in een 'lugubere zaak'?', vroeg ik wanhopig.

,,Nee hoor,' zei Cornellissen nu beslist, ,,volgens mij pleit het woordje 'luguber' eerder voor mijn gedachte dat het hier een reclametekst betreft.'

Ik bedankte de man die door Van het Reve gekscherend 'vuile Trotskist' werd genoemd hartelijk voor zijn informatie en spendeerde de rest van een neerslachtige middag met het spelen van een computerspelletje dat eigenlijk voor mijn kinderen is bedoeld. De dag erna ging ik weer gewoon aan het werk. En op het nachtkastje had 'Twee minuten stilte' plaats gemaakt voor een luchtig niemendalletje dat ik zélf ooit had aangeschaft en waaruit dus onverhoopt geen vervelende briefjes konden dwarrelen.

Anderhalve week later bracht de postbode mij een brief uit Oldeberkoop. Ik kon een gevoel van teleurstelling niet onderdrukken toen ik las:

(...) 'Twee Minuten Stilte' is een detective-verhaal dat geacht wordt zich op het Rusland Instituut af te spelen, maar dat geen beeld geeft van werkelijke gebeurtenissen daar, en evenmin van de werkelijke vestigingsplaats van het instituut. Ik heb het altijd een heel aardig boek gevonden. Mijzelf heb ik nooit in Peter Struwe herkend, maar ik heb nooit bezwaar gehad om voor hem te worden versleten. Belangrijker was het niet. Karel en ik zijn meer dan een halve eeuw goede vrienden geweest.

Met vriendelijke groet,

J.W. Bezemer

Ik griste mijn boek uit de kast en begon nu te lezen met de gedachte dat het hier 'slechts' een aardig dectective-verhaal betrof. Ineens drong het tot mij door dat de titel van hoofdstuk 8 misschien wel eens de sleutel van mijn 'geheim' kon zijn: 'Wie dit leest is gek'. Gefopt. Was ik gewoon gefopt? Het kostte mij nu geen moeite meer om mevrouw Van het Reve te bellen. Zij moest mij de genadeslag maar toedienen. Ik had de Van het Reve's drie jaar eerder al eens genterviewd. Lieve mensen.

,,Natuurlijk,' zei mevrouw Van het Reve nadat ik haar had verteld wat ik op mijn lever had, ,,komt u maar langs.'

Ik kocht een bos onhandig grote amaryllissen en vertrok naar de Reynier Vinkeleskade.

Er was op het eerste gezicht niets veranderd. Het bankstel stond op dezelfde plaats. Dezelfde schilderijen hingen aan de muur. Dezelfde geur in huis. Mevrouw Van het Reve leek nog net zo verlegen als toen. Ze ontving mij in de huiskamer. Ik was ervan overtuigd dat zij zou gaan zeggen: ,,Mijn man komt zo naar beneden.' En ik had niet vreemd opgekeken als hij was verschenen.

Maar ze zei: ,,Ik ga eens kijken of ik wel zo'n grote vaas in huis heb'en verdween naar de keuken. Ik pakte haar exemplaar van 'Twee minuten stilte' van tafel dat zij voor de gelegenheid tevoorschijn had gehaald.

Ik opende het boek en zag voorin een opgevouwen A-viertje liggen. Ik vouwde de brief open en las:

top secreet

6 juli 1959

Den Here G. A. van Oorschot

Herengracht 613

Amsterdam

Beste Geert,

je herinnert je de zaak B. te O. nog wel, waarvan ik jarenlang geweigerd heb de bijzonderheden aan de openbaarheid prijs te geven...

,,Ah, u hebt het boek gevonden?' Mevrouw Van het Reve kwam de kamer binnen.

,,Ja,' zei ik.

,,Is dat de brief waar u het over had?'

,,Dezelfde. Precies dezelfde.'

,,Daar ben ik regelmatig over gebeld,' zei ze glimlachend. ,,Om de zoveel tijd wordt er weer een gevonden. Nog niet zo lang geleden liet een vrouw mij weten dat zij de nalatenschap van haar moeder had uitgezocht en in 'Twee minuten stilte' de bewuste brief was tegengekomen. Ze schreef: Het leek mij wel netjes om deze brief naar de eigenaar terug te sturen.'

,,Een grap,' zei ik.

,,Ja.'

,,Die brief zat in de complete eerste druk¼'

,,Het was balorigheid,' zei mevrouw Van het Reve, ,,een kwajongensstreek. Karel heeft tot het eind van zijn leven van eenvoudige grapjes gehouden.'

De telefoon rinkelde. Even dacht ik: wie zou het zijn? Weer die Van Oorschot? Bezemer? Favié misschien? Van Dis? Maar al snel werd mij duidelijk dat het hier een vriendin betrof en ik deed mijn best om niet naar het gesprek te luisteren. Ik hoorde kinderen op straat. Een druppende kraan. De poes van de buren. En ineens, heel dichtbij, een geluid dat door iedereen zou worden toegeschreven aan een oude verwarmingsinstallatie, maar waarin ik overduidelijk het gegrinnik van ene K. van het Reve herkende.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden