Toonder leefde in een andere wereld

'Zijn ogen zijn die van een gevoelig en kwetsbaar man. In zijn binnenste moet het leven zeer intens, kleurig en sprankelend van humor zijn'

Al in 1954 schetste een journalist van De Telegraaf de schepper van Tom Poes en Olie B. Bommel haarscherp: "Een gezicht vol kalme afweer tegen een lawaaiige samenleving; een beetje een ondoorgrondelijk gezicht. De mond trekt bij het bedachtzame praten een beetje scheef, alsof de spreker de woorden liever niet afgaf en ze in ieder geval geen groot gat om te ontsnappen gaf. Maar de ogen, onder het hoge, rimpelige voorhoofd, verraden binnenpretjes. Bovendien zijn het de ogen van een gevoelig en kwetsbaar man. Marten Toonder is wat je noemt een binnenvetter, doch in het binnenste moet het leven zeer intens en zeer kleurig en sprankelend van humor zijn en ergens een harde kern hebben."

Wim Hazeu diept dit beeld bijna zestig jaar later uit in 'Marten Toonder. Biografie'. Eerder schreef hij biografieën van Gerrit Achterberg, J.J. Slauerhoff, Simon Vestdijk en M.C. Escher. Honderd jaar na zijn geboorte, zeven jaar na zijn dood is nu de aartsvader van de Nederlandse strip, Toonder, aan de beurt.

Er lag al een (nog dikkere) levensbeschrijving daterend van eind vorige eeuw. Die was van de hand van Toonder zelf. Diens creatie Bommel wees het schrijven van memoires ooit resoluut van de hand: "Dat geeft alleen maar ivoren torens, die overlopen, zodat men verdrinkt. Men glijdt erover uit en blijft erin steken, bedoel ik eigenlijk. Weg ermee."

Toonder zelf leek er aanvankelijk net zo over te denken, maar veranderde van mening, toen hij na het stoppen van Bommel plots zeeën van tijd bleek te hebben.

De drie dikke delen van de autobiografie plus toegift zijn zeer lezenswaardig en de lezer hoort er bijna de diepe bromstem van Marten Toonder bij. Maar de verhalenverteller ging nogal eens met zijn leven op de loop.

Zo ging het al in zijn jeugd. "Verzinsels!", schreef een onderwijzer boven Toonders verslag van een schoolreis. Die had zijn opstel wat opgeleukt, omdat het uitje zelf behoorlijk saai was. Zijn vader was kapitein en nam van zijn zeereizen strips van Amerikaanse kranten mee. Ook probeerde hij zelf zo'n comic te tekenen. Zijn zoon Marten kon dat al snel beter.

Na een aantal probeersels die hij baseerde op buitenlandse voorbeelden, bleek Tom Poes (al spoedig vergezeld van heer Bommel) een voltreffer. Er volgden meer successtrips: Panda, Kappie en Koning Hollewijn. Bedrijven vroegen om reclames. En Toonder joeg zijn droom na: een avondvullende tekenfilm (daarvan zou het pas in de jaren tachtig komen).

Toonder werd behalve schrijver-tekenaar de baas van een strip- en tekenfilmimperium. Nederland was bezet. Het beeld van Toonders gedrag tijdens de oorlog is diffuus. Hij greep de kansen die de bijzondere situatie van de bezetting hem bood, onder meer door contacten met filmautoriteiten in Berlijn. Later nam Toonders betrokkenheid bij de illegaliteit en de illegale pers toe, wat hem later nog een speciale onderscheiding zou opleveren.

Als de naoorlogse jaren aan de beurt zijn in de biografie besteedt Hazeu veel (soms te veel) aandacht aan de details van de bedrijfsvoering. Jan Gerhard Toonder schreef zijn broer Marten dat het hem pijn deed om te zien hoe de last van het ondernemen op de schrijver-tekenaar drukte en geregeld de vreugde in het echte werk in de weg zat. "Intussen wordt allerlei zakenvolk voortdurend beter van je."

Toonder toonde niet altijd het passende respect aan de mannen die in zijn naam leuke poppetjes en leesbare regels voortbrachten. Hazeu neemt flink de ruimte om te beschrijven hoe instrumenteel de grote baas tekenaars kon gebruiken en hoe hij talenten als Hans G. Kresse, Fred Julsing en Dick Matena soms op de ziel ging staan. Die passages behoren tot de geslaagdste van de biografie. Hazeu laat mooi zien hoe relaties een soort vader-zoonverhouding werden, waarin het ongemak nooit ver weg was. Beide partijen konden niet met én niet zonder elkaar.

Tekenaar Gerrit Stapel, zo'n kwart eeuw actief voor Toonder Studio's: "Ik heb veel nagedacht over wat Marten Toonder nou eigenlijk was, en ben tot de conclusie gekomen dat hij van schrijvers en tekenaars hield, zoals een bioloog van zijn proefdieren. En ongeveer met dezelfde motieven. Hij heeft zijn zakken goed gevuld, en dat was natuurlijk zijn recht, maar dat was niet de hoofdzaak."

De biograaf zit erg kort op de gebeurtenissen en gunt zich in grote delen van zijn boek te weinig ruimte om te reflecteren op zijn hoofdpersoon. Zo geeft Hazeu de astrologische bespiegelingen van Toonder en zijn broer Jan Gerhard ruim baan: "Nu beheerst Saturnus de gewrichten, Aquarius kan kramptoestanden opleveren, heeft ook veel met de nerven te maken. Taurus levert het nek-element. Saturnus geeft ook verstijving, verstening, verbening." Hazeu registreert, maar duidt nauwelijks.

Tekenend is ook de manier waarop de biograaf - nogal tussen neus en lippen door - schrijft over Toonders "aspergersyndroomachtige onvermogen om zich in vrouw en kinderen te verplaatsen. Hen toelaten in zijn onbewuste avonturen in die andere wereld was niet mogelijk." Toonder verschanste zich een leven lang in een heel klein kringetje. De familieclan wist tenminste nog een beetje tot hem door te dringen. De meeste anderen hield hij op grote afstand.

Hazeu verzuimt door te graven naar het wezenlijke, de kern van dat gedrag en Toonders moeilijke karakter. Groningse ondoorgrondelijkheid? Autistische neigingen? Postuum en ongediplomeerd vergaande diagnoses stellen gaat te ver, maar enige zielknijperij en analyse waren op hun plaats geweest.

Ronduit merkwaardig is de wijze waarop de biograaf het leven van Toonder in zijn tijd probeert te plaatsen. Met hele bladzijdes vol ditjes en datjes uit bepaalde jaren neemt hij de lezer niet serieus en haalt hij de vaart uit het verhaal over Toonder.

Uitstekend op dreef is Hazeu weer in het laatste gedeelte van zijn boek. Marten Toonder wint dan steeds vaker van de firma Toonder. De biograaf maakt werk van de worsteling van zijn hoofdpersoon met een striploos bestaan, zijn nalatenschap, verlies van naasten, het ouder worden en het onvermijdelijk einde.

De biograaf tovert in zijn boek een tot nu toe onbekende liefde tevoorschijn. Verder beschrijft hij hoe Toonder last kreeg van wanen en tegelijkertijd besefte dat hij daar ook al in vroeger jaren mee gevochten had. En dat Toonder op zijn oude dag in het voorjaar van 2001 na decennia van geluk in Ierland terugverhuisde naar Nederland had niet te maken met gezondheidsproblemen, maar met een mislukte zelfmoordpoging.

Toonder sleet zijn laatste jaren in het Rosa Spier Huis in Laren en stierf in juli 2005 een natuurlijke dood. Voor Hazeu eindigt daar ook zijn taak. Ook dan wordt de analytische blik van de ijverige en ter zake kundige biograaf node gemist.

Wim Hazeu: Marten Toonder. Biografie. De Bezige Bij, Amsterdam; 736 blz. € 29,90

Klaas Driebergen: Marten Toonder. Een dubbel denkraam. Schrijversprentenboek 57. De Bezige Bij, Amsterdam; 184 blz. € 24,90

Biografie, Schrijversprentenboek en Bommelsteinrecepten
'Kookgek op Bommelstein' heette het boek dat tien jaar geleden had moeten verschijnen. De boekhandel had al drieduizend exemplaren besteld, meldt biograaf Wim Hazeu, maar Marten Toonder keurde de teksten van de kok Joop Braakhekke af. In zijn agenda noteerde hij de suggestie: 'Joh. Van Dam (Parool) i.p.v. Braakhekke.'

Een decennium later is het alsnog zover gekomen. Bij tekeningen van Dick Matena maakte Johannes van Dam menu's bij de diverse personages. Of Braakhekke destijds terecht te licht werd bevonden, valt niet te boordelen. Feit is dat Van Dams 'Koken op Bommelstein' een zinnenprikkelend boek is geworden. De menu's zijn op maat gesneden: watergruwel voor kapitein Wal Rus, kabinetspudding voor de ambtenaar Dorknoper en Antilliaanse bloedworst met appeltjes voor het onderwereldduo Bul Super en Hiep Hieper.

Van Dam is wars van culinaire aanstellerij (zoals Joost in de Bommelstrips ook altijd 'eenvoudige, doch voedzame maaltijden' opdiende). Alleen voor het recept bij markies De Canteclaer lijkt enige ervaring als chemicus een vereiste.

Het boek oogt fraai, zit vol kleine spitsvondigheden. Tegelijkertijd zit het vol praktisch vernuft als wijnadviezen en registers op soort gerecht en ingrediënt.

Johannes van Dam (tekst) & Dick Matena (tekeningen naar Marten Toonder): Koken op Bommelstein. De Bezige Bij, Amsterdam; 128 blz. € 19,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden