Necrologie

Tom Regan (1938-2017): Eén van de invloedrijkste denkers over dierenrechten

Tom Regan Beeld Wikicommons

Eén van de invloedrijkste denkers over dierenrechten, Tom Regan, is vrijdag overleden in zijn woonplaats in North Carolina. Regan (1938) stierf aan de gevolgen van een longontsteking. Hij laat een vrouw, twee kinderen en vier kleinkinderen achter.

Zijn boek ‘The Case for Animal Rights (1983)’ heeft een enorme invloed gehad op het denken over dieren en dierenrechten, ook in Nederland. Samen met Peter Singer werd Regan beschouwd als dé voorvechter van dierenrechten.

Volgens Regan gebruiken mensen verkeerde argumenten als ze dieren ‘gebruiken’ – bijvoorbeeld in de vleesindustrie of als proefdier in de wetenschap. Dieren kennen hun rechten misschien niet, zoals mensen, maar hun leven heeft volgens Regan wel ‘een waarde in zichzelf’. Dieren willen bijvoorbeeld in leven blijven. Daarom kunnen we hen volgens Regan niet beschouwen als dingen waarmee je kunt doen wat je wilt. Hun leven heeft ‘intrinsieke waarde’.

Tippy

Tom Regan (Pittsburgh, 28 november 1938) groeide op in het armoedige mijnstad in West Virginia. “Het roet en de rook gingen in je ogen zitten, in je neus en je mond, in het elastiek van je ondergoed en in de kleren in de kast”. Veel dieren kwam hij in die stedelijke omgeving niet tegen, al had hij wel een hond, Tippy, die hij als vriend beschouwde. Ook maakte hij in de weekenden uitstapjes naar het land.

Een vroege vegetariër was hij niet. “Het ontbrak me aan de verbeeldingskracht een verbinding te leggen tussen de dieren die ik kende en de zwijgzame stukken vlees die uit mijn moeders oven kwamen.” Pas veel later in zijn leven overtuigde ‘de kracht van de logica’ hem ervan dat zulk gedrag niet consequent was. Voordat het zover kwam, werkte hij zelfs nog als slager. “Voor dieren in mijn omgeving was ik niet wreed” legde hij later uit, “maar het vlees dat ik als slager bewerkte had met zo goed een blok hout kunnen zijn.”

Tijdens en na zijn studie filosofie, waarop al snel een aanstelling volgde, groeide zijn interesse voor de rechten van dieren. Vanaf 1967 tot zijn pensionering in 2001 gaf hij les aan de North Carolina State University in Raleigh. Grote invloed onderging hij naar eigen zeggen van de Indiase leider Mahatma Ghandi. Hoewel Regan eigenlijk bij hem te rade ging inzake een heel ander onderwerp, namelijk het verzet tegen de oorlog in Vietnam, was het hem te moede alsof Ghandi hem vanuit zijn geschriften toesprak: “Als u zo tegen zinloos geweld bent, wat doen die stukken vlees dan in uw koelkast? ” Van evenveel invloed was overigens de plotselinge dood van familiehond Gleco, die in 1972 werd aangereden door een auto. Die combinatie van factoren deed Regan besluiten vegetariër te worden.

Tegenspeler

Juist in die tijd kreeg Regan bijval van een filosoof die Regans hele leven zijn tegenspeler zou blijven, Peter Singer. Met zijn boek ‘Animal Liberation’ in 1975 maakte Singer ernst met de vraag hoe we met dieren om zouden moeten gaan. Was het wel zo logisch dat we dieren uitsluiten van de morele gemeenschap van mensen? Als we dat alleen maar doen omdat dieren niet mondig zijn, waarom zouden we wilsonbekwame mensen, waaronder baby’s, dan niet hetzelfde behandelen? Regan was onmiddellijk gegrepen door Singers werk. In 1975 publiceert hij ‘The Moral Basis of Vegetarianism’ . “Toen ik dat schreef”, heeft Regan later opgemerkt, “konden filosofen nog nergens een cursus volgen over dierenrechten. Nu zijn er misschien meer dan honderdduizend studenten die er elk jaar over discussiëren.” Inderdaad werd met het werk van Singer én van Regan zelf een heel veld van denken geopend.

Tom Regans invloedrijkste boek is waarschijnlijk ‘The Case for Animal Rights’ (1983). Daarin betoogt hij dat de mens het dier niet alleen moet behandelen als middel tot een doel, maar altijd ook als een ‘doel op zichzelf’. Dat idee paste Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant nog alleen toe op mensen: als je mensen als ‘dingen’ gebruikt, dan zondig je tegen hun menselijkheid. Tom Regan ziet dat anders. Volgens hem zijn dieren – net als mensen – autonome en kwetsbare wezens die hun eigen welzijn en voortbestaan nastreven. Dat is al genoeg reden dieren niet zomaar in te zetten voor zaken die ons belang dienen, maar niet het hunne, zoals dierproeven en vleesconsumptie of het gebruik van dieren in circussen of dolfinaria. Dieren met bewustzijn hebben een ‘eigen leven’, ze hebben herinneringen, ze willen spelen, vrijen, kinderen grootbrengen. Hun leven heeft ‘intrinsieke waarde’. Daar hoort ook het recht bij zulke doelen te verwezenlijken. Overigens behandelt Regan niet alle dieren hetzelfde. Zoogdieren, denk aan honden of olifanten, hebben voor zover wij weten meer zelfbewustzijn en verdienen dus meer rechten.

Invloedrijk

Hoe invloedrijk de gedachten van Regan zijn geweest, blijkt er alleen al uit dat de term ‘intrinsieke waarde’ al opduikt in nota’s van de Rijksoverheid. De Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren uit 1992 vertrekt vanuit de “erkenning van de intrinsieke waarde van het dier.” Het recente verbod op het houden van ‘wilde’ dieren in het circus is er een uitvloeisel van.

Hoewel Regans boek een grote impuls was voor de dierenrechtenbeweging, stelde het hem teleur dat hij zo weinig weerklank vond onder theologen. Vandaar dat hij in 1985 kwam met ‘Animal Sacrifices: Religious Perspectives on the Use of Animals in Science’ én met een film: ‘We Are All Noah’.

Helaas kwam er bij de vertoning ervan amper iemand opdagen. Een nieuwe teleurstelling wachtte hen in 1990, toen hij de belangrijkste spreker zou zijn op een ‘March for the Animals” in Washington. Van de 100,000 mensen die werden verwacht kwamen er maar 20,000 opdagen.

Slavernij

Na zijn pensioen in 2001 bleef Tom Regan publiceren en bleef hij zich met levenslange partner Nancy inzetten voor dierenrechten. In één van zijn latere boeken, ‘Defending Animal Rights’, zoekt hij verbanden tussen de strijd tegen de slavernij en het gevecht voor de bevrijding van dieren – in beide gevallen worden levende wezens rechten onthouden op gronden die volgens Regan niet legitiem zijn. Dat argument kunnen we ook teruglezen in een boek van een Nederlandse filosoof die door zijn denken beïnvloed is, Erno Eskens. Hij vat de visie van Regan én van Peter Singer in zijn boek ‘Een beestachtige geschiedenis van de filosofie’ zo samen: “Na de grote emancipatie van de slaaf, de vrouw, de zwarte medeburger, moet de emancipatie van het dier volgen. Het is een logische stap in de westerse geschiedenis.”

Heel concreet verwoordt Tom Regan zijn ideeën in ‘Empty Cages: Facing the Challenge of Animal Rights (2002). Daarin is een listje praktijken te vinden die volgens hem verboden zouden moeten worden – van bontfarms tot het optreden van dieren in dolfinaria en het houden van honden in laboratoria.

Gezien de loop van de geschiedenis, zag tot op hoge leeftijd Regan alle reden optimistisch te zijn. “Er is ook een tijd geweest dat mensen het hopeloos onrealistisch vonden om gelijke rechten te vragen voor Afro-Amerikanen of vrouwen.” 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden