Toneel over asielzoekers: De wilden mogen luilekkerland niet in

AMSTERDAM - De tekstschrijver is verbaasd, de regisseur allerminst. “Gesprekken tussen contactambtenaren en asielzoekers lenen zich uitstekend voor toneel”, vindt Kristian Kanstadt, “want het gaat om uitgesproken dialogen. Waarom is tot dusver niemand op het idee gekomen?” “Omdat het zo vreselijk moeilijk is”, zegt Kees Hulst, “om voor die gebundelde interviews een vorm te vinden die kernachtiger is dan het uitschrijven van de anekdote.”

RUUT VERHOEVEN

Vanavond gaat het toneelstuk 'Met onbekende bestemming' (MOB), een co-productie van De Factorij/Toneelgroep Amsterdam, in première in cultureelcentrum De Balie. MOB gaat over asielzoekers op Schiphol.

Het publiek is getuige van vier gehoren, waarin de ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) met behulp van een tolk probeert vast te stellen of een asielzoeker kans maakt op een verblijf in Nederland. Het stuk plaatst vraagtekens bij de in het aanmeldcentrum door Justitie gehanteerde procedure, die volgens de auteur een grote kans op mislukking, willekeur en onrecht in zich draagt.

Regisseur/acteur Kees Hulst lijkt opgelucht na de eerste try-out, zeker na de recente wijziging in de rolbezetting. Op het allerlaatste moment besloot hij de Engelsman Donald Gardner te vervangen om vervolgens zelf de rol van tolk en vluchteling te spelen. Zelf bekent hij nog wat moeite te hebben met de tekst. “Ik kán m'n tekst wel, maar kén 'm nog niet. Ik zit er nog wat mee te klooien. Maar dat is in dit verband wel aardig, omdat ik de rol van tolk heb.”

'Met onbekende bestemming' is een compilatie van de honderd gehoren die tekstschrijver Kristian Kanstadt ('Dit pseudoniem gebruik ik al twintig jaar, dus waarom zou ik nu onder mijn eigen naam gaan werken?') zelf op Schiphol heeft bijgewoond. De speelduur is iets korter dan vijftig minuten.

“Zouden we dit stuk langer uitspinnen, zodat het voor iedereen begrijpelijk wordt, dan krijgt het iets van een debat”, legt Hulst uit. “Interessant wellicht voor nauw betrokkenen, maar wat wij willen laten zien is de mislukte communicatie tussen drie individuele eilanden, die toevallig met elkaar te maken krijgen. De toeschouwers moeten er heel goed bij blijven om te zien waar het misloopt. Ze gaan twijfelen over de vraag wie er gelijk heeft, hoe het precies zit.”

Kristian Kanstadt ('Ik ben geen Günter Wallraff') heeft dit toneelstuk geschreven, omdat hij de vluchtelingenproblematiek wilde uittillen boven het niveau van een kranten- of weekbladartikel. “Toneel is voor mij een kunstvorm, een middel om mensen te laten voelen hoe het er in zo'n aanmeldcentrum aan toe gaat. En dat bereik je volgens mij beter met een toneelstuk dan met een publicatie.”

Kanstadt weet waarover hij praat. Als vrijwilliger bij VluchtelingenWerk werkte hij een jaar lang in het aanmeldcentrum op Schiphol. “Binnen 24 uur wordt daar beslist of asielzoekers door mogen naar een onderzoekscentrum of dat ze via het Grenshospitium worden teruggestuurd naar het land van herkomst. Die periode is veel te kort.”

Kees Hulst knikt instemmend: “Het is een volstrekt onmogelijke situatie. IND-ambtenaren en tolken zijn overwerkt. Van alles wordt door elkaar gehaald. Er worden gigantische fouten gemaakt. Dat komt vooral door de hoge werkdruk.”

Dat een aantal tolken bij de gehoren niet eens behoorlijk Nederlands spreekt, trof Kanstadt onaangenaam. “Daarmee pleegden zij enorme tijdroof. Van de twee uur die beschikbaar was, ging anderhalf uur op aan het heen en weer vertalen door de tolken. Voor het vluchtverhaal van de asielzoeker bleef hooguit 25 minuten over. Komt nog bij dat de slechte tolken voortdurend eigen interpretaties gaven aan de woorden van de vluchteling. Sommigen debiteerden zelfs hun eigen mening over een land. Dan zei een tolk bijvoorbeeld dat Nigeria een door en door corrupt land is. Daar ben je mooi klaar mee, als Nigeriaan tegenover een IND-ambtenaar.”

Kanstadt maakte bij alle gehoren die hij bijwoonde uitvoerig aantekeningen. “Als ik die vervolgens vergeleek met het verslag van de contactambtenaar, dan trof ik vaak enorme verschillen aan. Ook de IND veroorloofde zich hele vrije interpretaties van hetgeen er gezegd werd tijdens het gehoor. Maar zo'n verslag is wel doorslaggevend als de zaak voor de rechter komt. Die baseert zijn oordeel op dat verslag. En dat geldt ook voor de advocaat van de asielzoeker. Overigens heb ik tijdens mijn werk op Schiphol nooit ook maar één rechtshulpverlener bij een gehoor zien zitten. Zou toch wel handig zijn.”

Waar Kanstadt zich ook zorgen over maakte als vrijwilliger van VluchtelingenWerk was de houding van de contactambtenaar jegens de asielzoeker, vooral als het om minderjarige, getraumatiseerde en/of analfabetische vluchtelingen ging. “Die mensen zitten eerst veertien uur in een vliegtuig, komen op Schiphol aan, verblijven twee dagen in de transitruimte omdat ze niet weten waar ze naar toe moeten en komen dan pas in de 24-uursprocedure terecht. Zelf heb ik als immigrant in Amerika een keer in quarantaine gezeten. Dat is nog steeds een trauma voor me. Vluchtelingen krijgen achtereenvolgens te maken met de marechaussee, de vreemdelingendienst en de IND. Zo'n gehoorsituatie is voor hen heel bedreigend.”

De contactambtenaar is er niet voor om zijn cliënten op hun gemak te stellen. In tegendeel: in MOB staat hij model voor de argwanende, vaak grove, intimiderende, melige en seksistische tegenpartij. “Ook als het verhaal van de vluchteling honderd procent waterdicht is, wordt hij als een twijfelgeval gezien. Dat blijkt al duidelijk uit de vraagstelling. Wat ik wel aardig vond van de IND, was dat ze VluchtelingenWerk inschakelde als een asielzoeker bijvoorbeeld niks wilde zeggen. Dan mochten wij proberen hem op z'n gemak te stellen, de procedure uitleggen en duidelijk maken, dat als hij niks zou zeggen, hij gewoon op straat of op het vliegtuig zou worden gezet.”

De frustraties bij Kanstadt liepen zo hoog op, dat hij eind 1996 besloot als vrijwilliger te kappen. “Je wordt zo leeggezogen door de procedure. En telkens weer word je op je plaats gezet door de IND. Ik baalde er ontzettend van dat ik de dingen die ik daar meemaakte, niet naar buiten kon brengen. Had ik dat wel gedaan, dan zou ik de procedure en indirect ook de positie van de vluchtelingen, in gevaar hebben gebracht.”

Kees Hulst van Toneelgroep Amsterdam was meteen enthousiast voor het werk van Kanstadt. “Ik vond het een heel sterk verhaal.” Helemaal onbekend met het onderwerp was de regisseur niet. “Ik heb nog een blauwe maandag bij de vreemdelingenpolitie gewerkt. Daar had ik veel te maken met gastarbeiders, begin jaren '70. Ik deelde verblijfs- en woonvergunningen uit, liet mensen naar het bureau van de vreemdelingendienst komen en verhoorde hen. De wachtkamer zat altijd tjokvol. Vanaf zes uur 's ochtends stonden er al mensen buiten op straat te wachten. Toen ik het verhaal van Kristian las, dacht ik: de situatie is niet veel verbeterd.”

“Het is heel emotionerend om mensen in die situatie tegen te komen. Als je dat werk langer dan een jaar doet, ga je óf door tot je 65ste, óf je krijgt een hartinfarct op je veertigste. Ik ben eruit gestapt en een jaartje gaan varen. Later kwam ik op de toneelschool terecht. Die stond, ironisch genoeg, pal naast het gebouw van de vreemdelingendienst.”

Oorspronkelijk wilden Hulst en Kanstadt 'Met onbekende bestemming' laten eindigen met de woorden: de 48 minuten zijn om. “Ik kwam daar op”, vertelt de schrijver, “omdat in Oostenrijk ambtenaren die vluchtelingen ondervragen een bonus krijgen als ze hun gehoor binnen veertig minuten afronden. Zo erg is het hier gelukkig nog niet, maar de tendens in Europa, ook in Nederland, is dat men wordt meegesleept door wat er elders gebeurt. Er worden overal afspraken gemaakt om de wilden uit luilekkerland te houden.”

'Met onbekende bestemming' van De Factorij/Toneelgroep Amsterdam is tot en met 29 maart (behalve op maandag en dinsdag) te zien in De Balie in Amsterdam. Daarna ook in Den Haag, Groningen, Arnhem, Eindhoven en Maastricht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden