Tommy Wieringa kan thuis ver weg zijn

De zesde roman van Tommy Wieringa zat al tien jaar in zijn hoofd maar verschijnt vandaag. In 'Dit zijn de namen' houdt de helse tocht van een groep vluchtelingen gelijke tred met de zoektocht van hoofdpersoon Pontus.

'Ze sjokten achter elkaar aan, hun hoofden gebogen, hun ogen dof en bijziend. Eens hadden ze verlangend naar de horizon gekeken, naar het land van verwachtingen daarachter, maar steeds minder dwaalde hun blik af, tot hij niet meer voorbij de grond voor hun voeten kwam.'

Beeldend voert de schrijver de lezer mee met een stel uitgemergelde vluchtelingen over de helse steppe.

Er komt veel samen in de nieuwe roman van Tommy Wieringa. Niet alleen de ontberingen van de steppe, maar ook hoop, zoeken naar identiteit, misdaad en geloof. Een nieuwsbericht in een krant van tien jaar terug bracht de schrijver van 'Joe Speedboot' op het spoor van het verhaal. Het krantenbericht is Wieringa kwijt, maar zijn aantekeningen vond hij laatst terug. 'Niet vergeten: verhaal grens', stond er.

Wat stond er in dat krantenartikel?
"Dat berichtje riep meer vragen op dan antwoorden - zoals zo vaak met krantenberichten - maar het kwam erop neer dat er een groepje vluchtelingen was opgepakt die een fictieve grens waren overgestoken: een door mensenhandelaren nagebouwde grenspost, waarachter zij dan werden losgelaten, zogenaamd in een nieuw land. Ze droegen, toen ze na maanden ergens aankwamen, het lijk van een reisgenoot met zich mee. Het trof me als iets heel bijzonders. Toen ik vervolgens in de Thora las dat de Joden destijds het gebeente van Josef met zich meedroegen, ja, dan prikkelt dat mijn romanzintuig."

Vaart dat zintuig een uitgestippelde koers of ontstaat uw werk al schrijvende?
"Aanvankelijk heb ik het gevoel dat ik intuïtief schrijf, dat ik nauwelijks meester ben over wat ik doe. Later zie ik dan dat er toch al hele vastomlijnde ideeën waren. Bij dit boek wel meer dan bij mijn andere romans."

'Dit zijn de namen' speelt zich af op de steppe. Moet je daar geweest zijn om erover te kunnen schrijven?
"Nee. Ik betwijfel of je het verschil merkt tussen verzonnen en onderzochte omgevingen. Ik heb steppes bezocht en daardoor weet ik dat het daar kraakt onder je voeten. Zo'n tactiele ervaring is een bruikbaar detail. Maar ik sta niet meer op eindeloze research. Ik stel ook prijs op de ruimte die overblijft voor de verbeelding als je juist nergens naartoe gaat."

U schrijft: 'Ze waren met te weinig, en het was er de tijd niet naar, maar in een vroegere eeuw had het kunnen gebeuren, iets nieuws, een heilig mysterie, bloed, boete, verlossing. Het begin van een vastomlijnd geloof.' Zouden geloven niet ook nu nog zo kunnen ontstaan?
"Altijd en overal kiemt het. Gebedsgenezers, handopleggers, piskijkers; onuitroeibaar. Maar in isolement, zoals de steppe die ik beschrijf, waar geen correctiemechanismen zijn, daar heeft zo'n kiem meer kans. De zwervende groep in het boek draagt een luguber relikwie met zich mee. Er moet wel altijd iets te aanbidden zijn. Een nagel. Een haar. Je moet een bewijs hebben. Al doet ook onze verbeelding wonderen. Homeopathie is geen dwanggodsdienst, maar het is wel degelijk een geloof. Onbegrijpelijk vind ik het en ik kan er geweldig boos over worden. Boos word ik ook als ik moslims zie protesteren bij die hekken van de ambassades van Caïro en Benghazi. Al die met geschreeuw en molotovs overstemde twijfel.

Ik wilde zien of ik het ontstaan van een geloof kon laten gebeuren in een roman, of ik het vangnet van fictie eroverheen kon laten vallen. Bij Pontus Beg, (de hoofdpersoon, de politieman die het onderzoek naar de vluchtelingen leidt, red.) zie je ook een overtuiging ontstaan. Het lugubere relikwie dat de vluchtelingen met zich mee torsen, komt hem goed uit. Het is betekenisvol voor hem. Maar niet alleen hij moest erin gaan geloven. Ik zelf ook, we legden dezelfde weg af. Ik moest mezelf overtuigen: van de personages, van het bestaansrecht van het verhaal. Dat ging geleidelijk. Meer dan technisch vernuft is schrijven ook een kwestie van tijd."

Beleeft u plezier aan schrijven?
"Schrijven is zo ongewis. Een roman is bijna agressief van formaat. Het is een krachtproef. Ik vind het eigenlijk volkomen terecht dat mensen de romanschrijver bewonderen. Ik moet ineens denken aan een soetra. Wacht, ik zoek hem even op.... Hier:

'Gij hebt het recht te werken, maar slechts omwille van het werk. Gij hebt geen recht op de vruchten van het werk. De zucht naar de vruchten van het werk moet nooit uw motief tot werken zijn. Geef evenmin ooit toe aan luiheid. Verricht iedere daad met uw hart gevestigd op de Opperste Heer. Verzaak de gehechtheid aan de vruchten. Wees gelijkmoedig in voor- en tegenspoed; want het is deze gelijkmoedigheid die wordt nagestreefd door yoga.'

Soms probeer ik mij voor te stellen hoe het zou zijn als ik 75 ben. Zou ik het dan nog kunnen opbrengen een roman te schrijven? Toch heb ik niet verlangd naar de dag dat dit boek af zou zijn. Weet je: schrijven is een goed beroep. Omdat je zoveel uitwegen hebt, zoveel vormen, zoveel genres. Het is een goed beroep."

Nu komen de recensies. Verheugt u zich er al op?
"Recensies worden me te vaak geschreven door mensen die het niveau van het besproken werk zelf niet aankunnen."

De kans bestaat dat uw doorbraakroman 'Joe Speedboot' altijd als uw bekendste boek zal worden gezien. Zit u daar niet mee?
"Waarom zou ik daar mee zitten? Dat gaat allemaal buiten mij om. Ik schrijf, dat is voldoende. Wat de mensen vinden, daar kan ik niets aan doen. Er zijn wel recensies waar ik iets van opsteek. In een bespreking van mijn tweede roman stond ooit een belangrijk zinnetje: 'We geven Wieringa nog één keer surseance van mediocriteit, maar dan moet hij wel ophouden met al zijn nevenactiviteiten en zich helemaal op het schrijven richten.' Hoewel hij het een beetje ingewikkeld had verwoord, dacht ik: hij heeft gewoon gelijk. Ik heb zijn advies opgevolgd."

'Mijn vader vertegenwoordigt de lichtheid in mijn bestaan, mijn moeder de ernst', zei u eens in een interview. Kunnen die twee kanten in u het met elkaar vinden?
"Natuurlijk kunnen ze dat. Alles kan naast elkaar bestaan. Voor een schrijver zijn beide kanten bovendien bruikbaar. Daarom is de puntkomma ook zo'n belangrijk leesteken; anders zouden tegenstellingen onleesbaar zijn. Lichtheid maakt de literatuur draaglijk. Dat maakt literatuur ook geschikt voor jongeren. Voor de diepere betekenis moet je gewoon wachten tot je ouder bent, en het dan herlezen."

U heeft jarenlang gereisd, dacht dat uw leven zich elders moest afspelen, ook door uw jeugd op de Nederlandse Antillen. Later besloot u dat Nederland uw thuisbasis is.
"Tegen mijn dertigste wilde ik eindelijk ergens thuis zijn. Verlangen is een vorm van lijden, ik had er genoeg van. Het was een besluit zoals een emigrant besluit de lijnen door te knippen met zijn land van herkomst. Het maakt voor een kunstenaar niet uit waar hij is. Wie iets wil scheppen kan dat overal doen en zijn materiaal overal vinden. Als je maar goed uit je doppen kijkt."

Dit zijn de namen. Tommy Wieringa. De Bezige Bij, Amsterdam. 301 bladzijden. ISBN 9789023472698 prijs: € 19,90

Morgen bespreekt Rob Schouten het boek in Letter & Geest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden