Tohoe wa bohoe

Om mijn Stellenbosche studenten aan de Nederlandse literatuur te laten ruiken, laat ik ze een gedicht van K. Michel lezen, 'Vers twee': Bij herlezing klinkt het als / een postcoïtaal gevoel van droefenis / tohoe wa bohoe, tohoe wa bohoe.

De laatste toverwoorden zijn Hebreeuws voor 'De aarde nu was woest en ledig', het tweede vers uit de bijbel. Ik merk dat ze het fijn vinden als er enige bijbelse of christelijke reminiscenties in onze Nederlandse literatuur optreden; misschien geloven ze er zelf allang niet meer in maar het christelijk geloof zit nog wel in hun bloedbanen. Het geeft ze klaarblijkelijk een gevoel van verwantschap als ze bij moderne Nederlandse, seculier geachte dichters, sporen van vroeger tegenkomen; Genesis 1:2 bij K. Michel, het vaalgele paard uit de Openbaring van Johannes bij de dichter Mustafa Stitou, het gekwelde geloof van hoofdpersooon Hans Sievez uit Jan Siebelinks 'Knielen op een bed violen'.

Nog maar een paar decennia geleden stond de Nederduitse Gereformeerde Kerk hier aan het blanke roer, en daar waren ze vroom en bijbelvast, geen wonder als je je het uitverkoren volk waant. Vandaar. En het geeft ook mij een goed gevoel als de oude erfenis nog niet helemaal verkwanseld is, dus buigen wij ons graag over Nederlandse dichtregels met een bijbels scheutje erin.

De winterseminar is inmiddels afgelopen, ik knoop er nog een vakantieweekje aan vast. Van het paradijselijke Zuid-Afrika vertrek ik naar het land van tohoe wa bohoe: Namibië. Hier is de aarde nog woest en ledig. Meer dan twee keer zo groot als Duitsland, de oude kolonisator, voor slechts twee miljoen inwoners. Namibië is voor de westerse reiziger een soort oerdroom, met landschappen die we ons niet meer kunnen voorstellen. Toegegeven, ook Noord-Amerika kent zulke landschappen maar dan gaat er al gauw een comfortabele asfaltweg naartoe en kun je er een hamburger krijgen. Namibië is grotendeels nog ongerept. Ik probeer me voor te stellen wat die negentiende-eeuwse Bismarck-Duitsers gedacht moeten hebben toen ze Duits-Zuidwest-Afrika in handen kregen. Wat moeten we hier in vredesnaam mee? Alsof iemand je een diner bestaande uit een droog biscuitje voorschotelt. We kijken uit over de Fish River Canyon, de op één na grootste canyon ter wereld, volgens het boekje. Het schijnt niet te kloppen, misschien is het maar de vierde of de vijfde grootste, maar wat doet het ertoe? Zo moet de hele aarde er ooit zo'n beetje hebben uitgezien. Nog geen mens of dinosaurus te bekennen. Tohoe wa bohoe.

Het verschil met de nette, aangeharkte Stellenbosche en Amsterdamse straten is immens. Opeens schiet er op een meter of drie afstand een klein wezentje voorbij, alsof de schepping zojuist een aanvang heeft genomen. Een Damara Dik Dik, weet ik, het kleinste hertje hier. Met het gevoel dat het opperwezen het beestje zojuist een naam heeft gegeven en de ergste ledigheid voorbij is, staar ik in de canyon met de Fish River diep beneden mij, waarvoor woorden, van Michel, Stitou of Siebelink, tekortschieten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden