Toneelstuk Jan van Hout veel meer dan 'speeltgen'

De opwinding die de loterij van het internationale Rode Kruis (met een hoofdprijs van negentig miljoen gulden) dit voorjaar teweegbracht, zou vier eeuwen geleden ondenkbaar zijn geweest. Gokken over de rug van de zieke, zielige en nooddruftige medemens? Zo werd er in 1596 bij de grote gasthuisloterij in Leiden niet geredeneerd. Anders had die destijds ook geen halve ton opgebracht voor het nieuwe pest- en dolhuis.

Tijdens een studie die Johan Koppenol onlangs cum laude afrondde met het proefschrift 'Leids heelal. Het Loterijspel van Jan van Hout', heeft deze literatuurhistoricus (32) in de archieven nergens een aanwijzing gevonden die duidt op een ethische discussie over de loterij van 1596. Waar dobbelen en andere gokspelletjes in diezelfde tijd absoluut uit den boze waren, was een loterij voor een liefdadig doel volstrekt normaal en moreel verantwoord. De bemoeizucht van de gereformeerde synodes strekte zich toch over een zeer breed terrein uit, maar in de handelingen van de kerkvergaderingen werd de loterij pas in de 17de eeuw genoemd.

In de meeste gevallen kwam de winst uit een loterij ten goede aan de bouw of het herstel van kerken en scholen of aan de inrichting van een huis voor pestlijders, wezen of 'dollen'. In Brugge werd er al omstreeks 1440 eentje gehouden. De stad Delft organiseerde in 1595 nota bene een loterij om met de opbrengst een predikantenopleiding te bekostigen. In Leiden werden de kerkgangers vanaf de kansel aangespoord om toch vooral loten te kopen. Onder de 'collecteurs' die de loten in het hele land - en zelfs daar buiten (Charleroi, Emden) - aan de man probeerden te brengen, vond Koppenol ook een diaken en een organist. Herbergiers, koekenbakkers, een chirurgijn én de vader van Hugo de Groot (burgemeester van Delft) vervulden de rol van collecteur. En iedereen kocht loten, jong en oud, arm en rijk, palingverkoopster en hoogleraar, Leidenaar, maar ook Harlinger en Medemblikker.

De loterij had veel weg van de actie 'Open het Dorp', zegt Koppenol. Of van een tv-show als die rond de Postcodeloterij, maar dan veel langduriger en met veel meer impact in het dagelijks leven. “Bij de staatsloterij drukken ze op een knop en dan is het gebeurd. De trekking van de loterij van 1596 duurde zeven weken en ging dag en nacht door. De hele stad stond op haar kop.”

Meer dan 28 000 mensen deden mee aan de verloting. Per lot hadden ze zes stuivers neergeteld, bij zes loten was het zevende gratis. Ook werd er betaald in natura, zoals tafelkleden, een paar zwarte gebreide broeken, een partij van veertigduizend bakstenen en zelfs een paard. Er waren 731 prijzen te verdelen, vooral zilveren schalen en bekers en geldprijzen. De hoofdprijs bedroeg aanvankelijk 1000 gulden, maar toen Middelburg vrijwel tegelijk met een loterij bezig was, werd die verhoogd naar 1500 gulden: ongeveer zes maal het jaarsalaris van een geschoold arbeider.

De trekking vond plaats op een speciaal podium bij het stadhuis, waar alle 281 232 verkochte loten één voor één uit een grote mand werden gehaald en voorgelezen, mét de rijmpjes die de deelnemers aan hun lot hadden meegegeven. Zoals 'Jan Janszoon Stoel, krepel met beide zijn benen: Onze Lieve Heer wil hem een goed lot verlenen.' Daarna werd uit een tweede grote mand een papiertje getrokken dat aangaf of de eigenaar van het voorgelezen 'proosbriefje' een prijs had of een 'niet'.

Vóór en tijdens de trekking trokken voortdurend optochten met trommels en trompetten door Leiden, er werd veel gegeten en gedronken, groepen rederijkers uit verschillende Hollandse steden hielden onderling een toneelwedstrijd, 's nachts was het toneel met lampen en fakkels verlicht en toen de hoofdprijs getrokken was, luidden de kerkklokken langdurig als aansporing om naar de Breestraat te komen. De loterij leverde uiteindelijk, na aftrek van de kosten, een bedrag van 52 455 gulden op, ruim voldoende om het St. Caecilia-klooster te verbouwen tot pest-en dolhuis.

De kostelijke beschrijving van de loterij is maar een onderdeeltje van het proefschrift van Johan Koppenol en is ook niet de voornaamste reden dat hij afgelopen week door de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen met de Keetje Hodshonprijs voor letterkunde gelauwerd werd (inclusief een bedrag van 25 000 gulden). Hoofdmoot van zijn studie is de analyse van het toneelstuk 'Het Loterijspel', dat stadssecretaris Jan van Hout (1542-1609) speciaal voor de loterij van 1596 had geschreven.

Van Hout was de bedenker van en motor achter de loterij. Een invloedrijk man, die zich bij het beleg van Leiden in 1574 als een drijvende kracht van het verzet had betoond - ook op het moment dat burgemeester Van der Werf over overgave wilde praten. Als stadssecretaris werd hij beschuldigd van een kruiwagenbeleid en nepotisme. Hij botste herhaaldelijk met de gereformeerde kerk, die het gemeentebestuur van Leiden veel te rekkelijk vond, en zwaaide zelfs een keer woedend in de kerk met zijn pistool, toen de predikant de stedelijke magistraten voor varkens had uitgemaakt: 'Wil ik hem er af lichten?', vroeg hij aan de burgemeester die naast hem zat. Het incident liep met een sisser af.

Maar daarnaast was Jan van Hout van groot gewicht voor de cultuur. “Hij was een dichter die in de literatuurgeschiedenis wel altijd als 'belangrijk' werd beschouwd, maar ook als een grote onbekende. Zijn 'Loterijspel' was al drie keer uitgegeven, wat trouwens veel is voor een werk uit de 16de eeuw, maar nooit grondig onderzocht. Het werd vooral gezien als een 'speeltgen', een wat ouderwets spel: het is geestig en realistisch, maar als toneelstuk zit het onhandig in elkaar. Ik heb het helemaal uitgeplozen en het tegen het licht van die tijd gehouden en ben tot een heel andere conclusie gekomen.”

Koppenol beleefde wat prof. J. Huizinga 'de historische sensatie' noemde. In het Leidse gemeentearchief, dat z'n ontstaan in belangrijke mate heeft te danken aan Jan van Hout, 'veroverde' hij het toneelstuk 'met bonzend hart' beetje bij beetje en kwam tot de ontdekking dat Van Hout een 'ingenieuze' tegenhanger heeft geschreven van 'Beatus ille' van de Romeinse schrijver Horatius. Tegenover diens lof op het landleven toont Van Hout de ellende die een boer kan overkomen.

Zijn hoofdpersoon, de boer Bouwen Aertvelt, heeft door rampspoed zijn familie en have en goed verloren, heeft een nieuw bestaan opgebouwd, maar is door een dijkdoorbraak opnieuw alles kwijt. Hij zoekt troost bij het mirakel van Delft, maar ontdekt dat de ketels waaruit dat moet komen, leeg zijn. Hij treft een schipper die ook aan lager wal is geraakt, een advocaat die failliet is gegaan en een alchemist die tot wanhoop is vervallen, omdat al zijn proeven zijn mislukt. Met z'n vieren vormen ze de elementen die het ondermaanse leven bepalen (aarde, water, lucht en vuur), ze vertegenwoordigen de verschillende eigenschappen (van goed naar kwaad, van positief naar negatief) en uiteindelijk komt het tot een apotheose, wanneer de Ware Onderwysinge als een soort deus ex machina op het toneel verschijnt, een leraar die hen oproept hun leven te beteren en onder meer loten voor de loterij te kopen.

“Nu ik het stuk heb vergeleken met zijn tijd, blijkt dat Van Hout absoluut niet ouderwets, maar juist vernieuwend is. Er zitten vondsten in zijn spel die mensen als Hooft en Coster pas dertig jaar later gebruikten. Hij trok alles uit de kast: taalspel, klassieke bronnen, literaire verwijzingen en grappen, een humanistische moraalfilosofie. Zijn werk is veel prestigieuzer dan werd aangenomen. Het is geen letterkundig achterblijvertje, maar het toont dat Jan van Hout een veel grotere betekenis heeft voor de literatuur. Hij is eigenlijk de eerste nieuwe renaissance-dichter van Nederland.”

Koppenol zou het werk van Jan van Hout nog wel verder willen bestuderen. “Het toneelstuk lijkt een alleenstaand geval te zijn. Het zou mooi zijn om zijn ideeën nog eens te vergelijken met die van Coornhert, Spiegel, Roemer Visscher - mensen die hij goed gekend heeft. Maar het lijkt me ook interessant om te zien welke invloed hij heeft gehad op andere auteurs.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden