Tolbert en de stem van vroeger

Veel dorpen en steden kennen een historische vereniging. In het Groningse Tolbert ontmoet de 'Stichting Oudheidkamer Fredewalda' veel enthousiasme met een project over het dorp rond 1925. Alle huizen, boerenschuren en andere gebouwen van toen worden op zakformaat nagemaakt. Ook laat Fredewalda tientallen voormalige bewoners op film vertellen over het leven van die tijd.

Annemarie Kok

Honderdvier miniatuurhuizen zijn er nu verkocht. Voor vijfhonderd gulden per stuk. Goedkoper kon niet, dan was het niets geworden met de dorpsmaquette, de trots van het Groningse Tolbert. Vijftien staan er nog te koop, maar die zullen ook wel van de hand gaan. ,,Het enthousiasme voor dit project overtreft al onze verwachtingen'', zegt Greet Atsma van de plaatselijke historische club, officieel 'Stichting Oudheidkamer Fredewalda'.

De stichting is in 1994 opgericht om het cultureel erfgoed van het dorp te bewaren. Maar men wilde niet het zoveelste regionale museumpje opzetten. Iemand kwam met het idee voor een maquette op de proppen, als vertrekpunt voor het verzamelen en presenteren van interessant materiaal over de lokale historie.

Drieënhalf jaar geleden begon een maquettemaker uit het dorp aan de reconstructie van het vroegere Tolbert. De maquette (zes bij drie meter, schaal 1:200, kosten honderdvijftigduizend gulden) is nog in aanbouw. Een monnikenwerk. Niet alleen het gepriegel aan de huisjes, ook het opdiepen van oude bouwtekeningen, foto's en kadastrale gegevens. Een groepje bestuursleden van Fredewalda is er wekelijks mee in de weer. Als het minidorp klaar is, zal het een plaats krijgen midden in Tolbert, in een ruimte die een sympathiserende aannemer beschikbaar heeft gesteld.

Voor elk verkocht pand wordt tot groot vermaak van de betrokkene een heuse koopakte getekend, in het bijzijn van een notaris, tevens bestuurslid van Fredewalda. Onder de kopers is ook een boer, vertelt Greet Atsma, die maar liefst achttienhonderd gulden (815 euro) kwijt was omdat hij niet alleen 'zijn' boerderijtje wilde hebben maar ook de bijbehorende schuurtjes.

Zelf hebben Atsma en haar man het schaalmodel van hun huis ook verworven. Het is een van de 119 woningen waaruit het dorp rond 1925 bestond, naast een kleine zeventig andere objecten, zoals de school en het lijkhuisje. Het was, aldus Atsma, de bloeitijd van Tolbert, dat toen duizend inwoners telde.

,,Dankzij de Tolberter Vaart - gegraven voor de turf - en later de Drachtster tram die tussen Drachten en Groningen reed, kwam een einde aan het isolement. Je had hier een wever, een stelmaker voor onderstellen van wagens, een smid, vier kruideniers, een bakker, er werd vis gevent, er was een zuivelfabriek en een cementpannenfabriekje.''

Tolbert is duizend jaar oud en van oorsprong vrijzinnig. Eeuwenlang was het een rechttoe rechtaan lintdorp, ontstaan op een zandrug in het veen. Nu ligt het dichtbij een snelweg, die van Drachten naar Groningen. Vastgeklonken aan het grotere Leek. En de laatste twee decennia groeide het explosief. Want aan de zuidkant werd een voor dorpse begrippen mega-nieuwbouwwijk uit de voormalige weidegrond gestampt. Plotseling kreeg Tolbert een paar duizend nieuwe inwoners.

In die wijk, 'Sintmaheerd', wonen nu 3100 mensen, in het oude deel 1450, en ten noorden van de kom 500. Volgens Greet Atsma was er destijds weinig bezwaar tegen de komst van de wijk. ,,Men was blij dat er huizen kwamen en niet het industrieterrein waarover lange tijd was gesteggeld.''

Niet alleen door de nieuwbouw is het dorp drastisch van karakter veranderd. ,,Toen wij hier kwamen was het totaal agrarisch. Nu zijn er nog maar vijf veeboeren.''

Tolbert is nu een echt forenzendorp, desondanks niet ingedut. ,,In partycentrum De Postwagen gebeurt van alles'', weet Atsma. ,,Toneel, muziek, country-feesten. Erachter, in de manege, zijn regelmatig paardenevenementen. Maar het dorpshuis wordt ook nog intensief gebruikt. Er heerst hier een heel hechte dorpsgeest.''

Ook zijn aardig wat voorzieningen overeind gebleven. Van een supermarkt tot een afhaalchinees, van twee dameskappers tot een hondentrimsalon. Alleen een bank wordt gemist. In juni sloot de Rabobank. ,,Dat vinden we héél vervelend.'' Aan de Hoofdstraat staat een gedeeltelijk dertiende-eeuwse kerk met een zadeldak en een pas gerenoveerd orgel. Verder weinig bezienswaardigs hier. Maar Tolbert kan wel bogen op de grootste afdeling van de Plattelandsvrouwen in de provincie. ,,Veel vrouwen in de nieuwbouwwijk, die ergens bij wilden, werden lid.'' En is trots op het eerste Nederlandse kunstmatige inseminatie-stationnetje voor koeien.

Greet Atsma (1943, afkomstig uit het Friese Metslawier) en haar man gingen ruim dertig jaar geleden in Tolbert wonen en hadden een dierenartspraktijk. De laatste tijd steekt Atsma veel energie in een tweede project van 'Fredewalda', het oral history-project, dat aansluit bij de dorpsmaquette.

,,Die huisjes zijn nogal statisch, daarom leek het mij leuk ze een stem te geven, door oude bewoners te laten vertellen over vroeger. Over het wonen en het werken, de kerk, de school, de gebruiken, de sociale verhoudingen, het landschap.''

'Sprekend Verleden', heeft Greet Atsma dit initiatief gedoopt, waarvoor Fredewalda provinciale subsidie ontving. Ze maakte tot nu toe vijftien portretten, samen met een ouder bestuurslid, die zijn hele leven in Tolbert heeft gewoond, en een professionele cameraman. Het resultaat is eind november onder grote belangstelling in De Postwagen vertoond.

Het project heeft 'veel oudjes wakker geschud', zegt Atsma. ,,Soms moesten ze opgestookt worden door hun kinderen: vertel nou, hoe was het toen.'' En dan kwamen de verhalen wel los, vaak in onvervalst Gronings.

Zo is er de bejaarde zoon van de al overleden melkrijder Jelte Heuker, die twee keer per dag met zijn kar langs de boeren ging. De rit is voor de film nagereden, deels dwars door de nieuwbouwwijk. Dan is er ex-postbode Fokke Venema, die ook op nieuwjaarsdag werkte en dan overal een borrel aangeboden kreeg.

Verder sprak Greet Atsma een boer die erg zijn best deed het zogeheten Holmerpad netjes te houden. Dat moest, het was een 'schouwbaar' pad. Elke aanliggende boer moest een deel ervan onderhouden en ieder jaar kwam de gemeente de boel controleren. Maar na verloop van tijd bleef de gemeente weg. Veel boeren keken sindsdien niet meer naar het pad om, verhaalt de boer. Het werd dus een zootje en in de jaren vijftig is het Holmerpad toen maar bij de percelen getrokken.

De vrouw van de smid, zo is op een andere videoband te zien, weet nog goed dat in de zaak van haar man de eerste auto's werden verkocht. En dat hun winkel àltijd open was. Weer een ander vertelt over de spelletjes die de jeugd speelde (een kaartje leggen op een stropak, vogelnesten leeghalen), over vechtpartijen en over 'hangplekken'. ,,Die had je toen natuurlijk ook'', zegt Greet Atsma. Ze is intussen al bezig met de volgende tien portretten. ,,We moeten een beetje opschieten, anders zijn de mensen er straks niet meer.''

De wens van de historische vereniging is om het geluid- en beeldmateriaal uiteindelijk via computers naast de maquette te koppelen aan de huisjes: wie op het beeldscherm een bepaald huisnummer aanklikt, kan dan de oude Tolberters zien en horen. Maar ook alle andere informatie die over de woningen is gevonden, zal digitaal worden ontsloten, zoals de kadastergegevens.

,,Nieuwsgierigheid'', antwoordt Greet Atsma op de vraag waarom ze dit doet. Dan: ,,Praten over vroeger is warm.'' En: ,,Het schept een sfeer van gezamenlijkheid, en dat is ook met het oog op de toekomst van het dorp plezierig. Maar we doen het ook voor de mensen in de nieuwbouw, in feite wonen die in een soort niemandsland.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden