Tom van 't Hek ziet zijn opdracht vooral op het mentale vlak

BUNNIK - “Op het mentale vlak is het Nederlandse vrouwen hockeyteam op het WK in Dublin, bijna twee maanden geleden, keihard onderuit gegaan. Daar ligt voorlopig mijn taak”, vertelt de nieuwe bondscoach, Tom van 't Hek.

Gisteren onthulde de 36-jarige huisarts de veertien koppige selectie voor de oefeninterland op drie oktober in en tegen Duitsland. De 221-voudige ex-international selecteerde vier nieuwe krachten: Dilliane van den Boogaard (Den Bosch), Stella de Heij en Marlies Vossen (Kampong) en Irvy Scheepstra (MOP). Keepster Daphne Touw, Frederieke Grijpma, Willemijn Duyster, Hanneke Smabers vielen uit de oude WK-ploeg. Ellen Kuipers bedankte voor de eer. Van 't Hek haalde alleen doelvrouwe Jacqueline Toxopeus terug in het nationale team. De keepster van Den Bosch had samen met Carole Thate en Mieketine Wouters openlijk het functioneren van de autoritaire coach Wentink ter discussie gesteld. De theoreticus Wentink, die na de Olympische Spelen van Barcelona was aangesteld, kon alleen met allerlei regeltjes en wetten de orde handhaven. Bovendien vermeed de Brabander elke vorm van discussie en liet de internationals thuis knarsetandend achter. “Ik hoop dat de speelsters zelf aanvoelen wat ze wel en niet kunnen zeggen. Als je dat niet kunt, dan ben je geen goede international. Maar ik ga ze niets verbieden. Gooi het er alsjeblieft allemaal uit”, zegt Van 't Hek.

De sfeer was tijdens het WK in Dublin om te snijden. Het was een roerloos en kleurloos team, waarin volgens Wentink alleen plaats was voor grijze muizen. De titelverdediger stelde met een zesde plaats zwaar teleur. Daardoor miste de ploeg de deelname aan de Champions Trophy en plaatste het team zich niet automatisch voor de Olympische Spelen voor Atlanta. Daardoor moeten de internationals zich in 1996 in ZuidAfrika melden voor het Olympische kwalificatie toernooi, waarin men moet proberen in het veld van Duitsland, Argentinië, China, Korea, Engeland, Zuid-Afrika en Canada bij de eerste vijf te eindigen. “Dat moet lukken. Maar ik ga nu eerst werken met het team aan het mentale gedeelte. Ik wil er ook een hecht team van maken, daarom heb ik niet de beste veertien geselecteerd, maar de mensen waarmee ik denk dat we een goed resultaat kunnen boeken. De eerste echte test staat volgend jaar in juni op het programma, als het EK in Amstelveen wordt gehouden. Gelukkig heb ik nog even de tijd”, zegt de clubcoach van landskampioen Kampong. Ook dit jaar blijft hij die functie nog vervullen. “Ik ben er niet gelukkig mee, maar ik kan de taken goed scheiden. Aan de andere kant is het een voordeel, want ik heb alle clubs diverse keren aan het werk gezien.”

Van 't Hek wil de komende periode vooral in blokken van drie á vier weken met het nationale team aan de slag. “Ik vind het niet fijn om voor niets te trainen, dus plannen we regelmatig een oefenwedstrijdje. Ik probeer ook begin januari tien dagen naar Zuid-Afrika gaan, alvast een keertje kijken voor de Champions Trophy. Maar dat is nog niet zeker.”

In het verleden lag van 't Hek nog wel eens overhoop met de hockeybond en leverde de nodige kritiek op het beleid. “Ik weet dat een trainer altijd één keer mislukt in het leven als oefenmeester. Misschien komt die tijd nu wel, maar ik geloof daar niet in. Ik steek mijn nek uit en zal waarschijnlijk kritischer gevolgd worden dan anderen. Daar heb ik geen problemen mee. Want als ik hoge eisen aan mensen stel, mogen anderen nog meer van mij verlangen. Ik wil maar een ding: terug naar de wereldtop,” zegt de oud-international, die zonder diploma aan de gang gaat. 'Of ik wel of geen diploma moet hebben is een zaak voor de bond. Voor mij voegt zo'n papiertje niets toe.”

Geen haast

Van 't Hek liet ook weten dat hij geen haast wilde maken met het aanstellen van een assistent-trainer. Die krijgt vergaande bevoegdheden en zal voornamelijk de veldtraining verzorgen. “Maar ik ga niet alleen mee op reis, zoals ik ergens heb gelezen. Ik sta ook in trainingspak op het veld.” Eerste keus, Tim Steens haakte vanwege maatschappelijke redenen af. “Ik wil goed rondkijken en het liefst iemand uit mijn generatie hebben. Waarom? Omdat ik die assistent door dik en dun moet kunnen vertrouwen. Dan moet ik er al jaren mee hebben opgetrokken.”

Wel wilde Marjolein Bolhuis-Eijsvogel, die met de vrouwenploeg een gouden plak op de Olympische Spelen in 1984 veroverde en vier jaar later derde werd in Seoul, de taak van manager vervullen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden