Review

Tomatensap glijdt in haar decolleté

Anne Büdgen weet nog niet zeker óf ze wel dichteres wil worden. Maar een bundel ligt er wel: met rake, maar ook nogal wat banale gedichten.

Anne Büdgen (1979) is laatstejaars studente dramaschrijven aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Ik wist niet dat we zo’n hogeschool hadden. Behalve toneelstukken schrijven, leer je daar tegelijk ook poëzie-, cabaret-proza- en (film-)scenarioschrijven, dus na vier jaar studie kun je nog alle kanten op.

Büdgen publiceerde recent, in opleiding nog, haar debuutbundel ’ze hapte van een tomaat’. Ze begint dus als dichteres, al gaf ze in een interview al te kennen na haar studie ’misschien wel een theatergroep [te willen] oprichten, waarvan ik dan een soort huisschrijver word’. Da’s alweer een heel andere ambitie! Los daarvan, aldus de kunstonderneemster, ’wil [ik] van alles doen. Het zal een freelancersbestaan worden met losse projecten’.

‘Vanalles’ [sic], ‘losse projecten’. Prachtig vind ik dat, de onbevangenheid waarmee artistiek wordt gewensdroomd als je nog studeert. Aan een Hogeschool voor het Leren Schrijven. The sky is the limit. Intussen heeft Büdgen echter al wel die dichtbundel gepubliceerd en dat betekent dat publiek en kritiek met haar ‘vanalles’ tot nader order niks te maken hebben. Vooralsnog ligt er alleen deze bundel, uitgegeven in een kwalitatief interessant poëziefonds, die om een repliek vraagt. Wat biedt deze poëzie? Wat heeft zij voor op níét aan een kunsthogeschool opgeleide dichters?

Ik stel vast dat je haar bundel, als alle debuten, enigszins welwillend, met begrip voor het ongelijke niveau, de soms extreme stijlverschillen, de nu eens banaal onhandige, dan weer rake dictie moet lezen. Een kunstopleiding heeft daar niets mee van doen. Ook Büdgen zoekt, als iedere debutant, nog naar haar stijl en inhoudelijke obsessies. Tot die laatste behoren, als ik het goed heb, in haar geval bijvoorbeeld het probleem van gescheiden ouders, maar evenzogoed de meer universele problemen met de taal zelf (wat die wel en vooral niet vermag) en met eeuwige thema’s als dood en liefde. Wat dat betreft, schrijfopleiding of niet, niets nieuws onder de zon.

Banaal onhandig zei ik. Deze nephaiku bijvoorbeeld: ’die avond verdween / met haar make-up / haar gezicht in de wastafel’. Of een gedicht ‘vraag’ waarin een vrouw het aanlegt met een getrouwde bouwvakker met wie ze tot drie uur ’s nachts op een tweezits van Leen Bakker naar (de herhaling van) Lingo zit te kijken en koffiedrinkt. De vrouw zit maar op één ding te wachten, te vatten in een vijfletterwoord, maar onze bouwvakker geeft geen sjoege. Ander voorbeeld: heel simpel, een affreus beeld als ’het leeggegeten gras’.

Maar er zijn ook gedichten waarin de herinnering aan de vader tot goede, licht surreële lamento’s leidt: ‘[vaders,] ze zitten in orgels / komen met grote handen eruit / rammen Bach en psalmen’. Die psalmen komen onder meer terug in een ironische herinnering: ’welke psalm moeten we leren? / gaat heen. Hoe laat en waar?’ Daartegenover staat dan weer het melige gebruik van een gedicht met de titel ’zonder titel’ die als ondertitel (!) ‘meisje in zwembad’ meekrijgt.

Net als met haar studie kun je met de poëzie van Büdgen nog alle kanten op. Cabareteske grollen (één gedicht heet ’mop’), sfeervolle jeugdherinneringen met mixed feelings over de vader, of over een slak die kapot getrapt wordt, etcetera.

En dan is er bij deze jonge dichteres de kennelijk onbedwingbare lust het soft erotische sensueel uit te spellen: ’de daad / die doet het trouwens altijd goed’ schrijft ze ergens ironisch. Wat bijvoorbeeld uitmondt in een gedicht als in het kader onder aan dit stuk geciteerd, dat met een knipoog naar Willem Kloos begint en direct daarna afzakt naar het moderne, vrouwelijke onderbuikgevoel met dubbelzinnige, ’gesmeerde’ (cynische?) bodem.

Het titelgedicht ’ze hapte van een tomaat’ is ook al zo soft erotisch, mikkend op de veilige geile grootste gemene deler. Het sap van een tomaat ’gleed haar zomerjurkdecolleté binnen / [] // dat soort dingen gebeuren / onder jurken’.

Oei, broei!

Wat mij betreft moet Büdgen het in een volgende bundel nog maar eens waarmaken. Haar talent is voelbaar, daarin vergis ik mij denk ik niet, maar ze moet poëtische ondernemingslust niet gaan verwarren met poëtisch-materieel ondernemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden