Tonnie ('Broeder') Dieleman

Vroeger zei Broeder Dieleman dat hij niet meer geloofde. Toch is God nooit ver weg in zijn Zeeuwse liedjes.

Tonnie Dieleman loopt op blote voeten over een strook groen in Overvecht, als hij een kleine merel ineengedoken tussen de grassprieten ziet zitten. Hij knielt en maakt piepende geluiden, alsof hij zelf een vogel is. "Het is nog een jonkie. Misschien uit het nest gevallen. Nu moet hij de kracht vinden om weg te vliegen."

De singersongwriter ploft even verderop neer - de vogel in zijn vizier houdend. Daar zit hij als natuurminnende Zeeuw in het kortgewiekte gras van de grote stad, 'waar gelukkig ook vogels zijn'. Ook al moeten die zich tussen de vele flats van het grijze Overvecht heen wurmen.

Dieleman is vandaag aan het opnemen in Utrecht; hij heeft om wegwijs te worden in de Randstad, met zwarte stift 'buslijn 6, Overvecht' op zijn arm geschreven. Hij giet een half biertje leeg in een ranjaglas en rookt een sjekkie dat steeds uitwaait, omdat hij eraan vergeet te trekken als hij aan het vertellen slaat.

Broeder Dieleman is zijn artiestennaam. Hij wordt soms de Zeeuwse Spinvis genoemd omdat zijn liedjes kleine, meerduidige verhalen zijn. De zanger heeft net een album klaar over het waarom van verhalen vertellen. Hij zingt, zegt hij, uit principe alleen in de taal waarin hij ook vloekt: het Zeeuws.

Dieleman zingt opvallend veel over vogels. Ze vliegen met de wind mee de Schelde over, in zijn liedjes. Aalscholvers, kauwtjes, buizerds. Zelfs pelikanen bezingt hij. Dieleman schaterlacht en wijst naar het ineengedoken vogeltje even verderop. In zingend doch plat Zeeuws zegt hij: "Dit is een teken."

Laten we het maar over vogels hebben dan.

"Ze vallen me al mijn hele leven op. Ik volg ze vaak met mijn ogen als ze vliegen. Als ik daarmee begin, kan ik niet meer stoppen. Dat komt misschien omdat ze zo goed bij liedjes passen: ze maken zelf muziek. Vogels komen veel voor in volkskunst en in de Bijbel. Jezus zegt: 'De vogels zaaien niet, ze maaien niet, ze oogsten niet en toch blijven ze vliegen.'"

Voor Jezus zijn de vogels een metafoor voor zorgeloosheid.

"Die zorgeloosheid zoek ik ook als ik over ze zing. Het leven is een constante zoektocht naar vrijheid. Ik denk dat ik daarom steeds terugkom bij dat woordje 'genade'. Dat betekent voor mij vrijheid: je geen zorgen meer hoeven maken. Dat klinkt aanlokkelijk, vind je niet?"

Ik kom zelf ook uit een dorp, net als u. Ik kwam daar laatst op het kerkplein een oud-klasgenoot tegen die nooit was vertrokken. Ze zei: 'Eigenlijk ben jij de vogel en ik de baksteen.' Wat bent u precies? U heeft Zeeland niet achter u gelaten.

"Ik ben maar één rivier overgestoken, dus in die zin een halve baksteen. Ik heb mijn stamboom nagetrokken en de veertien generaties voor mij hebben Zeeuws-Vlaanderen niet verlaten. Ik ben de eerste die ergens anders is gaan wonen. Ik beweeg me makkelijk, dat is mijn vogelkant.

Het is een provinciaal thema, niet weg durven of kunnen uit het dorp waar je geboren bent. De mensen die achterblijven, komen soms niet vooruit. Dat heb ik om me heen gezien. Zoals BLØF zingt: 'Geboren achter de brug, één stap vooruit, twee stappen terug.'

Ik heb weleens gereisd. De vrijheid die ik voelde was verslavend. Maar eenmaal thuis dacht ik: wat een rusteloze manier van vrijheid zoeken is reizen ook. Ik moet zorgen dat ik die vrijheid ook op mijn eigen plek in mijn eigen hoofd krijg."

Terwijl hij mijmert over vrijheid, constateert Dieleman dat het ineengedoken mereltje is gevlogen.

Heeft uw liefde voor verhalen vertellen te maken met uw roots?

"Ja. Zeeuwen houden gewoon van verhalen vertellen. We maken alles een bietje smeuïger. De Zeeuwse volkszanger Ries de Vuyst doet dat ook. Iedereen in Vlaanderen heeft gitaarles gehad van hem. Hij is een legende, een verhaal op zichzelf. Hij geeft een draai aan de dingen die hij meemaakt. Het verhaal krijgt een andere waarheid dan het daadwerkelijke verhaal omdat er verschillende lagen inzitten."

Precies zoals u probeert in uw liedjes.

"Ik voeg bewust dingen toe aan een verhaal die er niets mee te maken hebben. Zoals een pelikaan. Ik bedoel: die zie je niet in Zeeland. Soms ook verbind ik, als ik over het landschap zing, daar gevoelens of gebeurtenissen aan."

Zoals ze in de Romantiek deden. Dieleman, de nieuwe William Wordsworth.

"Tja. Eigenlijk maak ik stiekem gewoon heel romantische muziek."

Waarom zijn verhalen zo belangrijk voor u?

"Tegenwoordig lijkt het alsof we alles kunnen doorgronden. Maar ik vind de letterlijkheid van de wetenschap maar saai. Als ik naar de dokter ga, oké dan. Als ze er kanker mee kunnen genezen, alsjeblieft. Maar we moeten accepteren dat er dingen zijn waar we niet uitkomen. Want de vraag naar het doel van ons leven blijft hangen tussen alle letterlijkheid. Als er iets moois gebeurt, vertellen we verhalen. Als er iemand doodgaat, vertellen we verhalen. Zo houd ik mijn dode moeder in leven door over haar te zingen."

Mensen lijken een eeuwige behoefte te hebben aan verhalen.

"Dat komt omdat we door verhalen uiting geven aan onszelf. Als ik een verhaal vertel, bevestig ik wie ik ben. Het gaat ook over mij."

En in mensen zitten net als in verhalen diepere lagen.

"Ja. Dus zelfs als een verhaal niet waar is, zegt het iets over je."

Klopt het wel wat u mij nu vertelt dan?

Lacht. "Er zijn wel dingen die stollen tot een verhaal, omdat ik het vaak verteld heb. Met mijn vriend Martin heb ik veel meegemaakt. We vertellen verhalen over vroeger vaak los van elkaar. En ik kan je zeggen: vaak lijken ze weinig meer op elkaar."

Bent u er eigenlijk op uit dat mensen de verhalen in uw liedjes begrijpen?

"Absoluut niet. Ze hebben de volledige vrijheid om ermee te doen wat ze willen. Heel veel christelijke mensen zien mijn muziek als gospel. Afvalligen horen er een afrekening met de kerk in. Hoe zij interpreteren, zegt meer over hen dan mij."

Gelooft u nog in God?

"Ja. Maar verder weet ik het niet zo goed. Vroeger zei ik altijd in interviews dat ik niet meer geloof. Maar dat was meer omdat ik geen zin had in de gospelhoek geduwd te worden. Nu zeg ik andere dingen."

U verandert uw verhalen. Welke versie krijg ik vandaag?

"Ik geloof niet in de letterlijkheid van de Bijbel, maar wel in het verhaal. Als iemand de taal uit de Bijbel gebruikt, komt dat binnen. Het is nu eenmaal mijn manier om de wereld te duiden - simpelweg omdat ik ermee ben opgegroeid."

Is de bijbelse taal niet leeg geworden, omdat het zo vaak is hergebruikt?

"Het is zulk rijk taalgebruik! De kunst is de oude woorden in een nieuwe context te zetten. Dat is een emancipatieproces. Ik pak de woorden waar ik iets mee kan eruit. Van het verhaal waaruit het voortkomt, maak ik een nieuw verhaal."

U zingt ergens 'Genade genoeg totdat alles wat nog heilig is, door de mensen is verwoord'. Leg eens uit.

"Die zin gaat over de Heidelbergse catechismus. Dat vind ik een zondig en vies boek."

Dieleman gebaart wild met zijn armen en spreekt met stemverheffing: "De schrijvers hebben de hele Bijbel uitgelegd en vastgelegd! Ze laten er geen adem, lucht of licht meer in zitten! Alle poëzie hebben ze weggepoetst!"

Rustiger: "Zodra je iets vastlegt, maak je het kapot, denk ik. Daarom maak ik verhalen die als een open ruimte zijn. Andere mensen mogen er gerust mee aan de haal."

Zo heb je een soort keten. Het oude verhaal wordt jouw verhaal en jouw verhaal wordt weer iemands verhaal.

"Verhalen zijn altijd een keten. Dat is te gek. Je voelt je daardoor deel van de tijd.

Je kunt jezelf een plaats geven in de eeuwigheid. Ik geloof dat wij gaan waar de verhalen gaan. We kunnen de waarheid niet vatten, we hebben alleen maar verhalen. Dat is wat overblijft voor ons en om die reden maak ik liedjes.

Ik zing ze voor mijn kinderen en die geven ze hopelijk door. Dat is een vorm van de hemel, van een volgend leven, dat er iets over je verteld wordt als je dood bent."

Zoals u over uw moeder doet.

"Ja. Mijn moeder zit serieus in ieder liedje, of ik het wil of niet. Dacht ik een lied geschreven te hebben dat niet over haar ging - 'Onze Lieve Vrouwe van de polder' - zei een vriend tegen me: dat gaat helemaal niet over Maria, maar over je moeder. Sindsdien kan ik dat niet meer ontkennen. Dit raakt precies aan wat God is. Als je zegt: dit is hem, dan bestaat-ie."

Eh?

"God is taal. Zonder taal bestaat hij niet, dan kun je hem geen naam geven. Dan zou hij een soort gevoel zijn."

Taal is beperkt toch? Als een God daarin past, is hij geen God meer. Een godheid bestaat bij gratie van dat hij ergens bovenuit stijgt.

"Nee, God bestaat bij gratie van dat hij genoemd wordt. Ooit is er iemand geweest die dacht: wat is er verder in de wereld? Hoe moeten we het leven duiden? Daar werd een woord voor verzonnen: God.

In den beginne was het woord - bij die zin uit de Bijbel kom ik altijd weer terug. Of God bestaat of niet is voor mij geen vraag. Het is een futiliteit."

Als God alleen een woord is, waarom is hij dan overal in uw muziek?

"Omdat ik aan het woordje God van alles ophang. Als ik een boom zie, denk ik: dit is God. Als ik gevoelens heb die het dagelijkse overstijgen, noem ik die God. Als ik van mijn kinderen houd, als ik mensen tegenkom die ik leuk vind, of aardig, of bevriend zijn met Pim die nu in de studio mijn muziek mixt bijvoorbeeld - dat alles is God. Net als de vogels die vliegen. Daar gaat er weer een."

Dieleman wijst, volgt de gang van klappende vleugels door de open ruimte. Hij zegt: "Ja. Voor mij is God een verhaal zonder einde."

Wie is Broeder Dieleman?

Tonnie Dieleman werd in 1976 geboren tussen de aalscholvers en de kerken op Zeeuws-Vlaanderen. In het dorpje Axel groeide hij op in een vrijgemaakt-gereformeerd gezin.

Sinds 2012 heeft Dieleman twee albums en een EP uitgebracht. Hij zingt zijn liedjes in het Zeeuws en zijn teksten zijn religieus getint.

In november verschijnt zijn derde album 'Meilied'. Dieleman verklapt vast: "Het hele album gaat over de betekenis van verhalen. Zo heb ik volksverhalen tot liedjes gemaakt en heb ik gesprekken over de oogst aan de keukentafel opgenomen. Ik wil een stem geven aan de verhalen die nog in de lucht hangen."

Tijdens zijn optredens bespeelt Tonnie Dieleman 'het meest basale percussie-instrument: Zeeuwse kleppers, gemaakt door m'n ome Anton'.

Aalscholvers

Wat moet'n we doen, mannenbroeders, wa briengen we di nae toe?

Onze mond is droog van 't roepen, onze voeten zien van 't lopen moe

En buten gae't de wereld vreselijk tekeer

Oek in ons is het onrustig, wae leggen we di neer?

Mag ik naar uus?

Mag ik asjeblieft naar uus?

Aalscholvers duuken deu 't water, halen vissen omhoog

Zitt'n daarna an de kant, bidden udder vleugels droog

Da's bidden zonder dienk'n, mee een enkel gebaar

Nuttig zonder praten, dudelijk en waar

Mag ik naar uus?

De bomen gaan naakt slapen, laten alle nesten zien

En jie zit je af te vragen of je wel zulk een rust verdien

En zoas de merels zich verstoppen om zachtjes dood te gaan

Zo kruup ik onder Uw vleugels om morgen op te staan

Mag ik naar uus?

Mag ik asjeblieft naar uus?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden