TOM POES IN ZAKEN

vertelde hij onlangs in Trouw Kunst - te verschijnen eind april, voordat hij 80 wordt. Bediende Joost wil Toonders verjaardag grootscheeps vieren en neemt contact op met Tom Poes. Die is de vijftig inmiddels gepasseerd en - ja en wat eigenlijk? Hoe is het eigenlijk met Tom Poes? Niet helemaal onopgemerkt is de vindingrijke, argwanende en naar rechtvaardigheid dorstende Tom Poes de vijftig gepasseerd. Zijn lijfblad de Nieuwe Rommeldamsche Courant wijdde artikelen aan het jubileum maar ging nadrukkelijk niet in op de vraag wat hem overkomen is sinds zijn vriend en maecenas Ollie B. Bommel in 1986 met Juffrouw Doddel in het huwelijk trad. Zowel Bommel als Poes heeft sindsdien de publiciteit gemeden.

AREND EVENHUIS

Toch is Tom Poes alive and well, al heeft hij een zware periode achter de rug. Het zwaarst viel hem in die dagen de plotselinge afwezigheid van reizen en de daarmee gepaard gaande ontbering van tegenslagen, die nou eenmaal altijd oplossingen behoeven. Bommels huwelijk met Anne Marie Doddel had hij vanaf den beginne onzinnig gevonden, maar zijn kiesheid had hem er van weerhouden daar ook maar iets van te laten merken. In Doddel herkende hij weliswaar geen feeks of lellebel, maar een tuthola wel degelijk en een in optima forma bovendien.

Desondanks had hij de bruiloft destijds bijgewoond en als geschenk het spel Trivial Pursuit meegebracht. In het Engels natuurlijk. Hij had dat niet gedaan om Doddel een loer te draaien - van wie hij wist dat haar Engels ergens op het 'the door is open'-niveau zweeft - maar eerder om Heer Ollie behulpzaam te zijn. Diens Engels was bevallig, maar allerminst courant te noemen. En met de Engelse taal kom je nu eenmaal nog steeds een heel eind de wereld rond.

Hij had de venijnige blikken van de omstanders wel gezien en terstond ook getaxeerd ('Dat zeikerdje van een Tom Poes staat strak van jaloezie!') maar was er niet op ingegaan. Mild glimlachend had hij z'n glas kir geheven en had hij publiekelijk een toast uitgebracht. Lechaim! had hij voor iedereen hoorbaar uitgesproken, met pal daarop een uitsluitend voor Bommel bestemd 'Afore ye go'. Hij had het chiquer gevonden op het leven te drinken, in plaats van dat massale 'op het bruidspaar'. En de knipoog naar Ierse whiskey begreep Bommel ook met z'n krakkemikkige taalbeheersing wel - Paddy en Jameson waren immers jarenlang kind aan huis geweest in de kelder en bibliotheek van slot Bommelstein.

Al een paar dagen na de bruiloft was de neergang van Tom Poes ingezet. Om een triest verhaal kort en kernachtig te houden: hij was meer gaan drinken dan hij gewend was, hij bezocht plekken waar hij voorheen nooit zou durven komen, hij moest met giropersoneel uitvoerige gesprekken over zijn blijvend oplopend Doorlopend Krediet voeren.

Overdag deed hij in die dagen vrijwel niets anders meer dan slapen, 's avonds en 's nachts was hij meestal te vinden in stedelijke nichtenkitten. De atmosfeer van keuren en broeierig loeren beviel hem daar, maar nooit was hij met een lid van de familie meegegaan, laat staan dat hij ooit iemand mee naar zijn huis had genomen.

Al tijdens zijn jaren met Bommel was hij doelwit van roddel geweest omtrent zijn vermeende homoseksuele voorkeur. Een keer, in een vlaag van openhartigheid, had hij fier verkondigd dat er ook zoiets als een homo-erotische band bestaat die eerder op poetische dan op lijfelijke lust is gebaseerd, maar hoongelach was hem daarop ten deel gevallen. Sindsdien zweeg Tom Poes over zijn drijfveren. Ach jonge vriend, zou Heer Ollie hebben gezegd, onze persoonlijke gevoelens zijn nou eenmaal te teer voor de buitenwereld.

Tom Poes was niet verbitterd geraakt, maar een zekere knoestigheid had zich gaandeweg wel degelijk van hem meester gemaakt. Hij was verdrietig geworden over het feit dat fabrikanten zowel voedsel als kattebakvulling naar hem hadden genoemd ('Tom Poes Foetsie-ba' - uit welk kleuterbrein was dat in vredesnaam ontsproten?), maar had van gerechtelijke stappen afgezien. Evenmin had hij het gewaardeerd dat middelbare scholieren plotseling massaal aan het 'hummen' waren geslagen, en doorlopend 'een list' hadden lopen verzinnen. Die gril was gelukkig van even amechtige als kortstondige adem geweest.

Het Groot woordenboek der Nederlandse taal Van Dale had het onder de z van zwellen en zwelgen verdienstelijk noch noodzakelijk geacht om naar Bommelstein te verwijzen. Kelk, Staring, Nijhoff, Van Looy en Leopold werden ruimhartig geciteerd, maar de naam van Poes en die van Heer Ollie keerden niet terug terwijl daar nog steeds reden genoeg toe is. Tom Poes had zich getroost met het Franse gezegde 'tout lasse, tout casse, tout passe' (alles vermoeit, alles breekt, alles gaat voorbij), waarin zijn initialen zowaar trefzeker aanwezig zijn. Het Latijnse T.P. daarentegen (titulo pleno - met volledige titel) had hem altijd nogal snorkerig in de oren geklonken.

Tja, Heer Ollie.

Het was toch wel aangenaam geweest om in het gezelschap te verkeren van iemand die - hoe zeg je dat? - wat minder op de hoogte is dan jezelf. Iemand althans, die de grote lijnen niet zo scherp in de gaten heeft, iemand die voortdurend hardop zegt over mensenkennis te beschikken en die daardoor niet bezit. Dat altijd en alles opbeurende 'Jonge vriend' was hij steeds meer gaan missen. Niemand noemde hem meer jong, wollig was hij al lang niet meer en vrienden had hij eenvoudigweg niet. Zijn hedendaagse wereld wemelde van de compagnons, de partners, de relaties.

Maar z'n De Profundis-periode lag al weer een tijd achter hem. Door een stom toeval, waarbij enig maar dan toch zeker merkwaardig denkwerk vereist was, leerde hij de reclamewereld met haar leger account executives van haver tot gort kennen. En leerde hij te minachten. Nog steeds was hij verbaasd over het treurige niveau van z'n eigen idee en het enorme succes dat hij daarmee had weten te oogsten. 'Het moet afgelopen zijn met die rottige poezebrokjes en die blikken visafval!' had hij, tamelijk aangeschoten, tijdens een opening in een galerie onverhoeds uitgeroepen. 'Ook een poes moet op chique!' De gasten hadden zich gegeneerd afgewend maar een kunstliefhebber was op hem afgekomen en had om nadere toelichting gevraagd. Tom Poes wist amper wat hij zei - de ergernis om kunstopeningen en galeriehouders kolkte door z'n hoofd - toen hij stelde dat poezen recht op een 1-maaltijdverpakking hebben. En dat die niet uit doorgedraaide makrelen en aardappelprut moest bestaan, maar uit zalm en verse groenten. Desnoods met kaviaar en dillesaus erbij, waarom ook niet? De man had met toegeknepen ogen staan luisteren, Tom Poes was van weersomstuit door blijven ratelen. 'Dat stop je in een grote luciferdoos, je noemt het voor mijn part Cleo (de Egyptenaren houden nou eenmaal altijd al van katten) en je vraagt er tien gulden per maaltijd voor. Je zult zien: het wordt gekocht.'

Tom Poes had gelijk gekregen. De volgende morgen al was hij op het reclamebureau van de galeriebezoeker ontboden, een maand later was hij een rijk man. Met het geld van z'n Cleomaaltijden was hij vervolgens gaan reizen. Thailand en Togo, IJsland en Birma - hij kende er de weg. Maar bij elke landing op Schiphol hadden steeds die twee woorden door z'n hoofd weerklonken: Jonge vriend.

Vaak was hij aan een brief begonnen, en steeds was hij in de aanhef al gestruikeld. Hoe zet je, na al die jaren, plotseling de toon? 'Beste Heer Ollie'? 'Vriend'? 'Lieve Ollie'? Bovendien zou het niet helemaal onmogelijk zijn dat dat mens van een Doddel de post van Heer Ollie opende, of misschien zelfs kwijtmaakte.

Twee weken geleden wachtte Tom Poes een verrassing in z'n postvak. Hij herkende het handschrift ogenblikkelijk en scheurde de enveloppe haastig open, z'n koffers met de Quantaslabels nog geflankeerd aan z'n voeten. Joost had het aangedurfd te schrijven en verzocht Tom Poes om een rendez-vous. De brief was doorgestuurd; Joost kon niet weten dat Tom Poes vanwege z'n adviseurschap bij McKinsey naar Amsterdam had moetenverhuizen.

Joost was naar z'n appartement in Byzantium gekomen. Ze hadden lapsang-thee gedronken, de krantekoppen van die dag besproken en verder vooral gezwegen. Tom Poes had geprobeerd iets over managementsopleidingen en functionaliseringsgesprekken uit te leggen, maar was daar mee gestopt toen Joost plompverloren vroeg uit welke winkel hij 'die gerookte thee' betrekt. Tom Poes was een paar keer naar de keuken gegaan, ook om thee bij te zetten maar vooral om nog een lijntje te nemen. Een keer was Joost hem achterna gekomen en had zich met weidse armgebaren over de keukeninrichting uitgelaten waardoor Tom Poes z'n cocaine, die hij in een leeg mosterdpotje bewaarde, onopvallend in het kruidenrekje terug kon zetten. De HEMA-spiegel had hij tijdens de lofbazuin van Joost ('En men ziet zo weldadig op het park uit!') nonchalant afgestoft en weer naast de geiser gehangen. 'Ook in de keuken moet je zo nu en dan een mooi gezicht te zien hebben he?' had hij zo vanzelfsprekend mogelijk gezegd. En er wat zelfverzekerder aan toegevoegd dat z'n contactlenzen nogal eens verschuiven.

Die avond waren ze Japans gaan eten. Joost had zich verbaasd over de vertrouwelijke en quasi-deftige manier waarop Tom Poes en de eigenaar met elkaar omgingen ('Ah, mijnheer Pouce ., wat ziet u er toch weer innemend uit!'), maar was gerustgesteld toen hij begreep dat Tom Poes vrijwel dagelijks bij 'Kyoto' dineert.

Onzeker over z'n eigen overmoedigheid had Joost z'n vraag die avond dan eindelijk uitgesproken: 'Zullen we, met ieders welnemen, nog eens met z'n drieen de maaltijd delen?' Tom Poes had nog twee flaconnetjes sake besteld, z'n keel geschraapt en plechtig beloofd dat hij Heer Ollie zou schrijven.

Vanavond nog.

De restauranthouder verwijst naar generaal Tom Pouce, ook bekend als Tom Thumb (1838 - 1883) die als dwerg successen boekte op Engelse en Amerikaanse jaarmarkten. De Fransen hanteerden 'tompouce' toen al voor: manneke/dwerg; het kon ook een kleine damesparaplu (maar nooit een puddinggebakje) zijn. Bij zijn bezoek aan Nederland, in 1858, kreeg generaal Tom Pouce te kampen met concurrentie van de Friese dwerg Jan Hannema, die als Admiraal Tom Pouce volle zalen trok.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden