Tony Blair maakt van Groot-Brittannië binnen een jaar een ander land

AMSTERDAM - En zo kreeg Tony Blair een maand of twee geleden zowaar nog met echte oppositie te maken. Een kwart miljoen Britten waren in Londen op de been om te protesteren tegen de plannen van de Britse premier om de traditionele vossenjacht af te schaffen. De grootste demonstratie sinds 1990, toen Groot-Brittannië te hoop liep tegen de door de Conservatieve premier Margaret Thatcher ingevoerde poll tax, de hoofdelijke belasting.

Alleen, toen liep het protest uit op hevige rellen en brandende barricaden, en uiteindelijk intrekking van de poll tax. Nu togen de in feestelijk groen en rood gestoken landjonkers, boeren en overige jachtliefhebbers na gedane arbeid rustig terug naar het platteland. En kweet de door de verkiezingsuitslag van 1 mei vorig jaar gemarginaliseerde Conservatieve partij in het Lagerhuis zich van haar oppositierol, in dit geval om via filibusteren, eindeloze redevoeringen en amenderingen, uitstel te krijgen van het voorstel.

Het is tot nu toe zo ongeveer het enige wapenfeit van de Tories die onder de zielloze leiding van de jonge William Hague het afgelopen jaar nauwelijks tot blaffen zijn gekomen, laat staan tot bijten. Het is dan ook vechten tegen de bierkaai. Knarsetandend moeten ze toezien hoe Blair en zijn New Labour-regering in binnen- en buitenland het ene open doekje na het andere krijgen.

En op tweespalt binnen Blairs eigen sociaal-democratische gelederen hoeven ze voorlopig ook niet te rekenen. Een verdienste van Blair in zijn eerste jaar als premier is dat hij de partij stevig bijeen heeft weten te houden. Nu lijkt dat in de huidige tijden van voorspoed niet zó bijzonder, maar Labour heeft een traditie van heftige interne strubbelingen en ideologishe haarkloverijen. Zo waren de Labour-regeringen van Harold Wilson in de jaren zestig en die van James Callaghan in de jaren zeventigal vanaf het begin toneel van voortdurende broedertwisten en ministerswisselingen.

Discipline

Maar Old Labour is passé, New Labour floreert. Met ijzeren hand en een zeer strenge partijdiscipline wist Tony Blair vanaf 1994, vanaf zijn aantreden als opvolger van de overleden partijleider John Smith, de partij tot eenheid te smeden. Met zijn eeuwige glimlach maakte hij korte metten met oude socialistische dogma's als Clause Four, de oppermacht van de vakbonden, staatscontrole over de productiemiddelen.

Goed, er zijn het afgelopen jaar wat ruzietjes en strubbelingen geweest, maar die waren vooral van persoonlijke aard, amper politiek of ideologisch. En meestal keurig binnenskamers gehouden, dan wel naar buiten toe gebagatelliseerd door spin doctor, mediamanipulator en minister zonder portefeuille Peter Mandelson, Tony Blairs politieke pitbull.

Optimisme

Hoewel Blair en zijn minister van financiën Gordon Brown wel degelijk geprofiteerd hebben van de 'erfenis' van de Tories (een dalende werkloosheid, sterke economie en dito pond) is de eigen verdienste vooral het praktisch verdwenen begrotingstekort. En de pragmaticus Blair heeft daarbij de druk weerstaan van links, van Old Labour, om juist vanwege die riante economische positie van Groot-Brittannië te komen met meer overheidsuitgaven. Met 'leuke dingen voor linkse mensen'. Daarmee kregen ze bij Blair geen poot aan de grond, wars als hij is van makkelijk scorende korte termijn-ingrepen.

Tomeloos populair is Blair. De jongste opiniepeilingen melden dat de premier en zijn New Labour anno nu de Conservatieven nog verder achter zich zouden laten dan vorig jaar. Was het op 1 mei '97 nog 44 versus 31 procent, nu is dat 52 tegen 29. Een marge van 23 punten, en de grootste voorsprong die een na-oorlogse regering na één jaar aan de macht ooit heeft gehad.

Vooral bij de (vóór 1997) traditioneel Conservatief stemmende middenklasse is de populariteit van Blair gegroeid. En binnen de uitgedunde Tory-gelederen is de premier zelfs geliefder dan de eigen partijleider William Hague.

Het optimisme en zelfvertrouwen binnen New Labour is zó groot dat minister van buitenlandse zaken Robin Cook enigszins pocherig voorspelde dat Labour niet slechts één decennium aan de macht zal blijven - zoals menigeen verwacht - maar mogelijk zelfs twee. Natuurlijk was Blair er als de kippen bij om dat neer te sabelen, zulk roekeloos triomfalisme wekt maar irritatie.

Dat Blair zo goed overkomt bij de Conservatieven - zowel bij het electoraat als bij Lagerhuisleden - heeft zeker van doen met zijn slimme taktiek om de gehavende Tories bij de 'grote projecten' te betrekken, en ze zo hun eigenwaarde te laten behouden. Zo schakelde hij oud-premier John Major en Hague in bij het vredesproces in Noord-Ierland. Die moesten in de ultieme fase de kopschuwe unionisten van David Trimble 'masseren' om akkoord te gaan met de voorstellen.

En nu weer heeft hij Chris Patten, de laatste gouverneur van Hongkong, aangezocht om leiding te geven aan de hervorming van de Royal Ulster Constabulary, de overwegend protestantse en door katholieken zeer gewantrouwde politiemacht in Noord-Ierland. Het aanzoek viel zeer goed bij zowel katholieken als protestanten aldaar. De katholieke oud-minister van Noord-Ierland en oud-voorzitter van de Conservatieven partij heeft groot gezag in beide kampen, en wist al in 1984 de Noord-Ierse katholieken te strelen door uit de benaming van de gemeenteraad van Londonderry het gehate 'London' te schrappen.

Zo voorzichtig als Blair opereerde in de aanloop naar de verkiezingen - geen doldrieste beloften, geen revolutie predikend - zo doortastend, toch bijna revolutionair, is zijn eerste jaar in Downing Street 10 verlopen. Het ijzer smeden als het heet is, zoiets, en met een meerderheid van 147 Labour-parlementariërs in het Lagerhuis valt er natuurlijk heel wat te smeden.

Huzarenstuk

Er kwamen referenda over constitutionele hervormingen in Schotland en Wales, waarbij met name het eerste rijksdeel verregaande autonomie, met een eigen parlement, en eigen 'regering' is toegezegd. En volgende maand volgt er voor Blair een vrijwel zekere overwinning in het referendum over een rechtstreeks gekozen burgemeester voor Londen.

Maar zijn grootste huzarenstuk, zowel constitutioneel als psychologisch, is zonder twijfel het Goede Vrijdag-vredesakkoord voor Noord-Ierland. In de laatste cruciale week haastte Blair zich naar Noord-Ierland om de uitzichtloze onderhandelingen over het dode punt heen te tillen, uit de impasse.

Zelfs in het Midden-Oosten 'scoorde' Blair afgelopen maand door de Israëlische premier Benjamin Netanjahoe en de Palestijnse president Jasser Arafat te overreden in Londen onder auspiciën van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Madeleine Albright, te komen praten over vrede.

En maar weinigen zijn vergeten hoe kundig Blair de crisis rondom de dood van prinses Diana heeft opgevangen. Hij wist de juiste snaar te raken, knap de nationale Britse emoties te verwoorden. En bovendien het Britse vorstenhuis, dat toen aan de rand van de afgrond stond, te redden door het 'dichter bij het volk' te brengen.

Maar het is niet alleen hosannageroep en bazuingeschal. Binnen de eigen partij voelt menigeen zich ongemakkelijk over de vrijages van Blair met de oude en verfoeide doctrines uit de tijden van Thatcher en Major. Hij is zeer coulant naar het bedrijfsleven toe, is dikke maatjes met de rechtse mediamagnaat Rupert Murdoch, verkondigt zero tolerance ten opzichte van criminalitei en drugs, bepleit een harde aanpak van het immigratieprobleem.

Privatisering van grote delen van het openbaar vervoer wordt niet teruggedraaid. De Britse spoorwegen blijven in private handen, en de Londense Underground wordt geleased aan de private sector omdat het kabinet de 7 miljard pond voor broodnodige vernieuwing niet kan opbrengen. Er zijn al plannen tot privatisering van het gevangeniswezen. En bij dit alles staan de vakbonden, Labours traditionele bondgenoten, buitenspel.

In Blairs 'Derde Weg' - tussen 'laissez faire'-liberalisme en centraal geleide sociaal-democratie - is geen plaats meer voor Old Labour-speerpunten als solidariteit en collectivisme, rechten voor de arbeider, de werkloze of anderszins onderliggende medemens. Ze zijn vervangen door zaken als individuele ontplooiing, burgerplicht, normen en waarden, mensenrechten (voor buitenlands beleid) en gezinsethiek.

Daarbij laat de premier zich sterk inspireren door God en gebod. De praktiserend christen Blair vormt met zijn katholieke vrouw Cherie en hun drie dotten van kinderen een onberispelijk en voorbeeldig gezinnetje. En dat doet het altijd goed bij de doorsnee burger.

Voor het 'blairisme' telt de 'bindende samenleving', burgerzin versus het kille materialisme zoals dat verpersoonlijkt werd door voorgangers als Margaret Thatcher, met haar constatering van 'there's no such thing as society'. Nee, voor Blair geldt 'samenleven doe je niet alleen', en zo is New Labour hard op weg een moderne, nieuwe Britse christen-democratische partij te worden.

Afzijdigheid

Een ander punt van kritiek is het uitstel van deelname aan de Europese en Monetaire Unie in de eerste ronde, eind volgend jaar. De retoriek van Blair en in zijn kielzog Gordon Brown en minister van buitenlandse zaken Robin Cook over de nieuwe, leidende rol van Groot-Brittannië binnen een nieuw, verenigd Europa botst hier danig met de afzijdigheid van Londen in de Emu.

Maar globaal genomen is de balans beslist positief. In een jaar tijd heeft Blair meer voor elkaar gekregen dan menig voorgang(st)er in een hele regeerperiode. De constitutionele hervormingen hebben van Groot-Brittannië nu al en ander land gemaakt, en dat kan niet meer worden teruggedraaid.

Positief, al is het alleen al om de frisse wind die sinds het aantreden van de ploeg-Blair door Groot-Brittannië is gaan waaien, en waarvan Europa ook nog zo nu en dan een vleugje meekreeg. 'New Britain' heeft weer aanzien, potentie, is cool.

Maar wat datzelfde Europa betreft: Blair kan zich helemaal onsterfelijk maken wanneer hij als voorzitter van de EU de netelige kwestie van het presidentschap van de Eurobank zou oplossen. In lijn met de overgrote meerderheid van de Europese regeringsleiders, ten faveure dus van Wim Duisenberg. Een monnikenklus naar alle schijn, en een van Blairs ministers verzuchtte al in The Observer: “Hierbij vergeleken begint Noord-Ierland op een makkie te lijken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden