Toonder, Tom Poes en het zand over de herinneringen

(Trouw)

Psycholoog Douwe Draaisma werkt aan een ’Vergeetboek’ en stelt daarvoor wekelijks lastige geheugenvragen aan deskundigen. Vandaag Wim Brands: „Ik schaamde me voor mijn vaders epileptische aanvallen.”

’Wat zou u willen vergeten?’ was de vraag aan schrijver-journalist Wim Brands. Nadat hij antwoord had gegeven (zie kader) voegde hij er bijna terloops aan toe: „Er zit veel in ons hoofd dat we zouden willen vergeten, maar het zit er waarschijnlijk niet voor niets. Dat is een troostrijke gedachte.”

En hij ging nog een stap verder: misschien zou het helemaal niet verstandig zijn pijnlijke herinneringen weg te werken, ook die herinneringen hebben je immers gemaakt tot wie je bent. Vergeten, moet je dat eigenlijk wel willen?

In 1976 heeft Marten Toonder zichzelf in het Bommelverhaal ’Het Vergeetboekje’ precies deze vraag gesteld. Het bevat een subtiele filosofie van het vergeten die aansluit bij die van Wim Brands.

Het verhaal begint met de vergeetachtigheid van Bommel. De aan Joost beloofde loonsverhoging is hem volledig ontschoten en de volgende ochtend aan het ontbijt staart hij in verwarring naar de knoop in zijn zakdoek: wat moest hij ook alweer niet vergeten? Dit gaat zo niet langer. Hij heeft door zijn vergeetachtigheid verschillende mensen in zijn omgeving diep gekrenkt. Joost peinst onder het afstoffen: „Heer Olivier heeft nu wel mijn salaris opgetrokken, maar het feit dat hij het vergeten had, is het ergste. Er is van binnen iets moois stuk gegaan, als ik mij zo mag uitdrukken. Ik wilde dat ik het kon vergeten”

Het geval wil dat Pocus Pas, magister in de zwarte kunsten, iets heeft uitgevonden waarmee mensen zich kunnen ontdoen van de herinneringen die hen bedrukken. In zijn praktijk ligt een cahier, het Vergeetboekje, waarin ze mogen opschrijven wat ze willen vergeten. Pocus strooit er uit een kokertje wat zand overheen en weg is de herinnering. Joost meldt zich in de hoop te vergeten dat Bommel hem was vergeten, maar heeft bij nader inzien nog wel meer dat hij wil vergeten, zoals de beschamende herinnering aan die keer dat Bommel hem betrapte toen hij een eenvoudig landwijntje stond over te gieten in een fles met een oud etiket.

De techniek lijkt simpel: opschrijven en zand erover. Maar de uitwerking is krachtig: Joost is nu niet alleen vergeten wat hij wilde vergeten, maar ook dat hij bij Pocus is geweest. Bommel voelt met zijn fijn ontwikkelde intuïtie wel aan dat hier niet veel goeds van kan komen. Samen met Tom Poes vertrekt hij naar de praktijk van Pocus.

Terwijl Bommel de magister aan de praat houdt ontdekt Tom Poes op zolder dat Pocus al het zand dat over de herinneringen was uitgestrooid zorgvuldig heeft bewaard. Hij had die zakjes willen uitschudden in de Walmzander Stuifduinen, waar al die leugens en krenkingen eeuwig zouden blijven rondspoken.

Gelukkig weten Bommel en Tom Poes alles tot een goed einde te brengen en bij de voorbereiding van het feestmaal staat Joost weer even vrolijk goedkope wijn over te schenken in bourgogneflessen, een knipoog aan de goede verstaander.

Marten Toonder bereikte de leeftijd der zeer sterken en bleef tot het laatste toe helder van geest. Maar het eerste had van hem niet gehoeven en het laatste was geen onverdeeld genoegen. Na een huwelijk van ruim vijftig jaar was zijn vrouw Phiny Dick overleden. Hij had drie van zijn vier kinderen overleefd. Zijn generatiegenoten waren de een na de ander weggevallen. Hij woonde sinds 1996 in het Rosa Spier Huis te Laren, vereenzaamd en somber.

Meer nog dan door de aftakeling van het lichaam leek hij te worden gepijnigd door zijn geheugen. Herinneringen waren voor Toonder meer dan een persoonlijk, innerlijk bezit. Hij kon van mooie ervaringen alleen genieten als hij ze kon delen met zijn geliefden; wat hij alleen meemaakte liet hem onberoerd en verdween weer gemakkelijk uit zijn geheugen.

Veel van zijn mooiste herinneringen, schreef hij in een bijdrage aan ’Het boek van de schoonheid en de troost’ van Wim Kayzer, hadden hun betekenis pas gekregen door Phiny.

Hij herinnerde zich een middag met haar aan een Ierse baai: „Het was vloed en het inkomende water maakte kabbelende geluidjes langs de oever, terwijl de zon het bestrooide met fonkelende lichtpuntjes. ’Diamantjes’, zei ze, en daarmee is dat beeld diep in mijn geheugen gezonken. Zonder herinneringen is er geen schoonheid; want als ik iets prachtigs heb gezien, heb ik iemand nodig om mij te vertellen hoe mooi het eigenlijk is. En wanneer ik de woorden kan vinden, wil ik die tegen een ander kunnen uiten. Door het geluksgevoel dat die gedeelde emotie geeft, ontstaat de herinnering. Maar als die ander er niet meer is, ontbreekt die emotie – en dat geeft een treurig gevoel, want daardoor is de toegang tot het schone vergrendeld.”

Als hij in zijn autobiografie terugblikt op de donkerste periode in zijn leven, de eerste tijd na het overlijden van Phiny, komt hem een zin in herinnering uit de condoleancebrief van een goede vriendin: „Jullie hebben samen zo’n lang en rijk leven gehad. Tel de gouden kralen in het halssnoer van je herinneringen, dan ben je nooit alleen.”

Het is een zin zoals die in vele condoleancebrieven is te vinden. Maar Toonder voelde zich door mooie herinneringen des te eenzamer.

Alleen komen te staan met je gedeelde herinneringen voert naar de paradox dat er momenten zijn waarop je juist je mooiste herinneringen in een vergeetboek zou willen schrijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden