Ton Koopman benieuwd naar passie-koers die Concertgebouworkest met Chailly gaat varen

AMSTERDAM - Het gebak stond in de pauze klaar; de 75-jarige Avro, op radio en tv present met een uitzending, trakteerde. Dirigent Ton Koopman, Christus Anton Scharinger, evangelist Christoph Pregardien en de overige solisten kregen prachtige boeketten bij het slotapplaus. Zo feestelijk werd een uitvoering van Bachs passies niet aangekleed op Palmzondag bij het Concertgebouworkest.

Het orkest nam met de 'Johannes Passie' afscheid van de gespecialiseerde dirigenten en programmeert vanaf volgend jaar uitsluitend de 'Mattheus'. Een grapje binnen het orkest luidt dat met Chailly op de bok vier Wagner-tuba's en een bastuba aan het continuo worden toegevoegd! Overigens: Ton Koopman liet de baslijn flink aanstrepen door een contrafagot mee te laten spelen. Hartmut Haenchen deed dat tweemaal eerder bij het Nederlands Kamerorkest, en Frans Brüggen introduceerde het boomlange instrument in 1992 toen hij bij het Concertgebouworkest de 'Johannes' leidde. Het viel op dat bij Koopman de basisklank er niet grommerig van werd, maar dat de diepe fagottoon delicaat door bespeler Guus Dral werd ingevoegd. Hoe fraai zouden Wagner-tuba's in de 'Mattheus' klinken?

De uitvoering getuigde van het artistiek inzicht dat Ton Koopman verwierf sinds hij in 1972 voor het eerst een 'Johannes' realiseerde (de legendarische van hem en Herreweghe). Sindsdien speelde hij het complete klavierwerk van Bach, werkte diens ensemble-muziek door met barokorkesten, deed diverse keren de 'Mattheus' en hij zette zich aan de complete cantates. Hij reconstrueert nu de verloren gegane muziek van Bachs Markus Passie. Dat deden musicologen al, maar Koopman meent uit de praktijk tot andere keuzes te moeten komen. Volgend jaar probeert hij die 'nieuwe' Markus uit, om in 2000 (Bachs 250ste sterfjaar) met een definitieve versie op tournee te gaan.

Zijn inzichten stelden hem bij het Concertgebouworkest in staat om een grote regenboog te plaatsen vanaf het jubelend en genuanceerd gezongen openingskoor 'Herr unser Herrscher' tot en met het tedere grafgezang 'Ach Herr, lass dein lieb Engelein'. Met innigheid liet het 25-koppige Nederlands Kamerkoor (met enkele leden uit Koopmans ABO-koor aangevuld; twee countertenors gaven aan de alten duidelijk contour) de slotregels 'Ich will dich preisen ewiglich' expanderen.

Het waren de koralen die voor de rustpunten zorgden; Koopman, evenwichtiger in zijn directie dan ooit, werkte ze fraai, zonder te veel nadruk uit. In de dramatische koren werd op het scherp van de snede de expressie bevochten. Loeiender en sarcastischer hoorde ik niet eerder het 'Würe dieser nicht ein Ãœbeltüter'.

Koopman beschikte over een evenwichtige, bijna ideale solistenbezetting. Countertenor Andreas Scholl demonstreerde hoe de barokke zang zich van stilistisch-precieus en technisch beperkt heeft ontwikkeld tot volledig vrij op basis van de juiste artistieke principes. Zijn uitwerking van de aria 'Es ist vollbracht' werd het hoogtepunt van Palmzondag 1998. In dat deel van het verhaal kroop Koopman het meest in Bachs huid, vanaf de doornenkroning (door Prégardien meelevend verklankt) tot en met het fiere 'Der Held aus Juda', een coloratuurfeestje van Scholl!

De Christus van Anton Scharinger was de potigste die ik in jaren heb gehoord. De stem van de Duitse bariton is per passie voller en sonoorder geworden: nu betoonde hij zich een echte timmermanszoon. Dat hij zich gevangen liet nemen! De al jaren bij Koopman excellente Klaus Mertens als bas ('Eilt, eilt', subliem), de niet tegen de hoogte van zijn aria's opgewassen tenor Jörg Dürmüller, de zilveren sopraan Sibylla Rubens (een fraai 'Zerfliesse') en de trefzekere koorbas Jelle Draaijer als Pilatus completeerden de evenwichtige solistenploeg. Vanuit het orkest werden fraaie individuele instrumentale prestaties bijgevoegd. Zoals de rank uitgevoerde versieringen in 'Von den Strikken' door hoboïst Werner Herbers, met fluitist Rien de Reede en fagottist Joep Terwey ook solistisch aanwezig bij de eerste 'Johannes' in 1975 onder Nikolaus Harnoncourt.

Toen moest het Concertgebouworkest de stijl van de grond af leren; nu verwezenlijkt het de barokmuziek met inzicht en smaak. Ton Koopman was daardoor in staat om stijlvol een barokke punt te plaatsen. 'Vaarwel, es ist vollbracht, verwacht een ander heer'. Hij is heel benieuwd wat het orkest er onder leiding van Chailly van gaat maken. “Het lijkt me dat hij zich goed voorbereidt door elders de 'Mattheus' uit te proberen. Ik kan me voorstellen dat een chef-dirigent ook hier zijn stempel wil drukken. Ik zal zelf niet zo gauw de 'Nabucco' van Verdi doen, maar dat hij het risico wil nemen met de 'Mattheus' van Bach, vind ik heel leuk. Als hij er maar geen Mengelberg-stijl van maakt; dat is me te veel Wagner.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden