Toneel is niet moeilijk en ook niet nutteloos

Toen hij solliciteerde als jurylid voor de Theaterfestivalprijs was Lodewijk Reijs nog 25; de grens van het CJP-lidmaatschap. ,,Het kon nog net. De stap hierna is meteen de 65-pluspas. Ik mag dus nog even met de jongeren meedoen.''

Samen met vier lotgenoten vormt Reijs de vijfkoppige jury die uit de tien genomineerde theaterstukken zondag op de slotdag van het Theaterfestival een favoriete voorstelling kiest. Met zijn 26 jaar is hij ook het oudste jurylid; de jongste is 19. Dat de leiding van het Theaterfestival de jury dit jaar uit CJP-kring recruteerde, heeft niets te maken met de populistische verjongingsdwang van staatssecretaris Van der Ploeg. Het juryrapport van de CJP-Trofee was volgens festivaldirecteur Arthur Sonnen vorig jaar zo 'verstandig en plezierig', dat hij dit jaar ook CJP-jongeren in de erejury wilde.

Reijs weet dat jongeren 'in de mode zijn', dat - genieën daargelaten - de volgorde leerling-gezel-meester luidt en niet andersom, en dat je niet acuut een halve gare bent geworden zodra je de leeftijdsgrens van 30 jaar passeert. ,,Er zijn genoeg mensen van 15 die versuft zijn en van 60 die dat niet zijn. Er zijn alleen meer jongeren en minder banen. In de jaren zeventig vonden jongeren gemakkelijker een baan dan nu. Over tien jaar zijn alle artistieke en zakelijke leiders van toneelgezelschappen met pensioen, dan ontstaat een gat dat via doorstroming nu al gevuld moet worden.'' Hij peinst er niet over om een zakelijk leiderschap te aanvaarden als hij daar nu voor gevraagd zou worden. ,,Over tien jaar misschien.''

Dankzij zijn studies geschiedenis en kunstgeschiedenis leerde hij lezen en schrijven als vaardigheden: teksten begrijpen en helder kunnen weergeven. Hij wil geen conservator of docerend historicus worden, maar is blij met zijn achtergrond. ,,Ik verkeer graag in de culturele sector, en zoek daarin de zakelijke kant. Bolkestein kwam toch als filosoof bij Shell terecht?'' Voorlopig werkt Reijs bij Elsevier waar hij informatie over particuliere kunstsubsidies en overheidsfondsen verzamelt, verwerkt en op diskette zet. Tussendoor speelt hij alt- en baritonsaxofoon in het bandje 'Son of Blob', vernoemd naar de roemloze B-film van Larry (J.R.) Hagman, die hij zelf nooit zag. Aangezien zijn vader directeur van de Eindhovense schouwburg was, ging hij al vroeg naar theater. Hij wilde acteur noch regisseur worden en bekwaamt zich liever als 'professioneel kijker'. Sindsdien ziet Reijs zo'n veertig voorstellingen per jaar. Shakespeare, Tsjechov en Euripides (op wie hij afstudeerde: ,,Er zijn aanwijzingen dat Euripides zich door historische feiten liet leiden.'') hebben zijn voorkeur. Maar Reijs bezoekt ook hun nakomers, van Racine, Pinter en O'Neill tot Sam Sheppard. Hij kiest zijn voorstellingen op schrijver, regisseur, acteur, enscenering, op positieve of juist negatieve recensies. Er zijn veel voorstellingen die hij 'niks' vindt - zoals de Bakchanten onder regie van Jürgen Gosch - maar hij is desalniettemin blij die gezien te hebben, al was het maar om ze een Gouden Tomaat-nominering te kunnen toekennen. ,,Een slechte voorstelling vind ik geen verloren avond.'' Op school speelde hij ooit zelf Oidipous, waarin tegelijkertijd drie Oidipousen, zes Ioacastes en vier Kreons op het toneel stonden. Met Ionesco's 'De les', een stuk voor drie spelers dat ze met z'n vierentwintigen speelden, trok hij naar het Internationale Theaterfestival in Parijs.

Waarom hij een trefzeker theatraal jurylid denkt te zijn? ,,In mijn sollicitatiegesprek kon ik blijkbaar enthousiast en helder uitleggen wat ik van voorstellingen vind. En ach, ik ben ook niet op m'n mondje gevallen.''

Waarom hij uitgerekend in zoiets ambtelijks als een jury gaat zitten; iets wat je op je 88ste altijd nog kunt doen?

,,Er was nu een jongerenjury. Waarom zou ik het over zestig jaar doen als het nu al kan?''

Jurylid Dasha van Amsterdam (19), tevens student theaterwetenschap, vindt het prettig om over voorstellingen te debatteren, argumenten te zoeken en te formuleren. Een theatervoorstelling vindt zij 'goed' wanneer zij er lang over blijft nadenken, als ze er maanden later nog op terug kan komen. Ze ziet minstens veertig voorstellingen per jaar. Shakespeare en Pinter vormen haar lievelingsauteurs, en Tsjechov niet te vergeten. Ze werd in Rusland geboren en verstaat daarom onmiddellijk als de tranen in een Tsjechovstuk vloeien: ,,Geen uitkomst meer hebben, weten dat je niets aan het leven kunt doen.''

Voor Mei-Lan de Koning (23), studente kunstgeschiedenis en culturele wetenschappen, gaat het jurylidmaatschap niet om de discussie achteraf. ,,Het is een goede ervaring om veel stukken achter elkaar te zien.'' Favoriete schrijvers heeft zij niet: in haar voorkeur komt ze eerder - en soms bedrogen - bij gezelschappen uit. Nadat ze opgetogen uit 'De kersentuin' bij Maatschappij Discordia kwam, wilde ze meteen een andere Tsjechov, 'De meeuw', bij het Noord Nederlands Toneel zien. Helaas: 'geen zak aan', die NNT-Meeuw. Dasha en Mei-Lan zijn zeer gecharmeerd door Dood Paard; het gezelschap dat bij vrijwel alle sollicitanten voor het erejurylidmaatschap opmerkelijke waardering krijgt. 'Laat maar zitten', reageerde Dasha laconiek toen ze op de toneelacademie werd afgewezen, en koos voor theaterwetenschap. Mei-Lan speelde bij het studententoneel, en wilde eigenlijk ballerina worden.

Evenals Lodewijk Reijs komen De Koning en Van Amsterdam rap en onvervaard uit hun woorden. Dasha zag ooit de voorstelling van FACT/De Nieuwe Tijd waarin een architect (Berlage), schrijver (W.F. Hermans) en toneelspeelster (Kniertje) tussen hemel en aarde op hun werk terugkeken. ,,Het ging zo lang over niks. Waarom zit ik hier? Ik kon er niets uithalen.''

Uit een voorstelling weglopen heeft Mei-Lan nog nooit gedaan, hoewel ze het bij 'Escalatie ordinair' bij Het Toneelhuis graag had gedaan als er een pauze was geweest en als ze niet zo ver van de uitgang had gezeten. Met afgrijzen herinnert ze zich nog de slotzin van een Mechteld Prins-enscenering naar Marcel Möring: 'Jij zat in die oooh-tooo!'. Ik walgde van de voorstelling.''

Van Amsterdam en De Koning weten niet of er minder leetijdgenoten naar het theater gaan dan twintig jaar geleden. Wel zien ze dat interesse van lotgenoten meer naar muziek, televisie, film en Internet uitgaat. Misschien vinden die het lastig om een voorstelling uit te zoeken, en daar zelf een kaartje voor te kopen. Mei-Lans broer belde haar eens op met de mededeling dat hij 'naar cabaret' wilde, hoe dat dan moest en of zij een kaartje kon regelen. 'Je zoekt het zelf maar uit', adviseerde Mei-Lan hem.

Ze weten ook wel dat voorstellingen, aankondigingen en toneelrecensies net als filmkritieken en voetbalverslagen in de krant staan. ,,Geen tijd, geen zin'', volgens Dasha, of ,,er zijn maar weinig jongeren die de krant lezen'', aldus Mei-Lan.

Dasha: ,,De manier waarop staatssecretaris Van der Ploeg jongeren naar het theater wil krijgen hoeft voor mij niet. Dan stuur je alleen maar op popi-kunst aan.'' Mei-Lan: ,,Het is altijd een bepaald soort mensen geweest dat naar toneelvoorstellingen gaat. Zelf ga ik nooit naar een popconcert en kom ik nooit in een concertzaal. Muziektheater? (trekt een vies gezicht). Dat neigt te veel naar musical. Moet ik daar dan ook naar toe? Ik zie één, soms twee voorstellingen per week en ga ook nog naar dans. Veel mensen, niet alleen jongeren, denken dat theater moeilijk is, dat ze naar dubbele bodems moeten zoeken die ze niet begrijpen of die er niet zijn. Mijn docent heeft een mooie theorie waarom bezoekers in het museum altijd fluisteren: omdat ze niet willen dat anderen horen dat ze het niet weten.''

Dasha: ,,Je hoeft helemaal geen universele waarheid van kunst te ontdekken, want die is er niet.''

Ze zijn het niet eens met jurylid Lodewijk, die toneel als 'schoonheid van de nutteloosheid' beschouwt. Mei-Lan: ,,Toneel is niet nutteloos. Als iedereen alles krijgt voorgekauwd, verliest de hele samenleving creativiteit''. Dasha beaamt: ,,Verbeelding, fantasie, je gevoelens op de loop laten: het is voedsel voor de hersens.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden