Tongblaar

Deze zomer hebben we de loop der dingen omgedraaid: eerst de foto's, dan de tekst. Vormgever Erik Terlouw maakte foto's, twee aan twee, en de redactie vroeg acht auteurs een tekst te schrijven bij een van deze zomerduetten. Vandaag de dichter Martin Reints: ,,Onze hoofden zijn volgepompt met woorden als 'vervoersverbod', 'tien-kilometerzone' en 'ruimen'. De duidelijke uitdrukking mond-en klauwzeer, in Friesland genaamd tongblier, vertaald als tongblaar, is ineens mkz gaan heten. Wie zei dat het eerst? Marga van Praag, met haar opgewekte stem? Of Philip Freriks, met de zinsmelodie die beduidt: dit bericht gaat niet over onszelf? Je weet het niet.'

door Martin Reints

Langzaam schenk ik kokend water op mijn oploskoffie. Nijhoffs 'Impasse' duikt op in mijn hoofd. De onverbeterlijke openingsregel 'Wij stonden in de keuken, zij en ik'. De meesterlijke slotregel - het antwoord op de vraag 'Waarover wil je dat ik schrijf' - in de versie die mijn voorkeur heeft: 'Ik weet het niet'. En dan: het sublieme moment van koffiezetten daartussen. En terwijl ik zo bezig ben met mijn bedrijf, geraak ik aan het peinzen.

Al weken lang krijg ik deze herinnering niet uit mijn hoofd. Mijn geliefde en ik rijden over de dijk van Holwerd naar Leeuwarden. We naderen een soort wachtpost, waar een soldaat en een agent de auto's staan te controleren. Als we ze zijn genaderd, gebaart de soldaat dat we moeten stoppen. We weten waar dit voor is, dus we kijken nergens van op. Of de achterbak even open kan. Natuurlijk. Hij kijkt of we een geitje achterin hebben liggen. Is niet het geval. We kunnen doorrijden. Een goede reis verder. En daar gaan we weer, over de kronkelende dijk die dit licht-glooiende grootse landschap afschermt van de Waddenzee.

Wat me bezighoudt is dat deze controle in minder dan geen tijd tot routine is geworden. Onze hoofden zijn volgepompt met woorden als vervoersverbod, tien-kilometerzone en ruimen. De duidelijke uitdrukking mond-en klauwzeer, in Friesland genaamd tongblier, vertaald als tongblaar, is ineens mkz gaan heten. Wie zei dat het eerst? Marga van Praag, met haar opgewekte stem? Of Philip Freriks, met de zinsmelodie die beduidt: dit bericht gaat niet over onszelf? Je weet het niet. Misschien heeft de minister hem wel gelanceerd. In een paar weken was het een alom gebruikte afkorting geworden: een doorslaand succes, zoiets als de uitdrukkingen nieuwe natuur en zinloos geweld. Je mag aannemen omdat de lettercombinatie mkz geen onplezierig beeld oproept. Je bespaart er niet meer dan één lettergreep mee op mond- en klauwzeer, en hij is zelfs een lettergreep langer dan tongblaar, maar die uitdrukkingen horen wij toch niet graag.

Het is een routine-controle, die we ondergaan. Geen steekproef, maar standaard. Ik was in Nederland nog nooit eerder door een soldaat tot stoppen gemaand, laat staan vlakbij Holwerd, maar het vreemde is dat we het gewoon vinden. En natuurlijk verloopt de controle vriendelijk, beleefd, plezierig zou je haast moeten zeggen. Inmiddels is het vervoersverbod opgeheven, de koeien en de schapen staan weer in de weilanden, het lijkt haast of er niks is veranderd in de wereld. En toch is er iets mee aan de hand wat me bezighoudt, en waardoor die achterbak-controle steeds door mijn gedachten blijft gaan als ik in de auto stap, of als ik bij een hek langs een weiland naar de koeien sta te kijken.

Tongblaar, om dat goede frisisme verder maar te gebruiken, schijnt zoiets te zijn als griep. Het is een ziekte die vroeger normaal werd gevonden, die om de zoveel tijd zijn kop opstak, en waar iedere boer mee om wist te gaan. Ik spreek niet uit ervaring, wat ik weet komt van horen zeggen. Ik hoorde van een boer die vroeger altijd wat slijm van een besmette koe afnam op een bosje stro, en dat overbracht op de lippen van de andere koeien. Een onkunstmatige vorm van vaccinatie: de andere koeien ontwikkelden antistoffen en na verloop van tijd verdween de gruwelijke ziekte. Zoals griep onder de mensen. Naar, maar meestal niet dodelijk.

Ik hoef niet uit te leggen dat er op grote schaal gevaccineerd had kunnen worden. Er is een doeltreffend vaccin voor ontwikkeld, en langs de weilanden stonden borden met de kreet 'Wij willen enten' en 'Vaccineer'. Maar er mocht niet gevaccineerd worden, want in Amerika willen ze ons vlees niet als het vee gevaccineerd is. Dat is niet raar van Amerika: aan het vlees kun je niet zien of het van een gevaccineerde of van een zieke koe komt. Dat maakt controle op tongblaar onmogelijk, en dat opent de kans op invoer van de gevreesde ziekte. Ik vertel dingen die iedereen weet. Dat er niet gevaccineerd mag worden, is omdat dat de exportbelangen zou schaden.

Er zijn mensen die het immoreel vinden dat het economische belang is afgewogen tegen de grote kosten die nu moesten worden gemaakt om verspreiding van de ziekte te voorkomen: door ik weet niet hoeveel duizend gezonde dieren te vernietigen, namelijk alle vee in een straal van twee kilometer om de boerderijen waar besmetting was vastgesteld. In die belangenweegschaal mag ook nog het leed gelegd worden van de boeren die dit niet aankonden, van de kinderen die een geitje hadden om mee te spelen, niet voor de export, en die natuurlijk niet valt uit te leggen wat er is gebeurd. En het leed van iedereen die er schade van ondervond zonder dat je er veel over hoort, zoals de vervoersbedrijven, de loonbedrijven, de mensen die van het toerisme leven, iedereen kan het verzinnen. En in die weegschaal moet je natuurlijk ook het leed leggen van de dieren zelf, het leed dat zo zorgvuldig buiten beeld werd gehouden door de pers te weren en grote vrachtwagens te plaatsen voor plekken waar de vernietiging gebeurde. Het is een weegschaal waarin als het ware peren en appels liggen, dus of je de uitkomst immoreel vindt of verantwoord, is een persoonlijke beslissing.

Maar wat mij behalve deze moeilijke dingen bezighoudt, is het treurige wonder dat we ons er zo moeiteloos bij neer kunnen leggen dat onze achterbak door een soldaat wordt gecontroleerd, niet om verspreiding van de ziekte te voorkomen, maar ten bate van de export. Ik probeer me te herinneren wat er in mijn hoofd gebeurde, maar dat valt me niet makkelijk. Als je wordt aangehouden door een soldaat, heb je twee mogelijkheden: meewerken aan controle, of rechtsomkeert maken. Maar ik wil naar Amsterdam, dus ik werk mee. Ga uw gang, dank u wel, een goeie avond verder. De derde mogelijkheid: protesteren tegen het militaire optreden, komt daarbij helemaal niet in me op - alleen al doordat het allemaal zo Nederlands vriendelijk beleefd en zonder al te duidelijk machtsvertoon gebeurt. Nou ja, moest ik steeds maar denken na zo'n controle. Iedereen doet zijn werk.

De rust is weergekeerd. De spanning is weg, aan de verslagenheid wordt nauwelijks uiting gegeven - waarschijnlijk uit zelfbescherming. We zitten weer op terrassen in de ochtendzon van onze koffie te genieten. De koffie met dat wonderlijk dubbele vermogen: ons tegelijk te ontspannen en op te peppen. De koffie die me met smaak weer op gang brengt, nadat ik een kwartier met mijn hoofd op mijn arm voor het toetsenbord heb gelegen. Schrijven is de deadline tarten: je hoofd zit vol, en als je wilt weten wat er allemaal in je omgaat, kun je jezelf het beste bijna in slaap laten vallen. Er zitten landschappen in mijn hoofd, stadsgezichten, gesprekken, overwegingen. Plannen. Herinneringen. Ik zeg niets nieuws. Ik lig met mijn hoofd op mijn arm voor het toetsenbord, en zo naderen de deadlines en komen ze voorbij. Terwijl de koeien in mijn hoofd door het weiland schrijden, in een lange rij. Langzaam naar het hek waar we ze staan op te wachten, mijn geliefde en ik. Zoals we dat al zo lang niet meer hadden gedaan.

Koeien zijn nieuwsgierig, en ze bevredigen hun nieuwsgierigheid met de neus. Ze snuiven door wijde gaten aandachtig de omgeving af, en komen langzaam dichterbij met hun grote ogen. Er is niets zo verwarrend maar tegelijk zo verleidelijk als je voor te stellen dat er overleden dierbaren door die ogen naar je kijken. Vanuit een andere wereld, dichtbij maar onbenaderbaar. Ik kan die verleiding niet weerstaan. De koeien werpen hun koppen naar achteren om de vliegen van hun rug te verdrijven. Er hangen lange slierten kwijl aan hun lippen. Ze likken hun neusgaten schoon en ruiken aan de grond. Zo ligt mijn hoofd zich dat te herinneren, hier op de tafel die vol ligt met kranten en boeken, mijn agenda, mijn leesbril, de papieren met de aantekeningen.

Ik zet er muziek bij op. Ei! wie schmeckt der Coffee sübetae, Lieblicher als tausend Küsse, Milder als Muskatenwein. Coffee, Coffee mubeta ich haben; Und wenn jemand mich will laben, Ach, so schenkt mir Coffee ein!

Het is een ontspannen samenleving, waarin we leven, maar hij is totalitair geregeerd. We hebben ons er geloof ik al bij neergelegd dat onze koeien grote gele plastic flappen in hun oren hebben. Maar het is toch zo goed als onmogelijk naar een koe te kijken zonder daardoor in gepieker te geraken over onze manier van leven. Het ideaal is van ieder stuk vlees vast te kunnen stellen waar het vandaan komt en wat ermee gebeurd is. Geen mens die het voor mogelijk houdt dat zoveel controle zo waterdicht kan zijn als door de bureaucratie wordt nagestreefd. Boeren die er, slaafs en braaf als we allemaal zijn, aan hebben meegewerkt dat hun gezonde veestapel werd omgebracht, krijgen maar een deel van hun schade vergoed als hun administratie foutjes bevatte. Over enige tijd, las ik, krijgt ieder ei een stempel met gegevens waaruit de herkomst kan worden afgeleid. Strenge regels en totale controle waarborgen totale bescherming van de consument.

Er is ook iemand geweest die een paar geitjes ergens heeft laten onderduiken. Het vervoersverbod was al ingesteld, als ik het goed heb begrepen, maar de controle was nog niet waterdicht. De crisis is voorbij, de geitjes zijn weer veilig thuis, en nu is deze hobbyboerin verraden. Ik stel het me voor alle duidelijkheid even voor. Iemand heeft een paar geitjes voor de lol, niet voor de export bedoeld. Het economische belang van de uitvoer van onze varkens en koeien dicteert nu dat die geitjes moeten worden afgemaakt. De soldaten die kijken of er dieren in je achterbak zitten, zijn nog onderweg naar de twee-kilometerzone die hermetisch op slot zal gaan. De hobbyboerin slaagt er nog net in haar lievelingsdieren ergens anders onder te brengen, in afwachting van betere tijden. En als alles achter de rug is, wordt ze verraden. Hoe vanzelfsprekend dat ik een soldaat mijn achterbak laat controleren, en hoe voordehandliggend dat de een de ander verraadt. Daar valt haast niet over na te denken. En dat gebeurt dan ook nauwelijks. De storm is gaan liggen, en we moeten weer verder.

De koffie en de muziek hebben me energiek gemaakt, en ik ga aan het werk. Ik las een achttiende-eeuws gedicht over de kunst van het Koffijdrinken - van Pieter Nieuwland. Is er, zo vraag ik me af, in de zeventiende eeuw ook al over koffie gedicht? Wat zijn de verschillen en wat de overeenkomsten met de manier waarop over chocola en thee wordt geschreven? Waarom leert de dichter het koffijdrinken van een vrouw en gaat de Koffiecantate over de kennelijk typisch vrouwelijke verslaving aan koffie? Die Mutter liebt den Coffeebrauch, Die Grobetamama trank solchen auch, Wer will nun auf die Töchter lüstern! Er zaten toch niet alleen maar vrouwen in dat Leipziger koffiehuis? En iets anders: zit er systeem in de vermelding van de kopjes koffie in Nescio's Natuurdagboek? Dat zijn zo van die vragen waar ik me weleens een tijdje mee wil ontspannen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden