InterviewTommy Wieringa

Tommy Wieringa: ‘Ik heb liever een moeder dan een boek’

Tommy Wieringa: ‘Nu mijn moeder vier jaar dood is, heb ik gevoelens van spijt’Beeld Alamy Stock Photo

Tommy Wieringa was in 2019 op de autobiografische tour. Hij schreef over zichzelf, zijn dochters en zijn overleden moeder. Vooral dat laatste vond hij moeilijk. ‘Het was alsof ik haar telkens een beetje verried.’

Het was een wonderlijk jaar voor schrijver Tommy Wieringa. Hij publiceerde maar liefst drie autobiografische titels waarin hij veel van zichzelf liet zien. Het begon met ‘Dagboek van een jaar’, dat verscheen als nieuwjaarsgeschenk bij De Bezige Bij. Daarna volgden een boek over zijn overleden moeder en onlangs ‘Totdat het voorbij is’, een delicaat boekje over zijn opgroeiende dochters.

Dat bevat kleine, intieme anekdotes uit het leven van een vader en zijn kroost. Ze zitten samen onder de kerstboom, aaien kalveren, fietsen naar school. Met de literaire opvoeding van de twee meisjes zit het wel goed: eigener beweging leren ze lange gedichten uit hun hoofd en scheldwoorden leiden ze af van titels uit de boekenkast. ‘Hou je Steinbeck’ is een van hun favorieten en ‘Jij… jij… Cees Nooteboom!’ geldt als een grove belediging.

Bij Wieringa roepen die gebeurtenissen weer herinneringen en weemoedige gedachtes op, die hij in het boekje mooi verwoordt. De kindertijd is gauw voorbij, straks zijn ook zijn dochters volwassen: “Je biologische taak zit erop, ze laten je achter om te sterven, vroeger of later, maar niet zonder dat ze je door hun bestaan met onmetelijke liefde hebben laten kennismaken.”

Waarom kiest de schrijver van succesromans als ‘Joe Speedboot’ en ‘De heilige Rita’ nu voor het populaire genre van de autofictie: proza geënt op zijn eigen leven?

“Ik sorteer een beetje voor op de ouderdom”, vertelt Wieringa (52) door de telefoon vanuit Tanzania, waar hij voor enkele maanden met zijn gezin is neergestreken. “Ik heb bij oudere collega’s gezien dat een roman op den duur een te grote kracht vraagt. Zo interviewde ik de Amerikaanse schrijver James Salter, inmiddels overleden, over zijn laatste roman ‘Alles wat is’. Daar had hij tien jaar aan gewerkt en hij zei: ‘Ik ben blij dat ik het geschreven heb, maar het was een zware race’.”

Absoluutheid

“Ik hou van schrijven, ik wil het graag doen tot ik doodga, maar het hoeft niet tot aan mijn dood de roman te zijn. A.L. Snijders is wat dat betreft een voorbeeld: hij is 82 jaar en schrijft nog altijd mooie, leeftijdloze stukken.”

“Het fijne van schrijven over ware gebeurtenissen is de absoluutheid ervan: zó ging het, zo verliep de maaltijd, die gebeurtenis. Dat is heel geschikt voor het korte werk. De beperktheid van het autobiografische is zowel de zwakte als het plezier ervan. Terwijl de roman zo wijd is als een oceaan, je kunt alle kanten op. Ik prakkiseer me suf over de oneindige mogelijkheden. Ik zit nu in hoofdstuk twee van een nieuwe roman en weet dat de keuzes die ik nu maak verstrekkende gevolgen hebben voor de rest van het boek. Nee, verder wil ik er niks over vertellen, het heeft nog de lichtheid en ijlheid van een visioen.”

Naast deze krachtsinspanning werkt hij aan een lichter boek over ‘ontroeringsfactoren’, een woord van de Utrechtse schrijver C.C.S. Crone. “Ik schrijf daarin over de dingen om me heen die me ontroerd hebben, eigenlijk zoals ik dat ook in ‘Totdat het voorbij is’ heb gedaan. Van literaire fragmenten tot ontmoetingen en dierbare vriendschappen. Het wordt een soort testament en een ode aan het leven ineen.”

Voor zijn autobiografische verhalen put Wieringa ook uit de levens van zijn dochters en zijn moeder. Vindt hij het lastig om in hun privacy te treden, hun intimiteit prijs te geven? “Met schrijven over mijn dochters heb ik geen moeite. Over hen heb ik natuurlijk niks lelijks te zeggen. Dat zijn twee wonderen die ik zelf heb veroorzaakt. Maar over ‘Dit is mijn moeder’ heb ik wel kopzorgen gehad.”

In dat boek beschrijft Wieringa zijn moeder Lia Wiersema als een kleurrijke, veeleisende, dwingende natuur, “een volmaakt kind van de generatie ’68 – egocentrisch en zonder talent voor gehoorzaamheid. Ze schiep met harde hand ruimte om zich heen, autonome ruimte die ze rücksichtslos verdedigde, zo nodig ten koste van een ander.”

“Met schrijven over mijn dochters heb ik geen moeite. Dat zijn twee wonderen die ik zelf heb veroorzaakt. Maar over ‘Dit is mijn moeder’ heb ik wel kopzorgen gehad.”Beeld Hollandse Hoogte / Ester Gebuis

Toen Wieringa twaalf was, verliet zijn moeder zijn vader. Ze nam de kinderen en de hele huisraad mee naar de Drentse boerderij van haar minnaar. Maar na één nacht hield de jonge Tommy het daar voor gezien, hij ging weer bij zijn vader wonen. Sindsdien was zijn verhouding met zijn moeder tumultueus. Lia Wiersema stierf in 2015 aan de gevolgen van kanker, die ze niet had laten behandelen door reguliere artsen maar door natuurgenezers en ‘kwakzalvers’.

“Ik heb altijd over haar geschreven”, zegt Wieringa. “In romans, in ‘Joe Speedboot’, ‘Caesarion’ en ‘De heilige Rita’ komt ze in verschillende gedaantes voor, en in stukjes voor de krant. Ze was niet alleen mijn moeder, maar ook altijd een van mijn favoriete personages. Daar kon zij goed mee leven, ze was buitengewoon geestig, ze beschouwde me ook als hofauteur. Soms zei ze: ‘Hier moet je over schrijven’.”

Nagedachtenis

“Toen ze nog leefde kwam er altijd een weerwoord, ze vond de stukjes vaak amusant, soms verweet ze me een moederhater te zijn. Dit boek schreef ik na haar dood en dat was veel zwaarder. Waarom? Omdat ze niets terug zei. Alsof ik haar telkens een beetje verried. Haar nagedachtenis is voor een deel in mijn handen, dat is een complexe ­erfenis. Overal waar ik optrad in het land kwamen mensen me verhalen over haar vertellen, en dat waren niet altijd leuke verhalen.”

Tijdens het schrijfproces heeft hij zich ingegraven in het leven van zijn moeder, maar leerde hij ook zichzelf beter kennen, zegt Wieringa. “Ik heb dit boek ook uit woede geschreven. Ze wilde geen doktersbehandeling voor haar ziekte, een catastrofale fout die haar het leven heeft gekost. Ik heb daarover gruwelijke verbale gevechten met haar gevoerd. Achteraf denk ik: dat had ik niet moeten doen. Ik ben meedogenloos geweest. In de hardheid waarmee ik haar bevocht zat ook een sardonisch genoegen.”

“Nu ze vier jaar dood is, heb ik gevoelens van spijt. Een vriend van me wees me op het gedicht ‘Spijt’ van Willem Elsschot, dat eindigt met ‘Gij die ­later wordt geboren, / wil naar wijze woorden horen: / pak die beide handen beet, / dien het wijf dat moeder heet’. Ik denk dat mijn moeder het gedicht ­boven de keukentafel had opgehangen, als ze het gekend had, en mij er bij elk conflict op gewezen had.”

Heeft het schrijven van ‘Dit is mijn moeder’ hem geholpen bij zijn rouwproces? “Ik heb liever een moeder dan een boek. De grondtoon is toch wel de droefheid van het ontbreken. Had ik die maar meer kunnen voelen toen ze nog leefde. Dan was ik misschien zachter geweest.”

Tommy Wieringa, ‘Dit is mijn moeder’, uitgegeven in eigen beheer, 188 pagina’s, 17,99 euro.

Tommy Wieringa, Totdat het voorbij is, De Bezige Bij, 63 pagina’s, 12,99 euro.

Lees ook:

Tommy Wieringa portretteert zijn moeder, ‘een ontiegelijke lastpak’

In koele, elegante zinnen portretteert Tommy Wieringa zijn op avontuur beluste moeder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden