Tom van Lingen speelt met het verleden van Jacques Fath 'Gevoel voor allure is niet aan leeftijd of nationaliteit gebonden'

Een vleug Parijs. Mannequins als Anna Karenina's in enkellange jassen met ademstokkende dessins en glanzend brokaat dansten over de catwalk. De Amsterdamse grachtenchic, verzameld in Berlage's Koopmansbeurs, vergaapte zich afgelopen zondag aan Franse prêt-à-porter. Dit was 'èchte' couture. De dames, in Goversbont of Molenaarstreep, stootten met een vragende blik vol florijnen hun echtgenoten aan, die afwezig naar de spots aan het plafond staarden. Wie wil er geen vermaarde Fath? Een robe van Jacques Fath, een van de meest spraakmakende couturiers van deze eeuw. Zo'n New Look-achtige jurk met een nauwsluitend lijfje en wijdvallende rok? Of een getailleerd jasje met een grote witte kraag en opvallende manchetten?

Marlène Dietrich kocht er na de oorlog koffers vol van als ze naar Parijs ging, net als Rita Hayworth, die zelfs een Fath-bruidsjurk liet maken. Een Jacques Fath was topcouture, misschien niet zo perfect als een Dior of Balenciaga maar altijd origineel. Een mannequin met een rattekop in een avondjurk, of balancerend op spitzen? Dat was typisch Fath, de couturier met een knipoog naar de couture.

Sinds zijn dood in '54 - Fath werd slechts 42 jaar oud - is hij een legende. Zijn vrouw, de mannequin Geneviève Boucher, kon het modehuis, waar het kloppende hart uit verdwenen was, niet lang handhaven. Korte tijd later werd het op een accessoire- en parfumlijn na opgeheven.

De sluimerende schaduw kreeg drie jaar geleden opeens weer contouren, toen Crédit Lyonnais er geld in zag en het modehuis heropende. Sindsdien verschijnt er elk half jaar weer een Fath-collectie op de catwalk naast die van de oude concurrenten Balmain en Dior. Nog geen haute couture - in de net van de recessie herstelde Parijse modewereld is voorzichtigheid geboden - maar wel prêt-à-porter de luxe. Als huiscouturier koos de directie geen flamboyante Fransman zoals Fath destijds was, ook geen kastelenverzamelende Duitser zoals het huis Chanel met zijn ontwerper Karl Lagerfeld, maar een jonge Nederlander uit Delft: de 32-jarige Tom van Lingen.

ALLE WINDSTREKEN

Van Lingen is een beginneling in deze wereld ook al heeft hij als assistent bij Pierre Cardin en Bernard Perris voeling gekregen met Parijs als wieg van de haute couture. Een opmerkelijke keus? “Ach, waarom?” zegt Van Lingen luchtig. “Gevoel voor allure is niet aan leeftijd of nationaliteit gebonden. De Parijse modehuizen hebben couturiers uit alle windstreken. Het gaat erom dat mijn stijl aansluit bij het imago van wat Fath nu wil uitdragen. Het toeval wilde dat de directrice mijn werk al kende uit de tijd van Perris en daar mogelijkheden in zag.”

Van Lingen, in krijtstreepjespak, wit overhemd en grove zwarte stappers, zit in de kleedkamer van de Beurs van Berlage, waar hij straks de bruid in haar japon met hoge hoed zal helpen. In de hoek staat het beeldje van de modeprijs, de Fashion Excession-Award die hij net gekregen heeft voor zijn bijdrage aan de mode. Leuk, maar zijn leven ligt niet hier in Nederland. Nederlandse mode-ontwikkelingen volgt hij nauwelijks, zijn leven ligt bij Fath.

De Legende kijkt over zijn schouder mee. Tikt hem misschien denkbeeldig even aan met de punt van de paraplu, waarmee hij zo'n dertig jaar geleden rondzwaaide op een van zijn grote feesten op het kasteel in Corbéville, toen hij zich had verkleed als Charlie Chaplin; de hartveroverende Fath, die tout le beau monde met zijn glimlach inpakte en met telkens weer nieuwe vermommingen verraste.

“Het verleden? Dat is geen last voor mij”, zegt Van Lingen lachend. “Ik wil met mijn kleding uiteindelijk een nieuw Fath-imago scheppen. Zo heb ik voor deze wintercollectie een jasje verknipt en diverse stoffen en kleuren tegen elkaar aangezet. Fath heeft dat nooit zo gedaan. Dit is mijn Fath.”

NOSTALGISCH

De eerste collectie van Tom van Lingen drie jaar geleden was bewust nostalgisch. De series erna kregen steeds meer een eigen gezicht. “Dat moet ook, anders ben je niet meer van deze tijd. Natuurlijk kun je reacties verwachten: 'o, o, waar zit de oude Fath?' Maar mijn oudere clientèle, die hem nog hebben gekend, wordt steeds kleiner. En de nieuwe klanten zeggen: 'o, o, wat is het Fath', zonder dat ze precies weten wat ze bedoelen. Aan mij de opdracht om de osmose tot stand te brengen.”

Van Lingen heeft qua karakter niets met Fath's mondaine manier van leven, zegt hij nog eens. “Fath werkte voor de wereld waarin hij leefde. Mijn privé-bestaan, mijn vriendenkring, staat ver van de ambiance waarin mijn clientèle verkeert. Dat is een belangrijk verschil.”

De Nederlandse ontwerper spreekt over de couturier alsof hij diens wereld inmiddels in de vingers heeft. Daarvoor sprak hij met Bettina, een van Faths favouriete mannequins. Hij bekeek fotomateriaal in archieven, kledingstukken in musea en ontmoette de secretaresse die nog met Geneviève Boucher had gewerkt. “Zij is als enige van de oude garde bij ons modehuis. Verder is er niets en niemand meer. Dat is het nadeel als een modehuis fysiek niet meer bestaat, terwijl de kelders van Dior vol liggen met couture van de voorgaande jaren. Maar de méér ik me ermee bezighou, de mínder ik mij de vraag stel naar de identiteit van Fath.”

Van Lingen, soms druk gebarend - 'etceterà, etceterà' - heeft inmiddels een onmiskenbaar Franse geste. Hij praat over de 'frivolité' van de gouden rand op de jurk die niet in 'droite file', maar schuindraads is gesneden. Dat hij gefascineerd is door de kleding van een vrouw die beweegt, zelfs als ze in een stoel zit en haar arm op de leuning legt. Hoe hij die beweging uittest door de stof op de pop te draperen en die pop heen en weer te bewegen.

Het is net alsof je Fath zelf weer bezig ziet in zijn atelier, zoals hij zo vaak is gefotografeerd. Een ontspannen sfeer, een lachende couturier, gekleed in eenvoudige pullover en broek, die de stof losjes drapeert op zijn mannequin -'non, non ma poulet, oui ma chérie....' En opeens was het er. De jurk zwierde. Driehoekige plooitjes op de schouder, zijn befaamde trapeziumvormig decolleté, asymmetrische rok en lijfje in V-vorm; smalle taille, brede schouders. Fath kon beeldhouwen met stof.

“Een beeldhouwer, ja zo voel ik me wel”, zegt Van Lingen bedachtzaam. “Fascinerend hoe een stof het silhouette van een vrouw kan veranderen. Dan heb ik bijvoorbeeld een losvallende jurk van mousseline in mijn hoofd. Naarmate de jurk concreter wordt, voel ik dat ik de mousseline moet structureren om het lichaam van Laura heen. Dan zie ik het opeens.”

MUZE

Zoals Bettina-uit-de-provincie een muze voor Fath was, zo is de Amerikaanse Laura dat voor Van Lingen. Goed beschrijven kan hij haar niet. Want het doet er eigenlijk niet toe of iemand donker of blond is, lang of klein. Ze heeft allure, ook al zo'n vaag begrip. Het zijn kleine details die haar tot muze maken. Zoals de buiging van haar nek, als hij er een kraag omheen legt. “Als ze dan gaat lopen dan zie je de fouten in de jurk niet meer. 'Weg met dat licht, een andere lamp', roept ze dan. En met die lamp wordt het opeens de jurk voor haar.”

Van Lingen lijkt een couturier van de oude stempel. Vol van zijn métier, waarbij het ambacht voorop staat. Couture-nieuwlichterij onder invloed van grunge en deconstructivisme met loshangende zomen en onafgewerkte naden, dat is zijn stijl niet. “Van een onafgewerkte naad zou ik dan toch een borduursel maken. Ik ben niet zo geïnteresseerd in het achternalopen van het nieuwste van het nieuwste.”

Was het toeval dat op de Amsterdamse catwalk zoveel sprookjesprinsessen rondliepen? Een vrouw in zo'n asymmetrische jurk met gouden rand zie je niet gauw kinderen naar de oppas brengen en met aktetas onder de arm naar haar werk gaan.

Van Lingen lachend: “Ik heb wel draagbare kleding hoor, vooral in mijn tussencollecties. Maar het accent ligt op cocktail- en avondkleding en luxe kleding voor overdag. Dat is typisch Fath. Aan Japan leveren we meer dagkleding omdat vrouwen daar 's avonds vaak in traditionele kimono gekleed gaan; naar Dallas gaan juist veel cocktail- en avondjurken.”

EENVOUDIG JURKJE

En de fameuze 'petite robe', het eenvoudige jurkje voor overdag waar Fath zo goed in was? “Afschuwelijk moeilijk is dat. Vorig jaar had ik eindelijk een goed jurkje ontworpen, eenvoudige wollen crèpe met ronde hals en strakke mouwen in een A-lijn. Het raffinement zat hem in een plissé dat over de knie wegliep. Ik doe niet elk jaar zo'n vondst.”

Van Lingens droom ligt elders. Hij wil echte haute couture maken; daaraan ontleent een modehuis toch zijn bestaansrecht en zeker dat van Fath. Alleen waren er in Faths dagen nog zo'n 20.000 haute couture-draagkrachtige dames; nu zijn dat er maar pakweg 200. Het modehuis heeft inmiddels al wel wat haute potentie in huis: Oprah Winfrey koopt er, net als actrices Kathleen Turner en Sophie Marceau, la Duchesse van Württenberg, la Grande Duchesse de Luxembourg. Maar hele koffers vol zoals Marlène Dietrich destijds?

“Ach, wie weet, de verkopen gaan steeds beter”, zegt Van Lingen met de zelfverzekerde glimlach van de zakenman, die niet het achterste van zijn tong wil laten zien. Fath, de selfmade man, die ook zo schijnt te hebben gekeken als men hem vroeg naar het succes van zijn onderneming, zou trots op hem geweest zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden